Wie wil er drie kappersstoelen voor 5 euro?

Nu iedereen het zuiniger aan moet doen, is een boedelveiling ideaal voor wie een nieuwe inrichting wil voor weinig geld. Een bankstel voor 2 euro, dát is nog eens geld besparen!

Piano's, dressoirs, kledingkasten; de brede gang van het statige Venduehuis der Notarissen staat vol meubels, klaar om geveild te worden tijdens de boedelveiling die hier vijf keer per jaar gehouden wordt. Voor wie zich voor weinig geld opnieuw wil inrichten, of op kamers gaat, is de boedelveiling ideaal. Al moet je smaak wel uitgaan naar meubilair uit de eerste helft van de vorige eeuw: eikenhouten schommelstoelen, kapstokken van donker houtsnijwerk, ouderwetse spiegels en gestreepte bankstellen die in de jaren vijftig hip waren. Maar ook liefhebbers van wajangpoppen, bontjassen, spekstenen beeldjes of vergulde fotolijstjes met strik kunnen hier een bod uitbrengen.

Het Venduehuis, gevestigd in een oud burgemeestershuis, trekt telkens drie volle dagen uit om de circa 1.700 kavels te veilen. ,,Op de boedelveilingen verkopen we de laagste categorie spullen die we hier binnenkrijgen'', vertelt directeur en taxateur Wim Duiveman. ,,Het gaat om de lagere orde kunst en antiek, zoals meubels, goud en zilver, porselein en tapijten; bruikbare dingen die maximaal een paar honderd euro opleveren. Echt bijzondere dingen halen we eruit voor onze kunst- en antiekveilingen.''

De recessie lijkt geen vat te hebben op dit type openbare verkopingen. Duiveman: ,,Bij de kunst- en antiekveilingen gaat de verkoop minder vlot dan een jaar geleden, maar bij de boedelveilingen zijn de prijzen stabiel. Ook is het niet zo dat we meer klanten voor die goedkope spullen hebben nu het slecht gaat.''

De goederen zijn veelal afkomstig uit nalatenschappen. Maar ook mensen die kleiner gaan wonen, proberen spullen te verkopen op de boedelveilingen. ,,We nemen niet alles in'', legt Duiveman uit. ,,Het moet in redelijke staat zijn en wel enige waarde hebben.'' Veel verdient het Venduehuis niet aan de boedelveilingen, die per keer 100.000 tot 125.000 euro opleveren. Duiveman: ,,We leggen er geen geld op toe, maar er zit veel werk in. We taxeren de inboedel, halen de spullen op en stallen ze uit voor de kijkdagen. Soms verdienen we aan één schilderij op onze antiekveiling meer dan aan een hele boedelveiling.'' Toch houdt het Venduehuis deze veilingen in ere. Duiveman: ,,Onze filosofie is: `wat geveild kan worden, veilen we'.'' Om de kosten te drukken, houdt het Venduehuis de catalogus eenvoudig: een stapeltje gekopieerde vellen waarop alle goederen genummerd zijn. Richtprijzen ontbreken. ,,Dan zouden we alles moeten taxeren en dat kost te veel tijd'', aldus Duiveman.

Als op de derde veilingdag de kleine meubels aan de beurt zijn, wordt er flink geboden. Een oude schommelstoel met gaatjesmat gaat weg voor 100 euro, een donkere houten kapstok met goudkleurige haken doet 80 euro. Een paraplubak brengt 12 euro op. Een geheel verschoten gobelin gaat voor 50 euro weg. Drie kappersstoelen daarentegen komen niet verder dan 5 euro per drie. Ook voor bankstellen is weinig belangstelling vandaag: zowel de driezitter van lichtgroen velours als die met streepstofje gaat weg voor 2 euro. ,,Dat is 2 euro te veel'', mompelt een klant die tegen een bureautje aan de zijkant van de veilingzaal geleund staat. ,,Alle spullen moeten weg'', had Duiveman eerder uitgelegd. ,,Een bodemprijs is er niet. Lukt het niet, dan gaat het terug naar de eigenaar of naar de reiniging.''

De sfeer is informeel tijdens de veilingdagen. Wie even binnen wil lopen, is welkom en wie iets leuks ziet, kan zijn hand opsteken. Inschrijven is niet nodig. Diverse bezoekers nuttigen meegebrachte etenswaren. Op de achterste rij nemen twee klanten een laptopaanbieding uit de Wehkamp-catalogus door. Af en toe rinkelt de gsm van een handelaar die iets bespreekt met zijn achterban. De boedelveilingen worden bezocht door ,,de doorsnee van Nederland'', zoals Duiveman de klanten omschrijft. Van koopjesjagers tot handelaren en Haagse chic.

Peter Hardon, eigenaar van een antiekwinkel in de Haagse binnenstad, is een van de vaste klanten van de boedelveilingen. Hij zoekt vooral antiek en meubels. ,,Het leuke van zo'n veiling is dat je van tevoren niet weet wat je zult vinden.'' Dit keer heeft hij zijn oog laten vallen op onder meer een grote kast, een ets en een lamp. ,,Meestal zijn er zo'n twintig dingen die ik wel wil hebben. Maar ik koop er maar vijf, anders krijg ik te veel.'' Gemiddeld geeft hij zo'n 12.000 euro per jaar uit op boedelveilingen. Maar de vangst is deze keer mager, zegt hij na de veiling. De ets, een echte Jaap Drupsteen, is gelukt voor 15 euro. Maar qua meubels is het bij een toilettafeltje à 30 euro gebleven. ,,Het Engelse kabinet ging weg voor 1.100 euro, mijn limiet lag bij 1.000.''

Ook mevrouw Van Kampen heeft weinig geluk op deze veiling. Op de dag dat ze wilde bieden op twee Makkumer kommetjes moest ze naar een begrafenis en toen ze een dag eerder een bod uitbracht op een tinnen kan, werd ze over het hoofd gezien. ,,Ik zat helemaal achterin en toen heeft de veilingmeester me niet gezien. Ik had veel duidelijker met die catalogus moeten wapperen. Heel jammer van die kan, want die ging weg voor 25 euro.'' Bij de vorige veiling heeft ze ook op een tinnen kan geboden, ,,maar die moest 30 euro kosten, dat vond ik te duur. Er komt tenslotte nog 27,5 procent opgeld bij.'' Met de twee Perzische tapijten die mevrouw Van Kampen heeft ingebracht voor de veiling, heeft ze meer geluk: de één is verkocht voor 160 euro, de ander voor 130. ,,Ik vind het heerlijk om rond te kijken op de kijkdagen, maar tot nu toe is het nog niet gelukt om iets te kopen.''

Dit is het derde deel in een serie over veilingen