Push-ups! Opdrukken! Ten times!

Als gevolg van het bestuurlijk vacuüm in Zuid-Irak hebben de Nederlandse militairen er een grote rol. Daarbij gaat het om veel méér dan het zorg dragen voor de veiligheid in het gebied. Verslag van een ,,symbiose-achtige situatie''.

,,Geef acht!'' Nederlandse bevelen klinken door de Iraakse woestijn. Maar het zijn geen Nederlanders, maar dertig Irakese jongemannen die in de houding springen. Korporaal der mariniers Peter Bergsma, fors postuur bij bijna een ruime één meter negentig lengte, staat voor de troep. Eerst zet hij zijn mannen weer `op de plaats rust'. Daarna spreekt ze toe, in het Engels. Een tolk vertaalt. In de verte komt komt nog een man in een lange witte jellaba aangerend: hij is te laat voor het appèl.

Korporaal Bergsma is niet gelukkig met het gedrag van zijn mannen. Ze hebben hun lege plastic flessen zomaar in het zand gegooid. Tijd voor wat Nederlands normbesef, heeft Bergsma besloten. Hij kijkt zo streng mogelijk. ,,Jullie maken er een rotzooi van'', zegt hij. ,,En jullie wéten wat dat betekent.'' De jonge rekruten grijnzen verlegen, kijken naar hun schoenen: wat hen te wachten staat, weten ze heel goed. ,,Push-ups!'' bast Bergsma. ,,Opdrukken! Ten times!''

Het is donderdagmorgen in Zuid-Irak, maar de zon steekt al behoorlijk. Even buiten de omheining het kamp van de Nederlandse mariniers in As-Samawah staan vijf boogtenten in het zand. Hier trainen korporaal Bergsma en twee van zijn collega's de eerste rekruten van het Iraqi Civil Defense Corps, een paramilitaire eenheid die op termijn moet opgaan in het nieuw te vormen Iraakse leger. De mannen moeten simpele militaire taken kunnen vervullen, legt sergeant-majoor Peter Van den Berg uit: een road-block inrichten, of een gebouw beveiligen. Geselecteerd is er uit de lokale mannelijke bevolking tot 25 jaar. Daardoor, zegt Van den Berg, is de kans op een `besmet' verleden uit de tijd van Saddam Hussein het kleinst. ,,Ze kleden zich hier om. Voorlopig dragen ze nog de oude Iraakse uniformen. En daar schamen ze zich rot voor.''

Iets minder dan 1.100 militairen heeft Nederland op dit moment gelegerd in de provincie Al Muthanna, in Zuid-Irak. De mannen en vrouwen maken deel uit van de SFIR, de stabilisatiemacht die na de oorlog in het leven is geroepen door de Verenigde Naties. De stabilisatiemacht moet zo veel mogelijk assistentie bieden aan de Coalition Provisional Authority, het civiele bestuur van de bezettingsmachten in Irak: de VS en en Groot-Brittannië. Daarbij gaat het om veel méér dan het zorg dragen voor de veiligheid in het gebied. Natuurlijk, bij alle missies slaan Nederlandse militairen putten en knappen ze vervallen schooltjes op om de hearts and minds van de lokale bevolking te veroveren. Maar deze keer is de rol van de Nederlandse militairen in de `civiel-militaire samenwerking' (CIMIC) veel groter dan anders. Ruim 3,6 miljoen dollar aan wederopbouwprojecten zijn er de komende maanden in Al-Muthanna gepland. De uitvoering daarvan zal voor een belangrijk deel liggen in handen van de mariniers. ,,Bij mijn weten'', zo zegt overste Dick Swijgman, commandant van het Nederlandse detachement, ,,zijn we nooit eerder zo bij CIMIC betrokken geweest.''

De grote `civiele' rol van de Nederlandse militairen heeft alles te maken met het bestuurlijke vacuüm in Al Muthanna. Tot voor kort had de autoriteit uit Bagdad niet eens een vertegenwoordiger in het afgelegen en relatief rustige gebied – die kwam er pas na aandringen van de Nederlandser regering. In het government support team van de Amerikaan Dick Andrews spelen Nederlandse militairen dan ook een belangrijke rol. Andrews kan ook rekenen op een vertegenwoordiger van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, die met de militairen is meegestuurd. De adviezen van deze `politieke adviseur' hebben zwaar meegewogen bij de samenstelling van het nieuwe Iraakse provinciale bestuur. Nederland mag dan officeel geen 'bezettende macht' zijn, in de praktijk hebben de Nederlanders – noodgedwongen – een dikke vinger in de pap. Op termijn, zo zegt commandant Swijgman, zal de autoriteit uit Bagdad ook in deze uithoek aan de grens met Saoedi-Arabië zijn lange arm doen gelden. ,,Tot die tijd zitten we nog in een symbiose-achtige situatie.''

Die situatie biedt voordelen, vindt ritmeester Dennis Klein. Want de 871.000 euro uit het zogenoemde stabiliteitsfonds van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken zijn méér dan welkom. Plannen voor de wederopbouw van de Iraakse politie lagen al maanden in de kast, maar werden door Bagdad ,,steeds vooruitgeschoven''. Nu kunnen er nieuwe auto's en radio's worden aangeschaft voor de agenten in Al Muthanna. En zijn Nederlandse marechaussees druk bezig met het opleiden van nieuwe Iraakse agenten. Dat dat nodig is, daar zijn de marechaussees de afgelopen weken wel achter gekomen. Klein vertelt over hoe een zorgvuldig voorbereide, gezamenlijke inval van Nederlandse militairen en Iraakse agenten volledig in het water viel omdat de Irakese politie meteen na aankomst het vuur opende. ,,We stapten uit de auto en we zagen overal de kogels om ons heen vliegen'', zegt Klein.

,,Ze zijn het nu eenmaal gewend zo'', zegt opperwachtmeester John Repi. Op het hoofdbureau van As Samawah ziet hij toe op de instructie die zijn collega B. Adams aan Iraakse agenten in spe geeft. De mannen moeten leren hoe je een huis binnen gaat. In Irak gaat dat normaal gesproken zó, vertelt Repi. ,,Eerst schieten ze in de lucht om te laten weten dat ze er zijn. Daarna kloppen ze aan.'' Twee Iraqi's benaderen intussen het oefengebouwtje, kalasjnikovs in de aanslag. Eén van hen blijft aarzelend voor het open raam staan – en vormt een perfect doel voor een eventuele gewapende verdachte in het pand. De ander stormt blindelings door de geopende deur.

Tijd voor een groepsevaluatie, vindt Adam. ,,Wat vonden jullie dat er goed ging?'', vraagt hij. De leerlingen schudden hun hoofd: er deugde helemaal niets van, vinden ze. ,,Ok'', zegt Adams. ,,Wat moet je van tevoren weten voordat je een pand in gaat?'' Of er gijzelaars zijn, zegt één leerling. ,,Waar de in- en uitgangen zijn'', zegt een ander. ,,Natuurlijk'', knikt Adams. ,,Maar soms heb je geen tijd om aan al die informatie te komen. Het belangrijkste is dat je weet of de mannen gewapend zijn. Daarna heb je back-up nodig. Is die er niet, dan omsingel je het huis.'' Hij kijkt even rond. ,,En wácht je op de back-up.''