Te koop: zendtijd

Publieke omroepen mogen hun programma's niet laten betalen door bedrijven, maar wel door ideële sponsors. Hoe vaak gebeurt dit en tegen welke prijs? Bijna elk natuur- of derdewereld- programma komt tot stand met extern geld. De AVRO stuurt prijslijsten rond. En soms hebben geldschieters directe invloed op de programma- inhoud. Ook Netwerk reist op kosten van derden. `De omroepen zijn paracommercieel.'

Maarten heeft leukemie. Hij zit op de rand van een ziekenhuisbed. De camera van het NCRV-televisieprogramma Willem Wever draait als Maarten over zijn ziekte vertelt. Aanleiding is de vraag van Geoffrey, een gezonde jongen. Die wilde van het kinderprogramma weten: ,,Hoe kunnen kinderen kanker krijgen – ze hebben toch nooit gerookt?''

Met de presentatrice was Geoffrey in de kleurige redactiebus naar het Leids Universitair Medisch Centrum gereden. Hij zou Maarten bezoeken en van een dokter het antwoord op zijn vraag horen. Tijdens de uitzending op 6 september zoomt de camera tweemaal in op een poster boven het bed van Martin. Die vermeldt de collecte-actie van de Kankerbestrijding Nederland, het Koningin Wilhelmina Fonds (KWF). De aftiteling meldt dat het programma mede mogelijk is gemaakt door het KWF.

Wat de kijkbuiskinderen in het land niet weten, is dat Geoffrey de vraag nooit heeft ingestuurd. Het was collectetijd voor de kankerbestrijding. Dus kocht het KWF via René Stokvis Producties BV zendtijd bij Willem Wever, zeven minuten voor 4.750 euro. Directeur Allard Berends van Stokvis legt het door de telefoon uit: ,,Wij hebben de vraag over kinderkanker geproduceerd. Het was betaald door het KWF. Wij hebben het tape on desk aangeleverd aan de redactie.''

Tape on desk? ,,Kant-en-klaar. U bent toch niet zo naïef om te denken dat er een jongetje met een vraag naar de NCRV is gekomen en dat daarna Stokvis is gebeld met de vraag om eens rond te kijken naar een sponsor? Nee, dat werkt andersom. Het KWF was op zoek naar aandacht. Daar is een vraag bij geproduceerd, net als dat jongetje. Dat mag van de Mediawet.''

Maar wat als het KWF niet zou hebben betaald?

Berends: ,,Dan was er in die uitzending geen vraag over kinderkanker behandeld.''

Is dit geen afwentelen van de programmakosten door de NCRV?

,,Nee. Het KWF koopt alleen een productie bij ons en Stokvis levert die gratis aan de NCRV.''

Maar de NCRV levert toch de zendtijd bij uw productiecontract?

,,Ja, maar de eindredactionele verantwoordelijkheid ligt bij de NCRV. Het is aan de redactie om te bepalen of zij wel of niet geïnteresseerd is. Met het uitgespaarde geld kunnen ze weer andere leuke dingen doen. Ik zie dat als een aanvulling op hun budget.''

Bij Willem Wever snijdt het mes aan drie kanten: het KWF koopt publiciteit opdat de collecte-opbrengst groeit, producent Stokvis maakt omzet en de NCRV vult zijn uitzendminuten gratis. En Willem Wever is niet de enige. Er zijn tientallen programma's die geheel of gedeeltelijk door lobbyclubs, goede doelen, ministeries of zelfstandige bestuursorganen worden betaald. Zij geven geld aan natuur-, milieu- en derdewereldprogramma's, zoals De Mooiste Plek van Nederland, amusementsprogramma's als Cor op Reis, maar ook aan medische programma's als Ingang Oost en nieuwsuitzendingen van actualiteitenrubrieken als Netwerk en 2Vandaag. Sinds de sponsoring van publieke omroepen door bedrijven in 2000 drastisch is beperkt in de Mediawet, bloeit de ideële sponsoring en de sponsoring door de overheid. Al heet dat in Hilversum eufemistisch: `bijdragen van derden'.

Hoe groot de geldstroom van deze derden naar de publieke omroepen is en hoeveel invloed die derden op de programma's uitoefenen, is de vraag. De waakhond van het omroepbestel, het Commissariaat voor de Media, beschikt niet over een compleet overzicht van de geldstroom van 2001 en 2002. Dat is opmerkelijk, omdat het Handboek Financiële Verantwoording publieke omroepen verplicht jaarlijks aan het commissariaat opgave te doen van de financiële bijdragen van derden aan hun programma's. Het handboek schrijft omroepen ook voor de bijdragen te verantwoorden die buitenproducenten, zoals Stokvis, ontvangen voor programma's die de omroepen uitzenden.

Niet alle omroepen hebben zich aan het handboek gehouden, zo blijkt uit informatie van het commissariaat. In 2001 gaven VPRO en VARA (die overigens weinig `bijdragen van derden' hebben) geen gedetailleerde overzichten aan het commissariaat, met naam van het programma, ontvangen bedrag en geldschieter. De KRO gaf wel een specificatie, maar zonder de namen van de financiers. De andere omroepen gaven wel een gedetailleerd overzicht. In 2002 waren er opnieuw twee omroepen die geen gespecificeerde opgave deden.

Commissaris Inge Brakman, belast met het financieel toezicht: ,,Ik ben eerlijk, we hebben er in ons toezicht afgelopen jaren geen zwaar punt van gemaakt, omdat de Mediawet bijdragen van overheden en ideële instellingen en organisaties toestaat.''

Daar komt bij dat de afdeling financieel toezicht een kleinere afdeling is binnen het commissariaat. Er werken zes mensen die alle omroepen moeten controleren. Tot boekenonderzoek naar deze ideële geldstromen is het tot nu toe niet gekomen. Brakman: ,,Het totaal van deze vorm van financiering komt ongeveer uit op 1,5 procent van het totale budget. Dat is niet schokkend. De programmatische onafhankelijkheid kan wel een punt van aandacht zijn.''

Het commissariaat waakt over de scheiding tussen commercie en inhoud van de programma's. Brakman: ,,Wat wij ook doen, is erop aandringen dat de kosten en baten van omroepen transparant zijn en vergelijkbaar. Wij zijn dus niet de zedenmeester van Hilversum. Dat is de publieke omroep zelf.''

Onvolledige opgaven

Op zoek naar antwoorden op de vragen hoe groot de `bijdragen van derden' zijn en hoe groot de invloed is, hult een aantal omroepen in Hilversum zich aanvankelijk in stilzwijgen. Maar toen vorige week Harm Bruins Slot, voorzitter van de raad van bestuur van de Publieke Omroep, de voorzitters van de publieke omroepen aanspoorde tot openheid, veranderde dat. Als laatste besloot de KRO inzicht te geven welke `derden' optreden als financiers van KRO-programma's.

Uit een inventarisatie van deze krant – bij het commissariaat, omroepen, organisaties, instellingen en overheden – blijkt dat de lijsten van geldschieters die de omroepen in 2001 hebben overhandigd aan het commissariaat niet volledig zijn. De publieke omroepen hebben meer geld ontvangen dan ze het commissariaat hebben gemeld. In 2001 bedroegen de inkomsten van derden niet ,,ongeveer 7 miljoen euro'', zoals het commissariaat in zijn jaarverslag meldt, maar ten minste het dubbele. Veelal waren de bedragen die producenten hadden ontvangen niet gemeld, zoals wel verplicht is volgens het handboek. De opgave over 2002 was completer, maar ook toen waren nog niet alle bijdragen van derden vermeld, zo leert onderzoek.

De afgelopen tweeëneenhalf jaar hebben de publieke omroepen hun inkomsten met geld van ideële organisaties en overheden met meer dan 35 miljoen euro verhoogd. Commissaris Brakman ziet op basis van deze onderzoeksresultaten aanleiding bij de behandeling van de jaarrekeningen over 2002 een nader onderzoek in te stellen naar de derde geldstromen van de publieke omroepen, ook als die via producenten verlopen. Brakman: ,,Dat een aantal programma's met steun van derden wordt gemaakt is geen probleem. Maar nu lijkt het dat het op steeds grotere schaal gebeurt.'' Zo leert de praktijk dat bijna elk natuur-, milieu- of derdewereldprogramma tot stand komt met extern geld. Brakman: ,,Als ik uw complete lijst bekijk, rijst het beeld dat een aantal omroepen zich zwaar laat leiden door de vraag wat een programma oplevert aan extern geld.''

Geen ethisch probleem

Terug naar Willem Wever. NCRV-eindredacteur Thedo Keizer ziet er geen kwaad in dat Stokvis met geld van het Koningin Wilhelmina Fonds gratis en voor niks een item aanleverde over kanker. Keizer: ,,Het kwam goed uit dat het KWF net die week een collecte had en aandacht wilde. Het kon zich niet met de inhoud bemoeien. Al moet ik toegeven dat ze wel invloed hebben gehad op het moment van uitzenden: het was de week die hun het beste uitkwam. In dit bezuinigingstijdperk is het geld van het KWF hartstikke welkom.''

Karel van Koppen, plaatsvervangend hoofd pers en public relations bij het KWF, vertelt dat hij, op zoek naar tv-aandacht voor de collecteweek, heeft rondgebeld in Hilversum om te polsen welke ,,mogelijkheden'' er waren. Van producent Stokvis kreeg hij een lijstje met programma's met de bijbehorende tarieven. Daaruit mocht Van Koppen kiezen. ,,Stokvis vroeg 4.750 euro voor de behandeling van een vraag in Willem Wever. Voor ons was het een verantwoorde uitgave. Natuurlijk, als ze zonder ons geld ook aandacht aan het onderwerp kanker zouden besteden, was dat ons liever. Hoe minder geld we daaraan hoeven uit te geven, hoe meer geld overblijft voor kankerbestrijding. Maar dit is voor ons een zeer aantrekkelijke manier om aandacht te krijgen. We kopen trouwens alleen in wanneer tv-aandacht nodig is, zoals in de collecteweek.''

Op het lijstje van Stokvis dat Van Koppen kreeg stond ook de AVRO-quiz Get the Picture – een prime time spelletjesquiz waarin elke dag twee kandidaten het tegen elkaar opnemen. Voor 5.000 euro was de redactie bereid om een aflevering te maken met twee KWF-collectanten. En passant werd wat verteld over de komende collecte. Ook andere organisaties betaalden voor aandacht in de quiz. Daarnaast had Stokvis ook Ingang Oost van de Evangelische Omroep (EO) in de aanbieding – een wekelijkse ziekenhuisdocumentaire op prime time over belevenissen op een eerstehulppost. Voor 6.500 euro kon Stokvis de binnenkomst van een KWF-collectant in de hal van de eerste hulp `meenemen'. De collectant, gespeeld door KWF-woordvoerder Van Koppen zelf, mocht ook nog onder het oog van de camera een KWF-poster ophangen.

Hoe rechtvaardigt een principiële omroep als de EO de keuze om haar zendtijd tegen betaling open te stellen? Henk Hagoort, als EO-directeur verantwoordelijk voor verkondigende en informatieve programma's: ,,Er kleeft geen ethisch probleem aan het verschijnsel dat maatschappelijke organisaties meebetalen aan televisieprogramma's. Dat mag van de Mediawet. Het is voor ons een gelegitimeerde geldstroom, naast andere. Bovendien ligt de maatschappelijke betrokkenheid van ons en van veel van die fondsen dicht tegen elkaar aan. Het kan wel een probleem worden als er lijsten rondgaan waarop programma's en zendtijd worden aangeboden. En bij mij staat voorop dat de derden niet meer dan de reële kosten vergoeden.''

Zoals 6.500 euro voor het in beeld brengen van een collectant?

,,Ik ken die kwestie niet. Ik bel u daarover terug.''

Hagoort even later: ,,Zeg, wij wisten niet dat het KWF 6.500 euro heeft moeten betalen voor het optreden van die collectant. Wij betalen Stokvis 20.000 euro productiekosten per aflevering en hebben de afspraak dat Stokvis ons vooraf toestemming vraagt voor zoiets. Dat is niet gebeurd en dat is fout. Daar is excuus voor aangeboden.''

Stokvis int geld, zonder dat de EO – verantwoordelijk voor de uitzending – dat weet. Een foutje, volgens de EO, maar de vraag rijst in hoeverre dit structureel gebeurt. Onderzoek leert dat het dit jaar door de NPS uitgezonden architectuurprogramma Het aanzien van Nederland met 62.000 euro gesponsord is door het commerciële bedrijf Bouwfonds. De NPS verzuimde het sponsorcontract dat extern producent Cinemedia in Baarn sloot met Bouwfonds mee te ondertekenen, zoals de Mediawet voorschrijft. En in het contract dat de NPS met Cinemedia sloot voor de productie van het programma werd geen melding gemaakt van de geldschieters, hoewel de Mediawet dat verplicht stelt. De NPS, die in zijn programmastatuut heeft staan `sponsoring van programma's vindt in principe niet plaats', verzuimde vervolgens toestemming voor de sponsoring te vragen aan de raad van bestuur van de Publieke Omroep. Volgens de Mediawet is een zendgemachtigde verantwoordelijk voor de sponsoring van de programma's. Sponsorbedragen, ook als ze aan een extern producent zijn betaald, dient de omroep als inkomsten in de jaarrekening op te nemen.

,,Achteraf kun je constateren dat de namen wel genoemd hadden moeten worden en dat het gemeld moest worden bij de raad van bestuur'', zegt een NPS-woordvoerder. ,,In het contract stond niet dat er sponsors bij betrokken waren, maar het was mondeling wel verteld. Wij zijn dus niet ultra alert geweest.''

U hebt de Mediawet overtreden.

,,Dat klinkt wel heel heftig.''

Vlak voor het ter perse gaan van dit artikel herroept de NPS-woordvoeder bovenstaande gang van zaken. Bouwfonds heeft het tv-programma wel gesponsord, maar, zo zegt de woordvoerder nu, dat gebeurde met tussenkomst van het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting. ,,Omdat NIROV geen commerciële organisatie is en met NIROV het contract is afgesloten, hebben wij de Mediawet niet overtreden.''

Betaal-tv bij de AVRO

Niet alleen buitenproducenten doen zendtijd van publieke omroepen in de aanbieding. Ook publieke omroepen zelf sturen lijstjes rond naar `derden' met daarin gespecificeerde kosten voor een optreden of voor aandacht in een programma. Zo stelt de AVRO programma's als Gezondheidsplein, Vinger aan de Pols, Alle dieren tellen mee en NatuurAvontuur tegen betaling open, al dan niet via het commerciële productiebedrijf MMM waarin de AVRO deelneemt. De AVRO ontkent het, maar de programma-inhoud wordt afgestemd op betalende klanten. Dat blijkt uit een brief van de AVRO die een bron in Hilversum aanreikt. Kees Tukker, projectleider gezondheid, schrijft op 18 maart 2002 aan de Nederlandse Hartstichting: ,,Voor wat betreft de mogelijkheid Vinger aan de Pols te laten aansluiten bij de Wereld Hartdag: de redactie heeft er plannen voor ontwikkeld.'' Dezelfde bron meldt dat de Hartstichting een van de organisaties is die een prijslijst kreeg van de AVRO.

Hoofd communicatie Marianne Verhoeven van de Hartstichting in Den Haag wil wel reageren op de bevindingen: ,,De bedragen die ons in rekening gebracht worden liggen tussen 10.000 en 30.000 euro per half uur televisiezendtijd.'' Verhoeven benadrukt dat ze in eerste instantie aanstuurt op free publicity. Publiciteit is noodzaak. ,,Een van onze kerntaken is immers de voorlichting van de bevolking. Als er niet aan te ontkomen valt, vertelt ze, ,,kiezen wij noodgedwongen voor betaalde televisie''. Bijvoorbeeld in Vinger aan de Pols.

Verhoeven: ,,Als een programma speciaal voor ons gemaakt wordt naar aanleiding van een thema, dan staan daar kosten tegenover. Zoals de situatie nu is, wordt er in een regulier programma als Vinger aan de Pols in principe geen aandacht voor hart- en vaatziekten ingeruimd, tenzij er een financiële afspraak over is gemaakt. Deze afspraken doen geen afbreuk aan de kwaliteit van de inhoudelijke invulling.''

Bij de AVRO worden ook complete programma's rond een `klant' gemaakt, zoals Anniko's Wilde Wereldreizen over het werk van het Wereld Natuur Fonds. Het WNF betaalde een deel van de kosten: 152.000 euro. Deze vorm van `betaal-tv' leverde de omroep – direct en indirect via producenten – afgelopen 2,5 jaar zo'n acht miljoen euro op, betaald voor 66 programma's of series.

Terwijl bij Vinger aan de Pols nog een AVRO-redactie is betrokken, krijgt de Evangelische Omroep elke dag een kant-en-klaar Agrarisch Journaal aangeleverd. Dit programma wordt al vijf jaar helemaal betaald door organisaties en bedrijven uit de landbouwsector. Producent Meskers Media Affairs maakt het journaal in opdracht van de Stichting Vrienden van het Platteland. De stichting weet zich gesteund door de productschappen, de Nederlandse Zuivelorganisatie, het Voorlichtingsbureau Vlees, de AOC's (agrarisch onderwijs) en onder meer de Rabobank. Samen leggen ze jaarlijks 200.000 euro bijeen voor een eigen journaal. Rechtstreeks kunnen de bedrijven en brancheorganisaties het programma niet sponsoren. De tussenkomst van de ideële stichting voorkomt narigheid met de Mediawet.

Theo Meskers van Meskers Media Affairs nam vijf jaar geleden het initiatief, omdat hij ,,creatieve en zakelijke kansen'' zag voor een agrarisch programma. Zijn eigen redactie maakt het, gevoed met suggesties en onderwerpen uit de sector. Meskers: ,,We zijn onafhankelijk.'' Maar kritische items over de bio-industrie verschijnen niet in het journaal. Meskers: ,,Wij brengen niet de bevestiging van wat al bekend is. Wij kiezen voor een andere invalshoek. Er gebeuren hele interessante onbekende dingen in de sector.'' Herman van Dinther van de Stichting Vrienden van het Platteland vindt het niet vreemd: ,,Zonder ons is er geen Agrarisch Journaal. Daar is geen geld voor bij de publieke omroep.''

Maar het is toch ook een taak van de publieke omroepen om informatie te verstrekken over het platteland?

Van Dinther: ,,Misschien wel, maar publieke omroepen zijn paracommercieel. Bekijk de aftitelingen, dan zie dat bijna overal voor betaald wordt.''

EO-directeur Hagoort wil van geen kritiek weten: ,,Het Agrarisch Journaal is maatschappelijk héél aanvaardbaar, en past binnen ons format. Wij hebben daar echter het geld niet voor. Mooi dat het op deze manier toch kan. Ach, u moet het programma ook niet overschatten. Het wordt om een uur 's middags uitgezonden. Daar kijken uitsluitend boeren naar.'' Het Commissariaat voor de Media laat in een reactie weten deze kwestie in onderzoek te nemen.

TROS is kaskraker

De EO zond sinds 2001 in totaal 29 programma's of series uit die samen voor ruim twee miljoen euro door ideële derden en overheden werden betaald. VARA, NOS en VPRO ontvingen weinig tot geen geld van derden. De NPS daarentegen liet ideële organisaties en overheden afgelopen tweeëneenhalf jaar 65 programma's voor 5,4 miljoen euro (mee)financieren. De educatieve zenders van de stichting Educom (Teleac/NOT en RVU) haalden sinds 2001 6,3 miljoen euro op – dat is 10 procent van de directe kosten van individuele programma's in die periode. Vooral ministeries stoppen geld in de programma's van Teleac, dat van de rijksoverheid al 28 miljoen euro per jaar krijgt om de programma's te maken. Een totaaloverzicht van het resultaat van het onderzoek naar de `bijdragen van derden' staat in het dossier publieke omroep op www.nrc.nl.

Kaskraker van de publieke omroep is de TROS met rond negen miljoen euro in krap drie jaar. Daarvan kwam 5,5 miljoen euro van de Nationale Postcode Loterij. Nederlands grootste goededoelenloterij levert zo goed als gratis populaire programma's aan de TROS. Lingo, Miljoenenjacht en Een-tegen-honderd leveren de Nationale Postcode Loterij verkochte loten op en de TROS miljoenen kijkers – Miljoenenjacht van afgelopen zondag had twee miljoen kijkers, een marktaandeel van 31,5 procent. Zestig procent van de lotenopbrengst deelt de Postcodeloterij uit aan goede doelen. Die geven daar weer een deel van aan de publieke omroepen in ruil voor zendtijd.

De Mooiste Plek van Nederland is een wekelijks programma van de NCRV en een verhelderend voorbeeld hoe het goedkoop vullen van zendtijd in zijn werk gaat. Willekeurige Nederlanders wijzen in dit programma hun favoriete plek aan en vertellen daar over, denkt de kijker. Achter de schermen zijn het de Stichting Doen, Staatsbosbeheer, het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Vereniging Natuurmonumenten die eigen mensen leveren om de cameraploeg naar hun eigen terreinen te brengen. Het levert naamsbekendheid op en dat mag geld kosten. In 2002 hoefde de NCRV maar 60.000 euro van de 390.000 euro productiekosten te betalen. De rest werd gefinancierd door stichtingen, verenigingen en overheidsdiensten.

De conclusie is dat publieke omroepen gebruik maken, en misschien wel misbruik, van hun positie als zendgemachtigden. Zij hebben een maatschappelijke opdracht, maar vragen voor het openstellen van hun zendtijd geld, ook als er geen meerkosten aan zijn verbonden. Zendtijd waarvoor al omroepgeld is ontvangen.

Aandacht en invloed kopen

Niet alle goede doelen en overheden doen mee aan het kopen van zendtijd. War Child (kinderslachtoffers in oorlogen) betaalt uit principe geen cent. Directeur Willemijn Verloop beseft dat ze daarom nauwelijks aan bod komt. ,,Ik weet niet waar de cirkel van betalen voor aandacht op televisie is gestart'', aldus Verloop. ,,Helemaal in het begin dacht ik nog dat War Child een vergoeding zou krijgen van een publieke omroep als wij een kant-en-klaar programma aanbieden. Dat is niet zo, we mogen blij zijn dat ze onze film gratis uitzenden en dan niet op hele late of vroege tijdstippen. Want kijkcijfers, daar draait het bij de publieke omroepen om.''

Een van de weinigen in Hilversum die openlijk bedenkingen hebben over de sponsoring van publieke programma's is Henk Baard. Hij is programmaleider televisie van de RVU. Hij geeft toe dat de verleiding om geld van derden aan te nemen groot is. Net als het risico dat derden met hun geld aandacht en invloed kopen. ,,Want er is geen organisatie die zomaar geld geeft'', weet Baard.

De RVU neemt geen geld aan van bedrijven. Wel zijn er bijdragen van ideële organisaties. Door de bezuinigingen bestaat, volgens Baard, het risico dat steeds vaker een beroep wordt gedaan op dat soort gelden. Baard: ,,Het zou eigenlijk niet nodig moeten zijn. Maar als wij voor een programma naar Zuid-Afrika moeten, laat het budget dat niet toe. Dan hebben we die ideële organisaties wel nodig.''

Meer programmamakers bij de publieke omroep zijn blij met extra geld van derden omdat hun budgetten volgens hen te krap zijn. De krapte is mede het gevolg van het eigen beleid van de publieke omroepen. Want tegenover de krappe programmabudgetten staan de grote overhead, het gebrek aan efficiëntie, de riante huisvesting en het zware management. Dat legde onderzoeksbureau McKinsey eerder dit jaar bloot. Bovendien gaat een deel van het programmageld op aan voetbalrechten en excessieve beloningen van `sterren'.

Inmiddels snoeien de omroepen, op last van de regering, in de uitgaven. Personeel moet eruit, programma's gaan in de herhaling en programmabudgetten slinken. De actualiteitenrubriek Netwerk (NCRV, AVRO en KRO) weet wat dat betekent. Hoofdredacteur Kees Boonman (KRO): ,,We hadden vroeger twee keer zoveel geld om programma's te maken. Naar Afrika of Azië? Ik kan het niet betalen zonder derden. Tegelijk zie ik dat de publieke omroep wel geld heeft voor het vastleggen van een oefenwedstrijd van Ajax in Afrika.'' Collega-hoofdredacteur Gijs van Beuzekom (NCRV) zegt zich niet te schamen. ,,Als we het geld niet aannemen, onthoud je mensen waardevolle programma's. We betalen trouwens zelf altijd meer dan de helft.'' Boonman: ,,Als KRO-Netwerk doen we dit soort dingen nauwelijks. En als we het al doen, is het uit maatschappelijke betrokkenheid.''

De drie redacties van Netwerk accepteerden sinds 2001 175.000 euro van derden, daarvan ging 135.000 euro naar de NCRV voor thema-uitzendingen en reportages in de Derde Wereld. KRO-Netwerk bracht vrijdagavond 4 juli een reportage over het werk van de Brabander Antoon van Noije in Brazilië. Van Noije zet zich in voor weeskinderen en kinderen en tieners die door armoede en mishandeling geen veilig thuis meer hebben. De kijkers maakten 200.000 euro over op een gironummer dat in beeld kwam. De KRO liet de vliegtickets en een deel van de productiekosten, samen 12.000 euro, betalen door de stichting Vrienden van Antoon van Noije.

Bij het maken van nieuws en actualiteiten weegt het belang van onafhankelijkheid zwaar, zeggen de twee hoofdredacteuren van Netwerk. Maar een redactiestatuut, waarin de journalistieke onafhankelijkheid van de redactie is vastgelegd, hebben de NCRV- en KRO-redacties van Netwerk niet. Van Beuzekom: ,,Je hoeft toch niet alles vast te leggen. Begrijp me goed, ik zou daar voorstander van zijn. Alleen, de redactie moet dat willen.''

Aan het aannemen van geld van derden door journalisten kleeft risico. Het kan, misschien onbewust, een belemmering zijn om het werk van de geldschieter kritisch te onderzoeken. Foster Parents Plan, dat kinderen in de Derde Wereld adopteert, was jarenlang betalend gast van de TROS. De organisatie kwam in 1997 in opspraak omdat te veel geld aan de strijkstok bleef hangen. De onthulling kwam van Tijdsein, het actualiteitenprogramma van de EO. De TROS ging daarna nog drie jaar door met Foster Parents Plan en de eigen actualiteitenrubriek 2Vandaag was druk met andere onderwerpen. Zoals, in 2001 en 2002, met het maken van buitenlandse reportages die voor 65.689 euro betaald werden door derden: een reportage over aids in India, betaald door UNICEF, en een reportage uit Congo en Rwanda met geld van het Liliane Fonds.

,,De Mediawet eist volstrekte onafhankelijkheid'', reageert commissaris Inge Brakman. ,,Niet alleen ten opzichte van commerciële bedrijven, maar ook ten opzichte van belangengroepen.'' Het druist volgens haar in tegen de Mediawet als zendtijd `te koop' zou zijn. In artikel 48 van die wet staat dat het de organisatie die de zendtijd heeft gekregen zélf is die de vorm en de inhoud van haar programma bepaalt en verantwoordelijk is voor wat zij uitzendt. Daarom wil het commissariaat ook onderzoeken hoe onafhankelijk omroepen zijn bij het programmeren van programma's die betaald worden door derden.

,,De publieke omroep zal zelf na moeten gaan of aan de hand van de bevindingen nadere regels of gedragscodes moeten worden opgesteld voor programmatische onafhankelijkheid'', aldus Brakman.

En een publieke omroep zoals de AVRO die per e-mail lijsten rondstuurt waarin staat wat de zendtijd per minuut of per programma kost? Dat kan niet, vindt Brakman. ,,Dat lijkt inderdaad op verkopen van zendtijd. Dat kan nooit de bedoeling zijn.''

Dat er een betere controle nodig is op de naleving van de Mediawet blijkt ook uit de gang van zaken rond het KRO-programma Service Uur in 1997/1998. Het programma zette kijkers aan tot het opknappen van hun huis, het kopen van meubels en kleding, en het vaker naar de kapper gaan.

De KRO mocht van de Mediawet het programma niet laten sponsoren door branche-organisaties. KRO, producent Tenfold en de branches vonden een oplossing. In een licentieovereenkomst verkocht de KRO aan Tenfold, ten behoeve van de branches, fragmenten van onder meer Service Uur voor 500.000 euro. Daarmee was een deel van de 1,4 miljoen euro productiekosten van Service Uur gedekt. Niets verbiedt het aankopen van fragmenten, ook al is het bedrag zo hoog als de productiekosten. Zo laat de Mediawet zich eenvoudig omzeilen. Het enige wat dan nog rest, is een ethisch dilemma.

Reacties naar: omroep@nrc.nl