Nieuw fonds voor culturele noodhulp

Het Prins Claus Fonds heeft een nieuw noodfonds voor cultuur opgericht, het Cultural Emergency Response, dat hulp gaat bieden aan internationaal cultureel erfgoed dat is aangetast door oorlog of natuurrampen.

De officiële presentatie van het Cultural Emergency Response vond gistermiddag plaats in museum het Prinsenhof in Delft. De prinsen Johan Friso en Constantijn, de nieuwe `honorary chairmen' van het Prins Claus Fonds, waren bij de presentatie aanwezig.

Het Cultural Emergency Response (CER), dat werd opgericht naar aanleiding van de recente plunderingen in Irak, heeft 120.000 euro in kas en wil zich richten op ,,schade aan of vernietiging van cultureel erfgoed door menselijk toedoen of door natuurrampen''. Bij `cultureel erfgoed' kan het om documenten, voorwerpen, gebouwen en monumenten gaan, uit de hedendaagse dan wel de historische cultuur. Het CER kan overal ter wereld hulp bieden, maar geeft voorrang aan ,,politiek en economisch instabiele'' gebieden. Per rampsituatie wordt onderzocht waar dringend behoefte aan is, waarbij gebruik wordt gemaakt van lokale en internationale expertise en netwerken.

Mede-oprichter van het CER is The International Committee of the Blue Shield (ICBS), waarin sinds 1996 vier internationale organisaties zijn verenigd. The Blue Shield is sinds de Haagse Conventie van 1954 het officiële symbool voor beschermd cultureel erfgoed; museum het Prinsenhof is een van de Nederlandse instellingen met het blauw-witte teken op de deur.

Ross Shimmon, voorzitter van het ICBS, zei gisteren zich te verheugen over het feit dat het ICBS nu over eigen geld beschikt en dus meer zal kunnen doen dan ,,regeringen en instellingen waarschuwen, publiciteit vergaren, mensen via de media op de hoogte brengen''. Het CER kan ,,reddingsacties in gang zetten'' en zou uit kunnen groeien tot ,,een cultureel Artsen Zonder Grenzen''.

De Iraakse archeologe Selma Al-Radi toonde aan de hand van foto's de deplorabele toestand van het Iraq Museum in Bagdad. Volgens Al-Radi werd het museum al in maart, drie weken voor het begin van de oorlog, gesloten en werden voorzorgsmaatregelen tegen plunderingen genomen. Toch werd er geplunderd: door een groep professionals, die met glassnijders en sleutels binnenkwam, en een groep amateurs. Er werd heel gericht gezocht naar voorwerpen die in trek zijn bij verzamelaars. ,,Wie ze ook waren, ze grepen hun kans'', aldus Al-Radi.

Tot slot van de presentatie deed het CER zijn eerste gift: W. Muhammed, de bibliotheek-adviseur van het Iraakse Ministerie voor Cultuur, nam 25.000 euro in ontvangst voor de Centrale Bibliotheek van de Universiteit in Bagdad, die ook zwaar werd getroffen door brand en plundering. Het geld zal worden besteed aan computers en meubilair.