Ontsnap aan jezelf: voel niks

Mensen die worden buitengesloten, voelen – net als mensen die zelfmoord plegen – vooral niks, schrijft Ellen de Bruin.

Bijna niets zo menselijk als de behoefte om geaccepteerd en gewaardeerd te worden. Mensen die uitgestoten of buitengesloten worden, reageren daar dan ook weinig enthousiast op: ze krijgen stress, ze worden ziek of agressief en ze gaan raar doen. In extreme gevallen worden ze zelfs psychotisch. Maar ze voelen zich niet heel erg depressief. Eerder dof, neutraal.

Hoe kan dat? Waarom worden deze uitgestotenen niet juist ontzettend woedend of verdrietig? Toen Amerikaanse psychologen daarover nadachten, herinnerden ze zich dat er nog een groep mensen bestaat van wie je zou denken dat ze heel heftige emoties ervaren en bij wie dat niet klopt: mensen die een zelfmoordpoging doen. Als je je alleen maar `niksig' voelt, waarom dan zelfmoord plegen? Toch blijken zelfmoordenaars in spe heel afgevlakte gevoelens te ervaren vóór hun daad. Ze zijn lethargisch en vinden alles zinloos.

Misschien is het zo, dachten de psychologen (onder leiding van Roy Baumeister van Florida State University), dat buitengeslotenen en zelfmoordpogers in een bijzondere mentale toestand verkeren die dient om aan de wereld te ontsnappen. Cognitieve deconstructie, noemden ze die staat. Het belangrijkste kenmerk ervan is dat mensen geen betekenis meer ervaren in de wereld om hen heen en dus ook niet veel voelen. Dat is handig, redeneren de psychologen, want anders zouden die mensen maar concluderen dat iedereen hen waardeloos vindt. Omdat het leven toch geen zin heeft, kunnen mensen in een staat van cognitieve deconstructie ook niet goed meer over de toekomst nadenken en ondernemen ze weinig. Ze raken dus niet meer geabsorbeerd door iets wat ze doen en ervaren de tijd als vreselijk traag. Daardoor zou hun aandacht enorm op zichzelf gericht kunnen raken, maar dat proberen mensen in deze toestand te vermijden, want dat zou maar weer tot vervelende gedachten over de eigen waardeloosheid leiden. En als dat vermijden niet lukt, aldus Baumeister, dán kan iemand een zelfmoordpoging ondernemen om aan zichzelf te ontsnappen.

Een mooie theorie, maar vertonen mensen die buitengesloten worden inderdaad de kenmerken van cognitieve deconstructie? Dat hebben de psychologen nu onderzocht (Journal of Personality and Social Psychology, september 2003). Ze nodigden hun proefpersonen, studenten, in groepjes van vier of zes uit en vroegen hen op te schrijven met wie van de anderen ze het liefst als duo zouden samenwerken. De helft kreeg vervolgens te horen dat ze door niemand waren gekozen, de andere helft dat iedereen met hen wilde samenwerken. En in een ander onderzoek kreeg de helft van de mensen te horen dat ze al jong heel eenzaam zouden worden, als nep-feedback op een persoonlijkheidstest. De andere helft kreeg te horen dat ze later vaak ongelukken zouden krijgen. Ook erg, maar alleen de uitgestotenen vertoonden allerlei kenmerken van cognitieve deconstructie. Ze vonden het leven relatief zinloos maar waren niet heel emotioneel, ze ervaarden veertig seconden op een stopwatch als een minuut, ze waren trager bij reactietijdenspelletjes, ze kozen kleine pleziertjes op de korte termijn in plaats van grote belangrijke langetermijndoelen. Ook gingen ze minder graag voor een spiegel zitten dan de mensen die gewoon dachten dat ze erbij hoorden.

De onderzoekers schrijven niet dat ze hun proefpersonen achteraf netjes hebben verteld dat die niet écht waren buitengesloten. Dus als het zelfmoordcijfer op die universiteit ineens toeneemt, weten we hoe het komt.