Overheid moet burgers leren vertrouwen

De overheid moet ophouden zich te presenteren als alleskunner. Deze tijd eist een bescheiden opstelling, menen Thom de Graaf en Johan Remkes.

De veelgehoorde opvatting dat burgers niet in politiek geïnteresseerd zouden zijn, is de laatste twee jaar hardhandig van tafel geveegd. De politieke betrokkenheid is groot en kritisch. Het debat over (economische) keuzes die gemaakt moeten worden, verhult de noodzaak ook een aantal andere, fundamentele, zaken aan de orde te stellen, zoals het treurige feit dat een groot deel van de Nederlanders geen vertrouwen heeft in de overheid en niet veel geloof hecht aan de informatie van overheidswege. En dat terwijl bijvoorbeeld de modernisering van de overheid en het herstel van het gezag van de politie op z'n minst een fundamenteel vertrouwen in de overheid veronderstellen.

Het oordeel over de overheid en de politiek wordt in belangrijke mate bepaald door de wijze waarop daarover in de media wordt bericht. In het recent gepubliceerde rapport `Politiek en Media, Pleidooi voor een LAT-relatie' van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) wordt terecht geconstateerd dat de media, en zeker het sterk toegenomen aantal televisiestations, in grote mate de politieke agenda bepalen. Het klopt ook dat de media niet langer alleen verslag doen van de politieke discussie, maar daar deelnemer aan zijn geworden. Ook de constatering dat het tussen media en politiek niet altijd duidelijk is welke hand de andere wast, en dat geprobeerd wordt van elkaar gebruik te maken, kan door elke kenner van de wereld in Den Haag worden bevestigd.

Eén aspect blijft in het rapport onderbelicht. Want hoe media en politiek ook met elkaar omgaan, de verhouding tussen de overheid en de burgers blijft ernstig verstoord en is aan een grondige herziening toe.

Misschien ook wel door de wijze waarop de media werken, maar zeker door de pretenties van de politiek is een valse verwachting gewekt van wat `de' overheid vermag te bieden. Er is een niet realistisch beeld ontstaan: de overheid is verantwoordelijk voor het oplossen van alle problemen, maatschappelijke tot en met individuele. De overheid hoort daarin onfeilbaar te zijn want elk falen wordt met een beschuldigende vinger bestraft of, beter nog, met een politieke sanctie.

De erosie van het vertrouwen zal doorgaan wanneer de overheid blijft bijdragen aan de fictie van de onfeilbare alleskunner. Politici reageren meestal op problemen met: dat lossen wij wel op. Aldus worden niet in te lossen verwachtingen gewekt. Zoals ooit door een staatssecretaris van Volkshuisvesting die beloofde een `recht op huisvesting vanaf 18 jaar', maar die natuurlijk niet in staat was zélf die huizen te bouwen. Een oud-minister van Binnenlandse Zaken zei afgerekend te willen worden op een door hem beloofde verbetering van de veiligheid. Maar geen enkele politicus kan garanties afgeven over het gedrag van anderen.

In de discussie over veiligheid wordt de overheid een handhavingstekort verweten: het niet voldoende aanpakken van wetsovertreders. Daarbij wordt over het hoofd gezien dat het zogenoemde handhavingstekort wordt voorafgegaan door een nalevingstekort: burgers die de wet aan hun laars lappen.

Tegenover de burger moet de overheid eerlijk en open zijn over wat van haar te verachten valt. Waarbij moet worden aangtekend dat bescheidenheid over wat zij vermag, niet betekent dat overheveling van taken naar `de markt' dé oplossing zou zijn.

De primaire taak van de overheid is besturen. Maar besturen zonder communiceren bestaat niet. Politiek verantwoordelijken moeten niet alleen zorgen voor goed beleid en goede uitvoering, maar ook voor duidelijkheid. Ondanks `Postbus 51' en internet blijft de overheid voor velen een uit beton opgetrokken moloch. Wezenlijker nog dan het beschikbaar stellen van informatie is luisteren, begrip tonen en vervolgens ook leveren. De te moderniseren overheid moet open staan, zich bescheiden opstellen, onbaatzuchtig dienen en volstrekt eerlijk zijn. De overheidscommunicatie moet worden omgesmeed van zender- naar ontvangergerichte communicatie. De overheid moet, met andere woorden, de burgers leren vertrouwen.

Thom de Graaf is minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties en Johan Remkes is minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.