Trots op zijn frisse ideeën

De Iraakse regeringsraad, voornamelijk bestaand uit ex-ballingen, probeert zich te ontworstelen aan de greep van Amerika, zijn peetvader. `Laat het aan de Irakezen over.'

Iedere dag rond één uur 's middags wordt een groots feestmaal aangericht in het gebouw waar de Iraakse regeringsraad in Bagdad zetelt. Afgevaardigden, westerse adviseurs en tientallen lijfwachten scheppen hun borden vol met verschillende soorten vlees, rijst, fruit, yoghurt en taartjes. Aan de tafels wordt druk gesproken. Hier gaat het over gewichtige zaken. Chaotisch Irak met z'n bomaanslagen, ontvoeringen en gangsters ligt zeker vijf controleposten en 2.000 meter betonnen muur verderop. In dit rustpunt verkennen de 25 leden van de door de Amerikanen aangestelde regeringsraad hun pas verkregen macht.

Vandaag staat er een belangrijk punt op de agenda: het verbannen van de Arabische tv-kanalen Al-Jazira en Al-Arabiya uit Irak. De zenders zouden zich onverantwoordelijk gedragen en negatief over de raad berichten. ,,Ze plaatsen ons constant in een kwaad daglicht'', zegt raadslid Mowaffak al-Rubaie. Daarnaast vragen hij en de andere leden zich af hoe het kan dat de zenders vaak exclusieve beelden van aanslagen hebben. Hebben ze soms voorkennis? ,,We gaan ze heel hard straffen'', voorspelt Rubaie. Het wordt uiteindelijk een schorsing van 15 dagen.

Zich inzetten voor Irak is een levenstaak voor de meeste leden van de door Amerika benoemde raad. Ze zijn grotendeels afkomstig uit diverse Iraakse ballingenpartijtjes en kennen elkaar uit Londen en Washington, waar ze vaak decennia hebben gewoond. Velen van hen zijn familie van elkaar. Hun teleurstelling was groot toen op een ballingenconferentie in februari van dit jaar in Noord-Irak bleek dat de Amerikanen niet van plan waren hen meteen een interim-regering te laten vormen. Dit om groepen binnen Irak niet op voorhand uit te sluiten van inspraak.

In de chaotische dagen na de val van Bagdad trokken de verschillende partijtjes door de stad om met spuitbussen hun naam op overheidspanden te schrijven, om de anderen te laten weten door wie de gebouwen waren bezet. Het was vaak nog even zoeken naar de mooiste panden in de stad, die in de jaren na hun vertrek zo was veranderd. Hoe meer panden, hoe groter de machtsbasis in het nieuwe Irak.

Op 13 juli presenteerde de hoogste Amerikaanse civiele bestuurder, Paul Bremer, de regeringsraad, die in etniciteit en religie de samenstelling van Irak weerspiegelt. De meerderheid, 13 leden, is shi'itisch, en er zijn vijf sunnieten, vijf Koerden, één Turkmeen en één Assyriër. De raad beslist met meerderheid van stemmen en Bremer heeft een veto.

De raad had weken nodig om een roterend voorzitterschap van negen leden te kiezen. Nog enkele weken ruziën later presenteerde hij een kabinet dat uitvoerende taken heeft. Zonen, ooms en neven kregen ministerposten toegeschoven. De nieuwe minister van Olie is een zoon van het shi'itische lid Mohammed Barul Ulum. Minister van Buitenlandse Zaken Hoshyar Zebari is oom van Koerdische strijdheer en raadslid Massoud Barzani. Minister van Handel Ali Allawi is een neef van twee seculiere shi'itische raadsleden, Iyad Allawi en Ahmed Chalabi.

De raad is sinds de oprichting voornamelijk met interne problemen bezig geweest. En: ,,Ze zitten erg veel in het buitenland'', zegt een diplomaat. Op straat wacht hun nog een lange taak om harten en geesten te winnen. ,,Het is een groep mensen die op tanks is meegereden om ons te gaan regeren. Er wordt gewoon één regime door eenzelfde vervangen'', zegt de werkloze ex-militair Thamer Rashid.

Voor de lunch wordt er in het raadsgebouw gebeden door enkele shi'itische raadsleden. Hoewel het gebed vijf keer achter elkaar moet worden gedaan, doen sommigen het wel 20 keer. Het is goed als de achterban weet dat de leden godvrezend zijn. Bewonderend kijken de chauffeurs en lijfwachten toe.

De afgelopen weken is het zelfvertrouwen van de raadsleden gegroeid. Het is een misvatting dat ze als voormalige ballingen hun contact met het land zouden hebben verloren, vindt raadslid Rubaie, een shi'iet. Integendeel, de Irakezen zijn juist gebaat bij hun frisse ideeën. ,,Saddam Hussein heeft dit land in 35 jaar passief gemaakt. Wij moeten de Irakezen leren wat democratie is.''

Een van hun opvattingen is dat de mensenrechten tijdelijk plaats moeten maken als ze de Iraakse democratie in de weg staan. De raadsleden vinden dat de Amerikanen veel te slap optreden tegen hun voormalige vijanden. De maandvoorzitter van de raad, Ahmed Chalabi, had onlangs een paar aanbevelingen. In een opinieartikel in de Washington Post stelde hij dat de Amerikanen invallen moeten doen in dorpen waar terroristen zich zouden bevinden. ,,Arresteer duizenden mensen, leden van het voormalige regime en hun broers, zonen en neven'', schreef Chalabi. ,,De Amerikanen zijn maar bezig met die Geneefse conventie. We zitten hier in Irak. Hier moet je hard zijn, heel hard'', vindt Rubaie. Hij spreekt perfect Engels, zijn woonplaats is `Londen' en hij heeft een gesoigneerd zwart-wit baardje. ,,Je moet verdachten oppakken in hun huizen en niet meer vrijlaten'', vindt hij.

De onmin van de raadsleden met hun broodheer gaat echter verder. Diep teleurgesteld over hun geringe bevoegdheden, proberen invloedrijke leden – degenen met eigen milities – steeds hun macht te vergroten. In de wandelgangen van de VN-zitting in New York eiste Chalabi deze week opnieuw een snelle machtsoverdracht. Het bracht de Amerikanen in verlegenheid, die waren gedwongen afstand te nemen van hun eigen schepping: ,,Het gebeurt niet'', zei een hoge Amerikaanse functionaris. Doel van de raad is internationale goedkeuring om op zeer korte termijn controle te krijgen over de ministeries van Financiën en Veiligheid; de belangrijkste machtspilaren in het land. De Amerikanen willen wachten tot de grondwet is geschreven en er verkiezingen zijn geweest.

,,Wij willen de oliegelden beheren, dat vragen de Irakezen aan ons'', zegt raadslid Ahmed Shia'a al-Barrak. ,,De Iraakse politie weet precies hoe ze met terroristen moet omgaan. Laat het aan de Irakezen over'', adviseert Rubaie. ,,Wij hebben ons bloed gegeven voor Irak'', zegt Iyad Allawi die in oktober voorzitter wordt. ,,De leden van de raad zijn vrijheidsstrijders. Wij willen snel op weg naar democratie in Irak.''