`Why me?'

Na maandenlang strategisch `stommetje spelen' werd minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer deze week gekozen tot NAVO-secretaris-generaal. Zijn kandidatuur was `niet aan de orde'. Maar op 24 juni benaderden de Verenigde Staten hem al, en op 3 september werd hij hun `voorkeurskandidaat'. Over een `Oscar-nominatie', het ontbijt bij president Bush en de angst voor de kus des doods. `Lie low is voorlopig 't beste.'

Het was rond zes uur maandagavond 2 juni, een dag voordat in Madrid de halfjaarlijkse bijeenkomst van NAVO-ministers van Buitenlandse Zaken zou beginnen. NAVO-secretaris-generaal George Robertson, die medio december opstapt, had de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer naar zijn suite genood in het vijf sterren Gran Melia Fenix Hotel, aan de Paseo de la Castellana, een van de verkeersaders van Madrid.

De Hoop Scheffer (55) had slechts een vermoeden waar Robertson hem over wilde spreken. Een paar weken eerder had zijn Spaanse collega-minister Ana Palacio hem opgebeld. Met een onverwachte vraag: ,,Wil jij niet secretaris-generaal van de NAVO worden?'' De Hoop Scheffer reageerde overdonderd. Hij was allerminst met zijn gedachten bij de NAVO-vacature. Hij was net voor de tweede keer in een jaar aangetreden als minister van Buitenlandse Zaken.

In Robertsons hotelsuite kregen directeur-generaal politieke zaken Hugo Siblesz, particulier secretaris Karel Hartogh en NAVO-ambassadeur Michiel Patijn het verzoek even op het balkon te gaan staan, met uitzicht op het stadscentrum. Binnen aan een ronde tafel kwam de Schotse NAVO-chef ter zake: ,,Je weet dat er wordt nagedacht over mijn opvolging. Ik vind dat jij de nieuwe secretaris-generaal moet worden.''

De Hoop Scheffer reageerde volgens ingewijden ,,zeer afhoudend''. Net als tegen Palacio noemde hij tegen Robertson de naam van zijn voorganger Jozias van Aartsen. Die suggestie bracht Lord Robertson niet op andere gedachten. Zeker, een jaar eerder op de begrafenis van oud-NAVO-secretaris-generaal Joseph Luns, had Robertson Van Aartsen begroet met de uitroep: ,,Kijk, daar is de volgende secretaris-generaal van de NAVO.'' En Robertson had Van Aartsen vorig jaar inderdaad eens gepolst voor het NAVO-chefschap.

Dit voorjaar hadden ook de Verenigde Staten interesse getoond voor de oud-VVD-minister. De Amerikaanse ambassadeur in Den Haag, Clifford Sobel, en de Amerikaanse NAVO-ambassadeur in Brussel, Nick Burns, peilden Van Aartsen afzonderlijk nadat Robertson zijn vertrek had aangekondigd in januari. Zelfs in het Witte Huis noemde een medewerker van nationaal veiligheidsadviseur Condoleezza Rice in mei nog Van Aartsen als kandidaat tegenover een bezoekende Europese diplomaat.

Maar bij Robertson en anderen zoals Palacio was Van Aartsen niet of niet meer in beeld, ook door toedoen van Van Aartsen zelf: hij was half mei een nieuw politiek leven als VVD-fractieleider begonnen, en wilde misschien over enkele maanden in een noodgeval, als de NAVO nog steeds geen opvolger had gevonden, de baan overwegen.

,,Ik denk niet aan je voorganger, maar aan jou'', zei Robertson tegen De Hoop Scheffer, voorheen CDA-fractieleider, diplomaat en particulier secretaris van vier ministers van Buitenlandse Zaken.

,,Why me?'', wierp De Hoop Scheffer tegen. ,,Ik ben net benoemd tot minister. Ik vind dat leuk. Er komt een Europees voorzitterschap aan in de tweede helft van 2004. Laat me maar mijn werk afmaken.''

Robertson, die zijn eigen opvolging zo snel mogelijk geregeld wilde zien, drong volgens ingewijden aan: ,,We vinden je goed, je bent een minister met gezag bij je Europese collega's. Europeaan. Atlanticus, maar aangetrokken door Europese idealen.'' Robertson was ,,aan het pushen'', zegt een van zijn adviseurs, omdat de naam van De Hoop Scheffer in diverse gesprekken, niet alleen met de Amerikaanse NAVO-ambassadeur Burns en de Britse NAVO-ambassadeur Sir Emyr Jones Parry, was gevallen.

Volgens diplomaten hadden Groot-Brittannië en de VS vrij snel hun blik gericht op Nederland, hun meest transatlantisch georiënteerde bondgenoot in de NAVO, wegens de brugfunctie die het zou kunnen vervullen. Daarbij speelden niet alleen de eigenschappen van eventuele kandidaten een rol, maar ,,misschien nog wel meer'' de transatlantische verhoudingen die waren verstoord door het conflict rond Irak. Binnen de NAVO waren Frankrijk, Duitsland en België dit voorjaar scherp tegenover de VS en Groot-Brittannië komen te staan in de aanloop naar de oorlog in Irak, met als inzet steun aan bondgenoot Turkije.

,,De internationale omstandigheden hebben bij deze benoeming nog meer meegewogen dan andere keren'', zegt een medewerker van Robertson. ,,De belangstelling voor Nederland kwam vooral van de Britten. Zij zijn samen met de Amerikanen meer dan andere landen de hoeders van NAVO-belangen, en concludeerden dat de volgende secretaris-generaal uit geen ander land kon komen dan Nederland. Juist na Irak was er een land nodig dat midden in Europa zit en goede relaties met de VS heeft. Nederland had zich gedeisd gehouden in het conflict rond Irak en was toch een bondgenoot van de VS gebleven.''

Bovendien vielen de meeste NAVO-landen op voorhand af, zeggen NAVO-diplomaten. De VS omdat zij al de militaire opperbevelhebber leveren; Canada omdat de NAVO dan zowel civiel als militair door een Noord-Amerikaan zou worden geleid; Griekenland en Turkije omdat zij elkaar zouden vetoën; Luxemburg en IJsland omdat ze te kleine lidstaten zijn; Polen, Hongarije en Tsjechië omdat zij geen geschikte of beschikbare kandidaat hadden en omdat het leiderschap van de alliantie nog te vroeg komt; Spanje omdat het net met Robertsons voorganger Solana een NAVO-chef heeft gehad, die nu bovendien Europa's buitenlandcoördinator is; Italië omdat het zelf al vrij snel minister van Defensie Martino als kandidaat had teruggetrokken; Groot-Brittannië omdat het net met Robertson aan de beurt is geweest; Duitsland omdat het bezuinigt op defensie en een moeizame relatie met de VS heeft als gevolg van `Irak'; Frankrijk omdat het geen deel uitmaakt van de geïntegreerde militaire NAVO-structuur en ook een moeizame relatie met de VS heeft door Irak; en België omdat het vóór Solana de vroegtijdig afgetreden Claes als NAVO-chef heeft gehad en eveneens een broze relatie met de VS heeft door zijn Irak-standpunt.

Zo bleven op papier Noorwegen, Denemarken, Portugal en Nederland over als logische leveranciers van de nieuwe NAVO-chef; de ,,wat dunne Nederlandse defensie-uitgaven'', zoals een NAVO-diplomaat het enigszins zuur noemt, waren daarbij geen struikelblok. Maar ondanks het geruchtencircuit waarin ook de Deense oud-premier Rasmussen en de Poolse president Kwasniewski figureerden, waren er in juni in `Madrid' nog slechts twee echte kandidaten: de Noorse minister van Defensie Krohn Devold en de Portugese eurocommissaris Vitorino (Justitie, en oud-minister van Defensie). Toen al, maar later nog meer, bleek dat het moeilijk werd om over beiden de vereiste consensus te bereiken onder de negentien lidstaten.

Krohn Devold was in Europese ogen te zeer een bondgenote van de haviken op het Pentagon en afkomstig uit een land dat geen lid is van de Europese Unie. Vitorino gold in Amerikaanse ogen als te weinig transatlantisch en te Europees. ,,Het waren niet de kandidaten waar de VS, Robertson en anderen op zaten te wachten. Zij wachtten eigenlijk op een Nederlandse kandidaat. Maar die kwam niet. Nederland was niet happig'', zegt een adviseur van Robertson.

Robertson kwam niet toevallig bij De Hoop Scheffer uit, menen NAVO-diplomaten. De Nederlander mocht dan relatief weinig ervaring hebben als minister, in zijn nog korte bewindsperiode had hij aangetoond dat hij ook in gespannen internationale verhoudingen met alle bondgenoten op goede voet bleef en geen enkel land van zich vervreemdde. ,,Hij heeft in die korte tijd indruk gemaakt. Hij kan meer dan alleen maar van een blaadje oplezen'', zegt een hoge NAVO-diplomaat. ,,Hij heeft intelligent geopereerd in Irak. Hij heeft de brief van de acht landen niet ondertekend, die voor de oorlog hun steun aan president Bush uitspraken en geen ruzie met de Fransen gemaakt. Maar tegelijkertijd heeft hij de Amerikanen politiek gesteund in een moeilijke formatie met de PvdA in Nederland. Hij komt uit een land in West-Europa dat met niemand problemen heeft.''

De Hoop Scheffer en zijn medewerkers voorzagen dat na Robertsons aanzoek menig NAVO-collega vanaf nu op hem zou gaan letten. En dat gebeurde ook. Robertson had de volgende ochtend voor de vergadering nog korte gesprekken met de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Dominique de Villepin, de Duitse minister Joschka Fischer en de Amerikaanse onderminister Marc Grossman, die minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell verving wegens vredesoverleg in het Midden-Oosten. Even later begroette De Villepin De Hoop Scheffer bij het binnenkomen van de vergaderzaal grijnzend met: ,,Bonjour, monsieur le Secrétaire Général.'' Waarop De Hoop Scheffer volgens ingewijden antwoordde: ,,Dominique, tu rigoles [dat meen je niet serieus]!''

Verscheidene NAVO-ministers, zeggen diplomaten, volgden de Nederlander die dag met meer dan gewone belangstelling tijdens zijn toespraak: doet-ie veel uit zijn hoofd, of niet? Het Nederlandse idee om een rol voor een NAVO-stabilisatiemacht in het Midden-Oosten te overwegen kreeg in de vergadering spontaan navolging van de Deense, Noorse en Griekse ministers en NAVO-chef Robertson. Toeval of niet, het was een opvallende oogst voor Nederland en voor iets dat eigenlijk niet meer dan een losse suggestie was.

Robertsons medewerkers begonnen inmiddels het gerucht over De Hoop Scheffer te verspreiden. Diezelfde dag zei een NAVO-diplomaat in de wandelgangen van het Madrileense congrescentrum tegen deze krant: ,,Uw minister wordt als opvolger genoemd van Robertson.'' Boven op een brug in de betonnen vergaderkolos, tussen bevallige en hooggehakte hostessen in rode stewardess-mantelpakjes, drentelden medewerkers van De Hoop Scheffer druk heen en weer. De ontkenning van hun minister tegenover journalisten kwam snel en met veel aplomb: ,,Er is geen Nederlandse kandidaat.''

Het was een simpele en oprechte ontkenning. Maar die zou snel uitgroeien tot een strategische en efficiënte ontwijking, waarachter De Hoop Scheffer de daaropvolgende weken en maanden comfortabel kon wegduiken als hem naar zijn kandidatuur werd gevraagd. De minister wilde eerst eens wachten of deze ,,Oscar-nominatie'', zoals hij het in kleine kring noemde, echt serieus zou worden en of de grote lidstaten, en vooral de VS, echt belangstelling voor hem hadden. Daar was in Madrid nog geen aanwijzing voor: in het gesprek met de Amerikaanse onderministers Grossman en Jones vroegen zij niet naar zijn beschikbaarheid voor de NAVO-baan, zeggen bronnen.

De Nederlandse terughoudendheid had volgens diplomaten twee redenen. ,,Dit komt te vroeg voor Jaap. Hij is net aangetreden. En premier Balkenende zal hem niet graag laten gaan, want die steunt zwaar op hem. Balkenende heeft dan een probleem. Wie moet hem opvolgen? Balkenende kan niet naast een nieuwe minister ook nog een nieuwe fractievoorzitter kiezen, als [ex-buitenlandwoordvoerder] Maxime Verhagen Jaap zou opvolgen'', vatte een Nederlandse diplomaat de situatie in juni samen.

Bovendien had het echec met oud-CDA-premier Lubbers in 1995, die zich officieel kandidaat had gesteld voor de baan van NAVO-chef, de minister doordrongen van de risico's van een met veel kabaal en publiciteit omgeven kandidatuur. Wie zich publiekelijk kandidaat stelt, verwachtingen wekt en de baan niet krijgt, kan niet zonder gezichtsverlies de aftocht blazen. ,,Lie low [stil zitten] is voorlopig het beste voor Jaap'', zei een Nederlandse diplomaat in juni.

Naar buiten toe betekende dit: stommetje spelen. De niet-kandidatuur kwam de minister op aanhoudende vragen en grappen te staan. Volgens een ingewijde sloeg NAVO-chef Robertson De Hoop Scheffer eind juni bij een diner tijdens de Europese top in Thessaloniki op zijn schouders met de uitroep: ,,Nu hebben we een kandidaat die geen kandidaat wil zijn.''

Inmiddels had de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld, medio juni de twee publieke kandidaten ontmoet in de marge van een NAVO-vergadering in Brussel: zijn Noorse collega Krohn Devold en de Portugese eurocommissaris Vitorino. Rumsfeld vond Vitorino niet geschikt, maar moest inzien dat zijn aanvankelijke favoriet Krohn Devold onvoldoende steun van andere landen genoot.

De stem van NAVO-grootaandeelhouder Washington is ,,doorslaggevend'', wist een koor van diplomaten. Maar zou de Amerikaanse regering net als over Irak en andere internationale kwesties ook hierover niet verdeeld raken, met enerzijds het hardline Pentagon en anderzijds het meer gematigde State Department? ,,Nederland heeft de baan voor het oprapen. Steun van het State Department zal wel komen, want Jaap kan goed overweg met Colin Powell. Maar het hangt af van Rumsfeld. Wat wil hij?'', zei een Nederlandse topdiplomaat eind juni. Een Britse NAVO-diplomaat terugblikkend: ,,De zaak is een tijdje opgehouden. Het State Department was aan boord, maar het Pentagon nog niet. Dat kwam doordat Rumsfeld De Hoop Scheffer nog niet had gezien.''

Tijdens de zomer groeide de belangstelling binnen de NAVO voor De Hoop Scheffer. Steeds meer landen vroegen informeel naar zijn bereidheid om zich kandidaat te stellen of zegden al steun toe. Zo stelde zijn Italiaanse collega Frattini hem op 23 juni tijdens een bezoek aan de Villa Madama in Rome zijn steun in het vooruitzicht als hij zou overwegen zich kandidaat te stellen, zeggen diplomaten. In steeds meer diplomatieke circuits in Den Haag, Brussel en elders zong zijn naam rond.

Nederland deed niets, Nederland wilde niets. Althans, zo verzekerden naaste medewerkers van de minister: ,,Jaap wil niet. Hij is net begonnen als minister.'' De atlanticus in De Hoop Scheffer wist dat alle avances nog redelijk vrijblijvend waren, zolang de VS niet bij hem hadden aangeklopt.

Maar op dinsdag 24 juni kwam het eerste concrete signaal dat de Amerikaanse regering hem op het oog had. Op een `zomerborrel' thuis bij plaatsvervangend directeur-generaal politieke zaken Herman Schaper zei ambassadeur Sobel volgens ingewijden tegen De Hoop Scheffer: ,,De Amerikaanse regering is geïnteresseerd in uw persoon. Maar we gaan u niet de kus des doods geven, we komen niet met onze interesse naar buiten, want dan bent u weg als kandidaat.''

Een van de belangrijkste redenen voor de Amerikaanse steun die Sobel, zeggen diplomaten, later nog herhaaldelijk zou noemen was:

Vervolg op pagina 24

'Why me?'

Vervolg van pagina 23

,,U bent de man die ervoor verantwoordelijk is dat Nederland, tijdens een zeer moeilijke kabinetsformatie met de PvdA, de positie heeft ingenomen van politieke steun aan de VS voor Irak.'' Voor Nederlandse diplomaten en De Hoop Scheffer was het duidelijk dat Sobel handelde op instructie van Washington.

Sobels aanpak spoorde met die van De Hoop Scheffer. Amerikaanse steun was cruciaal, maar mocht niet luid worden verkondigd. De Hoop Scheffer, zo liet hij ingewijden weten, was bang ,,de Amerikaanse kandidaat'' te worden, die dan vervolgens zou worden geblokkeerd door Frankrijk of Duitsland. Nadat Ruud Lubbers in 1995 was getorpedeerd door de VS, had Frankrijk immers de Amerikaanse favoriet, de Deen Ellemann-Jensen, afgewezen.

Alleen al de indruk dat De Hoop Scheffer de favoriet van de Amerikanen was, ook als hij het niet zou worden door gebrekkige steun van andere landen, kon zijn ministerschap beschadigen: dan zou hij voortaan worden nagewezen als het vriendje van Washington. Zo groeide het besef bij De Hoop Scheffer in de maanden na `Madrid' dat uit zelfbescherming hij alleen officieel kandidaat kon worden als er in de NAVO consensus was over zijn benoeming, ja, als het achter de schermen eigenlijk al allemaal beklonken was.

Een belangrijk moment waarop de NAVO-vacature vermoedelijk ter sprake ging komen, was het kennismakingsbezoek van premier Balkenende en minister De Hoop Scheffer aan president Bush begin september. Een paar dagen voor dat bezoek, eind augustus, zei De Hoop Scheffer in kleine kring in een Haags restaurant: ,,Ik wil nu echt niet. Ik wil nog doorgaan met het ministerschap. Dat vind ik veel te leuk.'' Maar hij toonde zich volgens ingewijden ook een realist: ,,Als andere landen mij willen, en daar zitten de groten bij, dan kan ik de baan niet weigeren. Het zou merkwaardig zijn, als ik het zou weigeren. De trein komt maar één keer voorbij.''

De Hoop Scheffer maakte zich in kleine kring al zorgen over zijn opvolging: de nieuwe minister moet ook het EU-voorzitterschap in de tweede helft van 2004 tot een goed einde kunnen brengen. Veel namen kon hij niet bedenken.

Eén ding had hij zich voorgenomen: de Nederlandse regering wilde volgende week bij president Bush hoe dan ook de zorgwekkende toestand in Irak aankaarten en met name de noodzaak om de operatie zo snel mogelijk te internationaliseren en de Verenigde Naties een grotere rol te geven. Balkenende en hij zouden dat onderwerp niet opeens anders presenteren om maar niet eventuele kansen op een NAVO-baan te verspelen.

De Hoop Scheffer ging nog steeds betrekkelijk onbevangen naar Washington: of het allemaal zo ver zou komen stond voor hem allerminst vast. Geen enkele regering had officieel haar steun voor hem uitgesproken. In hoeverre de Amerikaanse regering het bezoek zag als een solliciatiegesprek voor de NAVO-baan, was hem niet duidelijk. Hij had er vermoedens over, maar geen zekerheid. De NAVO-vacature was volgens diplomaten in het voorbereidende gesprek met Sobel niet eens meer ter sprake geweest.

Voorts ging een ontmoeting met minister van Defensie Rumsfeld, die een zware stem in het kapittel heeft, toch niet door, ook al was daar eerder sprake van; later bleek dit het gevolg van een misverstand. Rumsfeld liet zich nu vertegenwoordigen door zijn plaatsvervanger Paul Wolfowitz, een van de drijvende krachten achter de oorlog tegen Irak. De Hoop Scheffer had Wolfowitz een keer of drie ontmoet, een contact dat hij had overgenomen van zijn voorganger Van Aartsen. Diplomaten hadden ,,een goede chemie'' tussen De Hoop Scheffer en Wolfowitz gesignaleerd: ze konden goed met elkaar ,,debatteren''.

Op 2 september wist de minister snel hoezeer de Amerikaanse regering in hem geïnteresseerd was. Meteen al bij het eerste gesprek in Washington wist hij dat het haar ernst was. Nadat Wolfowitz hem voor de ingang van het Pentagon met de gebruikelijke militaire erehaag had ontvangen, kreeg de minister in diens werkkamer op de eerste verdieping het gevoel ,,een soort test'' te ondergaan, zoals hij later tegen zijn medewerkers zei. Wolfowitz, bijgestaan door onderminister Crouch, nam hem een vraaggesprek af, met in de woorden van een diplomaat als kernvraag: ,,Wat wil die vent met de NAVO en uit welk hout is-ie gesneden?''

Wolfowitz vroeg De Hoop Scheffer naar zijn visie op de toekomst van de alliantie, naar de uitbreiding van de NAVO, de opzet van de snelle aanvalsmacht van de NAVO, de missie in Afghanistan, Irak, de militaire samenwerking met de EU, en de posities van Frankrijk en Duitsland, die eind april nog met België en Luxemburg de `pralines-top' hadden belegd over Europese defensiesamenwerking, ja, naar wat eigenlijk niet.

De Hoop Scheffer schetste zijn toekomstbeeld van de NAVO: de alliantie moet de zeven nieuwe lidstaten vanaf volgend jaar op een goede manier integreren, de in 2002 in Praag aangegane verplichting tot versterking van het militair vermogen nakomen, verder gaan op de weg van crisisbeheersing en meewerken aan een Europese defensie die `complementair' is aan de NAVO.

Wolfowitz liet de belangrijkste vraag niet achterwege: ,,Heeft u belangstelling voor de baan van secretaris-generaal?'' De Hoop Scheffer zei dat als de belangstelling van andere landen serieus was, hij bereid was erover na te denken.

Volgens diplomaten fungeerde Wolfowitz als ,,voorverkenner'' van president Bush en slaagde De Hoop Scheffer in Amerikaanse ogen met ,,vlag en wimpel''. Wolfowitz reageerde tevreden. Later, aldus ingewijden, kregen de Nederlanders te horen dat ook minister Rumsfeld zijn zegen aan De Hoop Scheffer had gegeven: ,,Als Paul Wolfowitz het goed vindt, vind ik het ook goed.''

Toen de Nederlandse premier en minister de volgende ochtend rond zeven uur in het Witte Huis de Oval Office betraden, waren ze verrast hoe zwaar de Amerikaanse regering vertegenwoordigd was. Behalve president Bush, nationaal veiligheidsadviseur Rice en vice-president Cheney was onverwachts ook minister van Buitenlandse Zaken Powell aanwezig; en dat terwijl De Hoop Scheffer Powell 's middags nog apart zou ontmoeten. Of het nu een ballotagecommissie was of niet, weinig tot geen buitenlandse regeringsdelegatie krijgt zo'n ontvangst in Washington. Het deed de adrenaline bij de Nederlanders sneller stromen.

Het ontbijt, dat zo'n vijf kwartier zou duren, had plaats in een betrekkelijk kleine zijkamer bij de Oval Office. Bush en Balkenende zaten volgens diplomaten ieder aan het hoofd van de tafel. Daarop stonden roereieren, fruitsap, thee en een kartonnen pak cereals, waaruit president Bush putte.

Bush ging de onderwerpen langs zonder notities te gebruiken: van Irak tot de NAVO. De Nederlandse regering drong inderdaad aan op het internationaliseren van de bezettingsoperatie en het vergroten van de VN-rol in Irak. Maar dat was allerminst controversieel: een dag eerder had Bush al besloten daarvoor een gang naar de VN te maken.

De Hoop Scheffer kreeg voor een toekomstbeeld van de NAVO het woord: niet erg gebruikelijk voor een buitenlandse minister aan tafel bij de Amerikaanse president. Zonder omhaal kwam de NAVO-vacature ter sprake. Volgens diplomaten wilde Bush na de eerdere `voorverkenning' door Wolfowitz zeker weten dat Nederland geen `nee' zou zeggen, mochten de VS hem steunen en de kandidatuur echt een feit worden. Bush vroeg, zeggen ingewijden, De Hoop Scheffer op de man af: ,,Wilt u secretaris-generaal van de NAVO worden?''

Op zo'n directe vraag van de president van de Verenigde Staten was alleen volstrekte openheid gepast, besefte de minister. Zijn antwoord was duidelijker dan het tot nu toe tegen iedereen was geweest: ,,Als er consensus is, dan ben ik bereid.'' De minister maakte duidelijk dat hij nooit op voorhand de officiële kandidaat zou worden, met als risico te worden afgebrand bij ontbrekende consensus.

De Amerikaanse en Nederlandse regeringstop spraken af dat van het gesprek niets naar buiten zou komen wat een eventuele kandidatuur van De Hoop Scheffer in gevaar kon brengen. De Nederlandse delegatie leidde buiten de wachtende journalisten om de tuin. Op de vraag of er gesproken was over de kandidatuur van De Hoop Scheffer, zei Balkenende: ,,Dat is niet aan de orde.'' De Hoop Scheffer noemde ,,het geen issue''. In strikte zin misschien geen leugen, maar ,,het stommetje spelen begon nu wel ingewikkeld te worden'', aldus een Nederlandse diplomaat.

Diezelfde middag, 3 september, sprak De Hoop Scheffer drie kwartier afzonderlijk met zijn Amerikaanse collega Powell op het State Department. ,,Jij bent onze voorkeurskandidaat'', zei Powell tegen De Hoop Scheffer. Powell vertelde volgens diplomaten dat hij die ochtend zijn Britse, Spaanse, Franse en Duitse collega's, Straw, Palacio, De Villepin en Fischer, telefonisch had meegedeeld dat De Hoop Scheffer de Amerikaanse `voorkeurskandidaat' was.

De Amerikaanse regering wilde zich, zeggen ingewijden, nog niet volledig aan de Nederlander ,,committeren''. Daarmee behield zij ,,manoeuvreerruimte'' om later eventueel een andere kandidaat te steunen, mocht er geen consensus over De Hoop Scheffer in Europa komen. Buurland Canada had de naam van vice-premier en minister van Financiën John Manley nadrukkelijk in omloop gebracht. En het was nog niet helemaal zeker hoe die kandidatuur binnen de NAVO viel. Het enthousiasme leek beperkt. De secretaris-generaal komt traditioneel uit Europa terwijl de militaire opperbevelhebber een Amerikaan is. Twee Noord-Amerikanen op de bok in deze nog broze transatlantische verhoudingen na Irak zou te veel zijn. Maar de VS wilden Manley zeker niet op voorhand schofferen.

De Hoop Scheffer was gevleid door de Amerikaanse steun. Tegenover de buitenwereld hield hij zich dan nog steeds van de domme, in werkelijkheid was zijn houding van zeer afhoudend omgeslagen in ,,zeer geïnteresseerd''. Tegelijkertijd bleef hij passief volgens ingewijden en dacht: laat anderen de campagne maar doen. Een voor Nederland ongekende luxe-positie, gezien de campagnes die vorige Nederlandse regeringen voerden voor Lubbers (NAVO) en Pronk (UNHCR). Van enig lobbywerk was nu geen sprake. ,,Wij liggen plat op het maaiveld. Er zijn floormanagers die voor ons het werk doen. En die laten ons wel weten wanneer alle grasjes in dezelfde richting wuiven'', zei een hoge Nederlandse diplomaat.

Wie voor De Hoop Scheffer in Europa de campagne moest voeren was duidelijk: niet de Amerikaan Powell, maar de Brit Straw en de Spaanse Palacio. Dat leek Powell volgens diplomaten de beste aanpak. De Hoop Scheffer wilde immers niet, zoals hij Powell had gezegd, ,,de Amerikaanse kandidaat'' zijn. Straw zou vooral proberen in Europa consensus te smeden, met Frankrijk en Duitsland. Palacio zou onder meer Italië en Portugal voor haar rekening nemen, al steunde Italië De Hoop Scheffer zonder moeite.

De Nederlandse delegatie verliet Washington met de zekerheid dat de regering-Bush De Hoop Scheffer wilde, maar nog niet met de zekerheid dat het kabinet een minister zou kwijtraken. Het zou nog drie weken duren voordat er helderheid was, luidde de inschatting. Er was nog geen consensus binnen de NAVO. ,,Daarvoor is het te vroeg in de procedure'', zei een diplomaat. Volgens deze bron kreeg premier Balkenende pas het gevoel dat hij De Hoop Scheffer zou kwijtraken in de dagen daarop, toen de consensus snel vorm begon te krijgen.

Donderdag 4 september keerde De Hoop Scheffer terug uit Washington, vrijdag 5 september reisde hij naar Riva del Garda in Italië voor een vergadering met zijn EU-collega's. Veel ministers spraken hem aan op zijn mogelijke NAVO-kandidatuur. De Duitser Fischer vroeg De Hoop Scheffer op vrijdag: ,,Wie geht es mit der NATO?'' Tot een gesprek kwam het toen niet. Fischer kwam er zaterdag op terug en zei: ,,Ich finde das NATO-Projekt eine gute Idee.'' Maar Fischer had nog niet met bondskanselier Schröder gesproken.

Echte fouten waren er niet. Hoogstens een enkel publicitair schoonheidsfoutje, zoals NAVO-chef Robertson die op afscheidsbezoek in Den Haag twee weken geleden te dicht in de buurt van een tv-camera kon verschijnen en De Hoop Scheffer prees als een ,,zeer goede opvolger''. Robertson, doortastend als altijd, hield zich niet aan de geheimhouding waarmee de benoeming van een NAVO-chef van oudsher gepaard gaat. Hij leek een voorkeur uit te spreken en zich publiekelijk te bemoeien met zijn opvolging. Later liet Robertson zich alsnog eveneens lovend uit over Manley.

Twee weken geleden dacht de kring rond De Hoop Scheffer dat inmiddels zo'n ,,twaalf, dertien landen'' van de negentien hem steunden. Daar kwam de publieke steun van België nog bij en de officiële terugtrekking van de Noorse minister Krohn Devold, die daarbij haar steun uitsprak voor een NAVO-chef uit Nederland. Maar de posities van Frankrijk en Duitsland waren nog steeds niet duidelijk.

Bij de NAVO was de Tsjechische ambassadeur, Karel Kovanda, als langst zittende permanente vertegenwoordiger intussen begonnen aan zeer vertrouwelijke consultaties met zijn collega's. De Tsjech hield daarvan de Nederlandse NAVO-ambassadeur Patijn op de hoogte. ,,De Tsjech is aan het optellen en aftrekken'', zei een diplomaat. Kovanda werd daarin ook bijgestaan door de Amerikaanse NAVO-ambassadeur Nick Burns, die al eerder aan Nederlandse diplomaten had laten weten: ,,Ik wil tempo blijven maken.'' Consensus kan immers ook weer snel verdampen, was de Amerikaanse redenering.

De internationale lobby leidde de afgelopen drie weken tot druk telefoonverkeer, dat grotendeels buiten Nederland omging. Zijn Britse collega Straw en Amerikaanse onderministers praatten De Hoop Scheffer en zijn medewerkers tussendoor telefonisch bij over de groeiende consensus. ,,Maar we weten niet wie met wie belt. We krijgen ook niet Straw elke dag aan de lijn'', zei een hoge Haagse diplomaat.

De VS voerden intensief overleg met de Britten, maar deden geen enkele publieke uitspraak. Powell ontving twee weken geleden zijn Canadese collega Graham, die te horen kreeg dat de VS een voorkeur hadden voor De Hoop Scheffer boven Manley, zo weten diplomaten. Na afloop presenteerde Graham de kandidatuur van Manley zeer bescheiden: ,,Het is vooral een kwestie van of zich Europese consensus aan het ontwikkelen is of niet. Op dit moment is het niet duidelijk. Dus heb ik aangegeven dat meneer Manley beschikbaar is, als hij gevraagd wordt.'' Een Canadese diplomaat zei: ,,Het is logisch dat de VS een Europese kandidaat willen: zij hebben nu vrienden nodig in Europa.''

Maar hoe zat het nu met de andere grote landen, Duitsland en vooral Frankrijk, zo vroegen diplomaten zich steeds meer af. Een hoge NAVO-diplomaat zei twee weken geleden: ,,Er zal nu wel heel snel consensus komen. Als de VS hun mind opmaken, en dat hebben ze kennelijk gedaan, dan moeten anderen ook hun mind opmaken. Zelfs de Fransen zullen het prachtig vinden als De Hoop Scheffer het wordt.''

Kritiek dat de Nederlander wat Irak betreft te gemakkelijk achter de Amerikanen zou zijn aangelopen, wordt door de Franse diplomatie niet onderschreven. ,,Het grote voordeel van De Hoop Scheffer is ook dat hij een onbeschreven blad is'', zegt een hoge NAVO-diplomaat. ,,Nederland staat binnen de EU bekend als een voorstander van het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid. Verder zijn de Fransen ook heel blij dat Nederland niet de brief heeft ondertekend van de acht Europese landen, die voor de oorlog in Irak hun steun voor president Bush uitspraken.''

Bovendien zijn de contacten van De Hoop Scheffer met zijn Franse collega De Villepin volgens diplomaten ,,zeer goed''. Ze hebben niet geleden onder de oorlog in Irak, die Nederland steunde en nog steeds steunt, met troepen. De contacten hebben zelfs niet geleden onder een voor sommige diplomaten fameus telefoongesprek, waarin De Villepin zijn emoties zozeer de vrije loop liet dat De Hoop Scheffer af en toe de hoorn van zijn hoofd moest houden.

Zo bezocht De Hoop Scheffer in mei van dit jaar Parijs, waar hij de commissie Buitenlandse Zaken van de Assemblée toesprak, een niet-alledaags forum voor een Nederlandse minister. Hij hield er ook met De Villepin een Nederlands-Franse Samenwerkingsraad ten doop en gaf een persconferentie in het Frans. Ook het optreden van het Nederlands Danstheater bij die gelegenheid viel in zeer goede aarde bij De Villepin en diens echtgenote, die het goed kon vinden met mevrouw Jeannine de Hoop Scheffer, docent Frans van beroep. Deze details van de twee francofiele Nederlanders schraagden later de kansen van De Hoop Scheffer, toen hij in beeld kwam voor de NAVO.

Maar Frankrijk had intussen nog niets van zich laten horen, terwijl Duitsland alleen op ministersniveau bij monde van Fischer steun had uitgesproken. Wat vonden de Franse president Chirac en de Duitse bondskanselier Schröder? Nederlandse pogingen op diplomatiek niveau richting beide hoofdsteden, tevens het enige werk dat Nederland voor deze benoeming verrichtte, brachten niet meteen duidelijkheid.

Op vrijdag 12 september bezocht de Franse ambassadeur in Den Haag, Anne Gazeau-Secret, De Hoop Scheffer met een dringende boodschap van minister De Villepin naar aanleiding van een foutief bericht in de Franse en Nederlandse pers. Frankrijk zou het prettig vinden als er consensus rond De Hoop Scheffer zou komen, deelde zij mee. Het was geen teken van enig protest maar ook niet van volledige steun, taxeerden diplomaten.

De Nederlandse regering hield intussen steeds meer rekening met het vertrek van De Hoop Scheffer. Maar vorige week maandag was hijzelf tegenover medewerkers nog voorzichtig over zijn kansen: ,,Ik wil er zelfs nu nog niet aan. Waarom houden de Canadezen Manley in de lucht? Ik ben er nog niet zo zeker van.'' De Franse en Duitse positie bleef onduidelijk. Zouden Frankrijk en Duitsland dan toch een `dubbele agenda' volgen, vroegen Nederlandse diplomaten zich af.

Maar een paar dagen later bleef de minister niet onberoerd onder de toenemende waarschijnlijkheid van zijn benoeming. Een naaste medewerker die hem medio vorige week opbelde met de tijding dat het nu snel kon gaan, proefde een zekere gespannenheid in zijn stem toen De Hoop Scheffer uitriep: ,,Oefff!''

Een vergadering van de NAVO-ambassadeurs om de consensus vast te stellen ging vorige week niet door om ,,de Canadezen een paar dagen de kans te bieden Manley terug te trekken''. Diplomaten taxeerden dat daarmee samenhing dat Frankrijk nog geen definitief groen licht had gegeven: om de francofone bondgenoot Canada een elegante aftocht te bieden en niet voor het hoofd te stoten met een stem voor Nederland.

De Duitse steun kwam alsnog snel. Ook bondskanselier Schröder steunde De Hoop Scheffer. ,,De kandidatuur van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken is zeker veelbelovend'', zei Schröder vorige week donderdag op een persconferentie met Chirac. De Franse president stond er naast, maar hield zich op de vlakte. Hij zei dat de Franse keuze ,,zeker dezelfde'' zal zijn als die van Duitsland.

Zo bleef bij de NAVO eind vorige week het grote wachten op de terugtrekking van Manley. ,,Als dat gebeurt, vallen de Fransen vanzelf in de vouw'', voorspelde een hoge NAVO-diplomaat. Ook De Hoop Scheffer heeft volgens ingewijden nooit gedacht dat ,,Frankrijk de spelbreker zou zijn''.

Het verlossende woord kwam begin deze week. De Canadees Manley trok zich in het weekeinde terug, nadat hem was gebleken dat er zeer vergaande consensus over De Hoop Scheffer was. Een informele en vervolgens formele bijeenkomst van de NAVO-ambassadeurs leidde maandag tot de benoeming van de Nederlander. Canada en Frankrijk sloten zich ,,probleemloos'' aan bij de rest, zegt een hoge NAVO-diplomaat.

In de marge van de Algemene Vergadering van de VN in New York kreeg De Hoop Scheffer deze week talloze felicitaties van leiders. Zijn Europese collega-ministers ontvingen hem bij een ontbijt met applaus. Hetzelfde gebeurde bij een Afghanistan-bijeenkomst, waarbij collega's uit Pakistan, Oezbekistan, Turkmenistan en China mee applaudisseerden. Powell maakte bij een vergadering met beide handen in elkaar verstrengeld een overwinningsgebaar naar De Hoop Scheffer, terwijl De Villepin hem begroette met: ,,Bravo Jaap!'' Wie in de diplomatenlounge bij de VN, met uitzicht op de East River, de Canadese minister Graham tegenkwam, zag geen teleurstelling: ,,Jaap is een zeer goede minister. Wij begrijpen waarom het een Europeaan is geworden.''

Nederland levert na Dirk Stikker [1961-1964] en Joseph Luns [1971-1984] voor de derde keer een NAVO-secretaris-generaal in de 54-jarige geschiedenis van de alliantie. Jaap de Hoop Scheffer verhuist later dit jaar van de Van Diepenburchstraat in Den Haag naar Square du Bois in Brussel, een door een hefboom afgesloten enclave van kapitale panden waarvan er één zijn residentie wordt. Nog geen twee jaar nadat hij op 1 oktober 2001 door een leiderschapscrisis voortijdig opstapte als CDA-fractieleider, treedt hij nu voor vier jaar toe tot de rangen van de wereldleiders.