Stemmingen

In een land van stemmingen is niets veranderlijker dan de publieke opinie – of beter gezegd: de publieke opinie die voor ons geprefabriceerd wordt. De vervoering die zich van de media meester maakte bij de benoeming van Jaap de Hoop Scheffer tot secretaris-generaal van de NAVO, bracht ook een geheel nieuw beeld van de man zelf met zich mee: van een slaafse brekebeen, die zich zowel nationaal als internationaal hopeloos politiek door zijn tegenstrevers laat overtroeven, tot een formidabele transatlantische bruggenbouwer – de man bij uitstek om de wederzijds toegebrachte wonden van Amerika en Europa te helen.

Het halfhartige standpunt van de regering inzake de inval in Irak werd plotseling in een heel ander licht gezien. Het bleek geen visieloos compromis, maar een uitgekiend staaltje van diplomatie. Je gezond verstand zegt je dat in tijden van heftige internationale crisis de bekvechtende partijen het bij gezamenlijke benoemingen alleen eens kunnen worden over een man van wie ze allemaal denken hem in hun zak te hebben – maar de trefwoordenjournalistiek heeft genoeg aan `Nederlander' en `hoge post' om De Hoop Scheffer alsnog tot een politicus van formaat te bombarderen, anders klopt het plaatje niet.

De stemmingen wisselen in Nederland per dag: net toen de rancune van de Nederlandse bevolking tegen de graaicultuur van de managers de overhand leek te krijgen en men massaal op zoek ging naar een goedkope Aldi in de buurt, bleek de nieuwe Ahold-bestuursvoorzitter Anders Moberg ineens helemaal geen schaamteloze zelfverrijker, maar juist een idealist die het hart op de juiste plaats had. Nadat hij onder druk van de chantage van de publieke opinie afzag van wat bonussen en een vergulde afvloeiingsregeling, bleek Moberg de moderne heilige die eigenhandig de zuiverheid in het Nederlandse bedrijfsleven terugbracht, een lichtend voorbeeld voor zijn egocentrische collega's. Nu hij zijn stapje terug alweer gecompenseerd lijkt te hebben met een ferme stap vooruit – hij trad deze week toe tot de raad van commissarissen van een groot Zweeds detailhandelconcern – kan de bonuskaart weer in de afvalemmer. Ahold zal nu minstens een ziekenhuis moeten stichten, een achterstandswijk volledig moeten opknappen, of, dat is misschien beter, een paar honderdduizend pakken Perla Mild gratis moeten uitdelen, om de stemming onder het volk opnieuw te doen omslaan.

Je moet wel idioot zijn om in zo'n klimaat een parlementaire commissie te benoemen die gaat onderzoeken of het Nederlandse integratiebeleid van de afgelopen dertig jaar geslaagd is of juist niet. Dat kan niet anders dan uitlopen op een hopeloos getrouwtrek tussen voormalig linkse goede bedoelingen, die ieder aantoonbaar bewijs van integratie triomfantelijk omhoog houden, en hedendaagse rechtse scepsis, die in ieder dolle mollah of Marokkaanse messentrekker het faillissement van de multiculturele samenleving bewezen zien. In plaats van een onderzoek naar falend beleid krijg je verdediging van ingenomen stellingen en beschuldigingen over en weer. De waarheid ligt niet in het midden. Hij ligt nu eens hier, de volgende dag weer daar. Die commissie is zelf het resultaat van een stemming; net als de kritiek erop, trouwens.

Wat is de oorzaak van al die stemmingswisselingen? Het diepe verlangen naar eenduidige duidelijkheid, de wanhopige behoefte aan heldere standpunten, ongenaakbare gedragscodes, klare taal – en vervolgens de onvermijdelijke desillusie, het aggressief makend malaisegevoel wanneer al die goede voornemens weer wegzakken in een moeras van dubbelzinnigheid en dubbelhartigheid. Die commissie integratie is het beste voorbeeld: een oprecht verlangen naar objectieve beschouwing, naar een helder overzicht van de knelpunten en misvattingen uit het verleden, en dan onherroepelijk het trieste bekvechten wanneer langzaam maar zeker duidelijk wordt dat die helderheid een illusie is, dat het grotendeels een kwestie van perspectief is. Is de integratie gelukt of mislukt? Ben ik een gelukkig mens of juist niet?

Toen eenmaal duidelijk werd dat de opdracht van de commissie een illusie was, kregen andere aanvechtingen de overhand. Het verlangen naar helderheid wordt in Nederland altijd verdrongen door het verlangen naar schuldbekentenissen – van de ander, wel te verstaan. Als de integratie van minderheden in Nederland mislukt is, dan is de vraag al gauw niet meer wat daar aan gedaan kan worden, maar wie het gedaan heeft. De nieuw-Hollandse behoefte aan mensen die verantwoordelijkheid nemen, wordt steeds opnieuw afgetroefd door de het intense verlangen andere mensen verantwoording te zien afleggen – twee zaken die steeds opnieuw met elkaar verward worden.

Typerend is de verklaring waarmee het aangevallen Hilda Verwey-Jonker Instituut zijn straatje probeert schoon te vegen: niet de allochtoon is mislukt in Nederland, het zijn vooral de mislukte autochtonen die het succes van de allochtonen niet kunnen verkroppen. Olie op het vuur van de critici van de multiculturele samenleving, die met voorbeelden van taalachterstand en criminaliteit zullen komen – enzovoort. Oudlinkse zelfgenoegzaamheid en het nieuwrechtse verlangen naar een oneindige reeks bijltjesdagen – het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Beide partijen zijn geobsedeerd door het onmogelijke idee van morele zuiverheid.

Het is aanstekelijk. Toen ik las dat voormalige dissidenten uit Oost-Europa, onder wie Václav Havel en Lech Walesa, de Europese Unie opriepen om ferm actie te ondernemen tegen het bewind van Fidel Castro op Cuba, dat in zijn doodsstrijd opnieuw uitzonderlijk repressief is geworden – begin dit jaar werden 78 critici van het communistische bewind opgepakt – , moest ik onwillekeurig denken aan de pogingen van een aantal jaren geleden om al die voormalige Cuba-dwepers, zoals Harry Mulisch, tot een schuldbekentenis te dwingen. Mulisch reageerde daar toen afwijzend op. Hij weigerde te spuwen in de bron waaruit hij had gedronken, zo drukte hij het uit. Vervolgens werd vergoelijkend geconstateerd dat hij zijn politieke dweepzucht in De ontdekking van de hemel onmiskenbaar geïroniseerd had, en daarna hoorde je er niets meer over.

Maar Mulisch leeft nog en Castro helaas ook. Er is niets afgesloten. Je kunt het heden ondergeschikt maken aan het verleden en Mulisch alsnog het mes op de keel zetten; hij heeft immers een misdadig regime vergoelijkt. Schuldig! Je kunt ook iets anders doen, het verleden naar het heden halen: Mulisch beleefd vragen zijn morele betrokkenheid met het Cuba van nu te tonen en de oproep van Havel c.s te steunen.

Het moet niet. Niemand zal hem ertoe dwingen. Het zou wel mooi zijn.