`Theater kan een ander mens van je maken'

De theatermaker Hans Croiset speelt in `Het licht in de ogen' een theatermaker. Een zeer gefrustreerde. Zondag is de première.

Vroeger was hij een gevierd toneelleider en een beroemd acteur. Nu wacht hij met smart op een rol. Het land is hem vergeten, hij heeft geen toeschouwers meer. Toch wordt er naar hem gekeken. Want Lo staat op het toneel. Hij is één van de personages in Het licht in de ogen, een nieuw stuk van Ger Thijs. Het andere personage schitterde ooit in Lo's regies, het is zijn eigen vrouw. Twee uitgerangeerde acteurs gevangen in een huwelijk. Ineens krijgt zij een rol aangeboden. Paniek bij de echtgenoot. Zelfmedelijden, gemeenheid, gekanker. En tomeloze jaloezie.

Hans Croiset speelt deze ongemakkelijke man en Annet Nieuwenhuijzen is zijn tegenspeelster. Daarmee vieren zij een opmerkelijk jubileum. Beiden zijn vijftig jaar aan het toneel. En beiden drukten op de Nederlandse toneelgeschiedenis een stevig stempel. Nieuwenhuijzen met groots acteerwerk in Who's afraid of Virginia Woolf en nog veel, veel meer. Croiset vooral met vier decennia artistiek leiderschap van belangrijke gezelschappen in Nederland: Toneelgroep Theater, het Publiekstheater, het Nationale Toneel en Het Toneel Speelt, dat hij zelf oprichtte.

Een imponerend lijstje, en Hans Croiset weet zelf ook wel dat hij geen `nobody' is, en geen verbitterde, oude, aan de kant geschoven theatermaker à la zijn personage Lo. ,,Die man is minstens twintig jaar ouder in de geest dan ik'', zegt Croiset, 67, op een terras in Laren. Hij komt van een repetitie en ziet er heel moe uit.

Wat verbindt u met Annet Nieuwenhuijzen?

,,We zijn tegelijk begonnen, ik als krullenjongen bij het Rotterdams Toneel, zij als krullenmeisje bij de Haagse Comedie. Geen toneelschool en toch ieder bij een groot gezelschap toegelaten. En zo allebei snel in het grote werk verzeild geraakt. Voor het eerst zag ik haar in Maria Stuart. Zij was de derde hofdame van links. Ik was negentien en ik dacht: sodeju, dát is een juffrouw. Ze had zo'n aura, je móest wel naar haar kijken. In 1974 regisseerde ik haar in Ivanov bij het Publiekstheater en ik speelde haar hopeloze minnaar. Ik keek verschrikkelijk tegen haar op. Maar ik kon me ook aan haar optrekken.''

Eén van de twee in het stuk zegt: `Spelen, mijn enige reden van bestaan.' Geldt dat ook voor u?

,,Nee, in genen dele. Ik ben een hobby-acteur. Ik doe het erbij, mijn passie is leiden en regisseren. Na een paar jaar spelen was ik vreselijk over het paard getild, ik had al een hoofdrol in Een bruid in de morgen gespeeld en moest nog twintig worden. En ik vond er geen fluit aan, ik vond het ook niet moeilijk. Regisseren, daar dacht ik nog niet aan, dat was alleen weggelegd voor mannen in driedelig pak met gepoetste schoenen. Maar toen kwam Ton Lutz en toen zag ik: regisseren hoeft niet keurig, het kan ook anders, met fantasie, met schoonheid.''

Lo kankert op het toneel van nu, dat vindt-ie maar een woestenij. Bent u het daarmee eens?

,,Afgezien van een paar incidentele prachtige voorstellingen is het toneel op dit moment niet echt `himmelhoch jauchzend'. Er is een enorme stagnatie. Wat zou dát het toneellandschap veranderen, als jonge theatermakers ineens weer zouden denken: `Ik ga een gezelschap oprichten, met vijfentwintig vaste acteurs, vrienden, topmensen, ik ga voor ze zorgen, ik ga ze warmte bieden, ik ga zorgen dat ze gelukkig zijn. En het zal niet alleen om mij gaan of om mijn verbazingwekkende interpretatie, nee, het zal om het gezelschap gaan.' Die instelling die zoveel goeds heeft voortgebracht ontbreekt tegenwoordig. Maar het maakt mij niet verbitterd. Op een dag keert het toneel in Nederland wel weer om.''

Lo snakt naar aandacht en erkenning. Is dat een ziekelijk verlangen? Of juist heel gezond?

,,Wij toneelmensen vragen nog meer aandacht dan anderen. Dat zetten wij als het goed is om in iets positiefs, namelijk een ander een intrinsiek genoegen willen doen, hem te laten lachen of huilen. Of hem op gedachten brengen. Dat is de rechtvaardiging van het aandacht vragen. Maar voor ijdelheid is géén rechtvaardiging. IJdelheid is dodelijk. Het staat waarachtig spel in de weg. En de ijdele is te ijdel om dat te merken.''

De man in het stuk is twee keer door de koningin geridderd. U ook?

,,Ik één keer, bij het Publiekstheater.''

Hij heeft tijdens zijn carrière zijn kinderen verwaarloosd. U de uwe ook?

,,Ze kregen gegarandeerd te weinig aandacht. Ik heb zoveel opgeofferd voor het toneel. En toch heb ik geprobeerd om een aardige vader te zijn.''

In het stuk kan de actrice haar teksten niet meer goed onthouden. Hoe zit dat bij u?

,,Vroeger kwam het me aanwaaien, nu moet ik studeren. Ik heb altijd al van die beruchte black-outs gehad. Dat je ineens niet meer weet welke deur je in moet gaan. Wat twintig jaar geleden normaal zou zijn, heeft nu de impact van: zie je wel, het gaat niet meer, je wordt oud. Mocht het zover komen dat ik niet meer goed kan leren, dan stop ik liever met spelen.''

Waarom wilt u over twee jaar stoppen bij Het Toneel Speelt?

,,Dan heb ik het negen jaar gedaan. Daarna ga je je herhalen of je moet de boel rigoureus veranderen. En ik vind dat Ronald Klamer die nu ook artistiek leider is dat moet doen.''

Heeft Het Toneel Speelt uw verwachtingen waargemaakt?

,,Het is zoveel méér geworden. Dat het zo zou lukken met nieuwe en oude Nederlandse stukken, dat had ik niet gedacht. Dat mensen buiten zinnen zouden raken van Familie en Cloaca en Lucifer.''

Welke vaardigheden moet een toneelleider hebben?

,,Een onwaarschijnlijk incasseringsvermogen. En alles moet worden overstraald door passie. Geen banier aan de gevel van je schouwburg hangen met de boodschap `Theater mag best wel een beetje een attack zijn op je hersens'. Wat nou best wel een beetje? Op de banier zou moeten staan: `Weet wat u doet als u naar de schouwburg gaat, want u kunt er als een ander mens uit komen. Pas op! Wij dragen geen verantwoordelijkheid voor de gevolgen'.''

`Het licht in de ogen' door Het Toneel Speelt. Tournee t/m 29 april. Inl. 020-5237767 of www.hettoneelspeelt.nl.@