Shell vormt geen vluchthaven meer

Aandelen van olieconcerns vormden altijd een solide vluchthaven voor onzekere tijden. Die tijd lijkt voorbij. Zelfs bij een hoge olieprijs en stabiele bedrijfswinsten laten beleggers Koninklijke Olie en BP links liggen.

Het lijkt zo'n perfecte combinatie. Een olieprijs die stabiel op een hoog niveau staat en het perspectief van bedrijfswinsten die de komende kwartalen flink zullen groeien. Maar beleggers raken er niet van onder de indruk. Zij keren zich in toenemende mate af van toonaangevende olieconcerns als Koninklijke/Shell en BP. Deze aandelen doen het op de beurs zelfs een stuk slechter dan de markt in het algemeen. Analisten verwachten niet dat dit de komende maanden zal veranderen. Al zijn de olieaandelen in hun ogen momenteel goedkoop.

Beleggers zijn onzeker welke richting het met de oliefondsen uitgaat. Zij verwachten een daling van de olieprijs, hetgeen zijn uitwerking op de koers niet zal missen. Maar het is wat de oliefondsen betreft nog maar de vraag of de vrees voor een lagere olieprijs – en daardoor lagere koersen – wel terecht is.

Dat de olieprijs niet meer de piek haalt van begin dit jaar is logisch. De wereld was toen in de ban van hoogoplopende politieke spanningen. Aan de vooravond van de aanval op Irak moest er bijna 35 dollar betaald worden voor een vat Brent Noordzee-olie. De prijs duikelde snel toen bleek dat de oorlog voorspoedig verliep en dat er geen gevaar dreigde voor de productie van buurlanden, zoals 's werelds grootste olie-exporteur Saoedi-Arabië. ,,Aan het eind van de oorlog was de verwachting dat de olieprijs flink zou zakken en dat zag je terug in de koers van de oliebedrijven'', zegt analist N. de Zwart van Theodoor Gilissen.

Niettemin daalde de olieprijs niet zo rigoureus als aanvankelijk werd aangenomen. De prijs handhaafde zich op een niveau van ruim 25 dollar. Het zou de koersen van de oliefondsen goed hebben moeten doen, maar paradoxaal genoeg gingen de koersen niet omhoog. Beleggers redeneerden dat een verdere daling van de koers in het verschiet lag als de Iraakse olie-export weer op gang zou komen.

Wat voor invloed de olieprijs heeft blijkt uit een berekening van Deutsche Bank die stelt dat een stijging van de olieprijs met één dollar de winst van olieconcerns met 5 procent omhoog stuwt. De vooruitzichten zijn bij de huidige olieprijs van 26,81 dollar per vat gunstig.

Bedrijven als Shell en BP halen het overgrote deel van hun winst uit de exploratie en ontwikkeling van olie- en gasvelden. Maar die activiteiten vereisen hoge investeringe, hetgeen de winst weer onder druk zet. Dat het zeer lastig is oude bronnen te vervangen bleek toen beide concerns de doelstellingen voor de productiegroei naar beneden bijstelden. ,,Het komende jaar wordt derhalve het jaar van de waarheid, dan moet blijken of nieuwe projecten succesvol zijn'', zegt analist B. van Hoogenhuyze van Effectenbank Stroeve die een koersdoel heeft van 44 euro voor Koninklijke Olie, dat gisteren sloot op 38,68 euro.

Analisten verbazen zich over de lage koers van Koninklijnke Olie. Vrees voor een lagere olieprijs of stagnerende productiegroei vormen in hun ogen geen valide redenen waarom de koers achterblijft bij het beursgemiddelde. Analisten prijzen Koninklijke Olie aan als een koopje. Vooral voor de belegger die er vertrouwen in heeft dat de productiegroei er zal komen en dat de olieprijs niet zal dalen.

Dat laatste lijkt niet waarschijnlijk. Zeker niet tegen de achtergrond van het verleden. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog stond de olieprijs gemiddeld op 24 dollar en sinds 1980 moest er zelfs 33 dollar worden neergelegd voor een vat olie.