Noodtoestand in Atjeh is nauwelijks meer nieuws

De militiare noodtoestand in het Indonesische Atjeh loopt over bijna twee maanden af. Voor het eerst erkent het leger dat er ook burgerslachtoffers vallen.

Na vier maanden militaire noodtoestand in Atjeh zijn de scherpste kantjes er af. De media-aandacht is verslapt, het patriottische vuur is gedoofd en in de analyses worden de grijstinten van de nuance zichtbaar. De Indonesische generaals zijn over de helft van hun mandaat en worstelen met de vraag hoe het straks verder moet als hun buitengewone bevoegdheden op 19 november aflopen. Ze zouden die het liefst verlengd zien, maar ze zijn er niet zo zeker van of de politiek hun een tweede termijn gunt.

De eerste honderd dagen was de militaire operatie in Atjeh in de media dagelijkse kost. Kranten ruimden steevast een pagina in voor `de oorlog'. Eén commerciële tv-zender trok iedere dag een uur zendtijd uit voor gesprekken en analyses. Intussen is de `geïntegreerde operatie tot herstel van veiligheid en gezag' in de provincie afgezakt naar het gemengde binnenlandse nieuws. De maandelijkse evaluaties van het militaire gezag in Banda Atjeh worden routineus gemeld. In het overleg tussen het militaire opperbevel en het parlement is matheid troef.

Begin deze week gaf het militaire hoofdkwartier in Atjeh de stand na vier maanden. In het kamp van de vijand – dat wil zeggen de separatistische Beweging Vrij Atjeh (GAM) – zouden sinds 19 mei 839 strijders zijn gesneuveld, 989 guerrilla-strijders zouden gevangen zijn genomen en 438 zouden zich vrijwillig hebben overgegeven. Daarmee zou bijna de helft van het GAM-leger zijn uitgeschakeld. In mei werd de sterkte daarvan op 5.000 man geschat. De rest zou zijn verdreven uit de kustgebieden en zijn toevlucht hebben gezocht in de bergen. In die vier maanden zou het leger ongeveer 400 vuurwapens hebben buitgemaakt op de GAM. Dat zijn er veel minder dan het aantal uitgeschakelde `GAM-leden', wat de vraag oproept of de doden en gevangenen wel allemaal combattanten zijn. Aan de kant van het leger zouden 52 soldaten zijn gesneuveld en 106 gewond zijn geraakt. De politie zou 14 man hebben verloren; 23 agenten raakten gewond.

Het hoofd woordvoering van de strijdkrachten in Jakarta, generaal-majoor Syafrie Syamsuddin, repte vorige week voor het eerst van burgerslachtoffers: 304 doden en 140 gewonden. Hij gaf geen nadere bijzonderheden en zei alleen: ,,De omstandigheden en de daders zijn niet duidelijk.''

Een doorgaans kritische waarnemer, directeur Munir van de organisatie voor de mensenrechten Eksekutif Imparsial (EI), reageerde: ,,Dat is een hele vooruitgang, want tot nu toe wilde het leger niet toegeven dat er als gevolg van de militaire operatie ook burgerslachtoffers vallen.'' Munir schrijft de burgerdoden op het conto van zowel het leger als de GAM: ,,Beide bedienen zich van dorpsbewoners, als tipgevers en gidsen, en beide mobiliseren burgers voor hun operaties. Dit moet onmiddellijk ophouden. Het leger moet conclusies trekken uit deze cijfers en zich afvragen of het door voortzetting van de militaire operatie de bevolking van Atjeh niet tegen zich inneemt.''

Intussen staan in Lhokseumawe, Noord-Atjeh, opnieuw militairen terecht voor een krijgsraad wegens wangedrag tegen burgers. Twaalf soldaten maakten jacht op een GAM-leider, maar die wist te ontkomen. In twee dorpen dreven de soldaten de bewoners bij elkaar, waarna zij op hen insloegen omdat zij `valse informatie' zouden hebben gegeven. De eerste krijgsraad te velde werd gehouden kort na het begin van de operatie. Een tiental militairen werd toen tot enkele maanden celstraf veroordeeld en oneervol uit de dienst ontslagen.

Het aantal Atjehers dat op de vlucht sloeg om gevechten tussen leger en GAM te ontlopen en zijn heil zocht in provisorische vluchtelingenkampen is de laatste maanden drastisch verminderd. In juni waren dat er ongeveer 40.000; nu zijn het er volgens een opgave van Sociale Zaken nog 10.000.

De chef-staf van de Indonesische strijdkrachten, generaal Endriartono Sutarto, zei tegen het parlement nog niet te weten of de militaire noodtoestand in Atjeh na zes maanden moet worden verlengd. ,,Zolang de GAM nog een bedreiging vormt voor de openbare veiligheid, moet de militaire operatie doorgaan. De troepensterkte (40.000 man) kan nog niet worden verminderd. We moeten echter nader bezien of voortgaand succes van de operatie ook bijzondere bevoegdheden krachtens de noodtoestand vereist.''

Een woordvoerder van de minister voor Veiligheidszaken zei deze week dat drie alternatieven worden overwogen voor na 19 november: verlenging van de militaire noodtoestand (het hoogste gezag in de provincie blijft berusten bij de militaire commandant), terugschakeling naar de civiele noodtoestand (de gouverneur, een burger, krijgt bijzondere volmachten) of beperking van de militaire noodtoestand tot vijf van de vijftien regentschappen. In die vijf, die aan de Straat van Malakka liggen, is de GAM vanouds het sterkst.

Eén ding is in vier maanden niet veranderd: het wantrouwen van regering en leger jegens buitenlandse pottenkijkers. Het militaire gezag in Banda Atjeh geeft buitenlandse journalisten geen toestemming voor verslaggeving in het veld. President Megawati Soekarnoputri zei deze week in New York, waar ze de jaarlijkse zitting van de Algemene Vergadering bijwoonde, dat VN-hulp voor de wederopbouw van Atjeh welkom is, op voorwaarde dat de besteding in handen blijft van Indonesiërs. ,,We moeten het komen en gaan van buitenlanders goed in de gaten houden'', aldus de president.