Mooi succes, maar wees niet te zelfgenoegzaam

Na de benoeming van Jaap de Hoop Scheffer tot NAVO-chef is de internationale stoelendans nog niet voorbij. Een Europese ronde staat op stapel, en daar staat volgens Steven Everts veel voor Nederland op het spel.

Met de benoeming van Jaap de Hoop Scheffer als nieuwe secretaris-generaal van de NAVO heeft de Nederlandse diplomatie een mooi succes behaald. Terecht is er in Den Haag

een gevoel van voldoening: Nederland telt internationaal nog steeds mee. In de hoofdsteden van Europa's `Grote Drie' – Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland – maakt men vaak een onderscheid tussen de `serious smalls' en de `silly smalls'. Nederland kan opgelucht ademhalen: we horen bij de `serious smalls'.

Desgevraagd bevestigen buitenlandse diplomaten dat Nederland als serieus land wordt gezien, met een hoog ambitieniveau en navenant grote bijdragen aan internationaal veiligheidsbeleid. Dit positieve beeld is terecht: kijk maar naar het aantal Nederlandse soldaten dat aan diverse crisisbeheersingsoperaties deelneemt.

Wat waren de redenen voor dit succes? Steun vanuit de eigen hoofdstad was cruciaal: het ontbreken daarvan heeft de kandidatuur van Antonio Vitorino, de Portugese Europees Commissaris duidelijk parten gespeeld. De Canadese en Noorse kandidaten vielen af omdat beide landen geen lid zijn van de Europese Unie, hetgeen een probleem is omdat de relatie tussen de NAVO en de EU steeds belangrijker wordt. Ook heeft Nederland handig geprofiteerd van het feit dat het land door president Bush als uitgesproken loyaal wordt gezien zonder dat het verketterd is door `oud Europa'. Frankrijk was een tijd lang tegen de kandidatuur van de Hoop Scheffer maar Parijs heeft uiteindelijk – en terecht – ingezien dat blijvend verzet zinloos was.

Verder heeft het niet tekenen van de fameuze `brief van de acht' De Hoop Scheffers kandidatuur duidelijk geholpen. Dit past in de `wet van de onbedoelde gevolgen' omdat de belangrijkste reden deze solidariteitsverklaring met Amerika niet te tekenen de verdeeldheid en onzekerheid binnen de regering was. Pas later kwam het argument dat men weliswaar geen bezwaren tegen de inhoud van de brief had maar de verdeeldheid binnen Europa niet verder wilde accentueren. Achteraf gezien heeft dit strategisch treuzelen en immobilisme zijn voordelen gehad.

Met dit resultaat is tevens de boze geest van de jaren tachtig en negentig – toen kandidaturen van bijvoorbeeld Onno Ruding en Ruud Lubbers voor diverse zware internationale posten telkenmale mislukte – uitgebannen. Toch roept, naast terechte gevoelens van tevredenheid, deze benoeming ook vragen op. Ten eerste is het onduidelijk welke ideeën Jaap de Hoop Scheffer precies heeft voor de onzekere toekomst van de NAVO. Ten tweede is het zo dat Nederland grofweg `recht' heeft op één belangrijke internationale post. En het is maar de vraag of voor Nederland de functie secretaris-generaal van de NAVO te verkiezen is boven andere opties, bijvoorbeeld een zware portefeuille in de Europese Commissie.

Zelfs de grootste aanhangers van het Atlantisch bondgenootschap erkennen dat er de laatste jaren toenemende verdeeldheid is over de strategische vraag waar de NAVO voor dient. Al ver voor Irak was het duidelijk dat binnen de NAVO sterk verschillend wordt gedacht over wat de belangrijkste internationale bedreigingen zijn, en welke strategiën het meest effectief zijn om hiermee om te gaan. De paradox is dat terwijl de NAVO in februari op sterven na dood was – toen men het telkens maar niet eens kon worden over het al dan niet verlenen van steun aan Turkije – maar nu operaties runt in het verre Afghanistan. Irak zou volgens velen de logische volgende stap kunnen zijn.

Deze nieuwe militaire missies zijn welkom. Ze laten echter onverlet dat de politieke verdeeldheid binnen de NAVO over de toekomst van de organisatie onverminderd groot is. De VS zien de NAVO graag als `schoonmaakster', die de boel opruimt na Amerikaanse interventies. Maar Washington is niet bereid de NAVO te gebruiken als forum waar Europa en Amerika gezamenlijk een strategie ontwikkelen voor de nieuwe dreigingen. Paul Wolfowitz, de Amerikaanse onder-minister van Defensie, heeft het in 2001 glashard gezegd: de missie bepaalt de coalitie, niet andersom. Voor de Europeanen is het zeer de vraag of deze rolverdeling met de NAVO als uitvoerende organisatie voor voornamelijk Amerikaanse plannen wel zo aantrekkelijk is. Tegelijkertijd wijzen de Amerikanen er fijntjes op dat zolang de Europeanen niet dringend meer investeren in militaire capaciteiten, de NAVO vanzelf irrelevant zal worden voor Washington. Kortom, de toekomst van de NAVO staat serieus ter discussie.

Nu is het onduidelijk wat De Hoop Scheffer precies denkt over deze thema's. Tot nu toe is het vooral gebleven bij goedbedoelde maar toch vage formuleringen over het behoud van de NAVO als onderdeel van de vitale transatlantische veiligheidssamenwerking. Het bezetten van een internationale topfunctie geeft een individu, en wellicht ten dele ook het land van herkomst, de kans om nieuwe initiatieven te ontplooien. Maar voor de internationale politiek geldt net als voor de nationale: als je niet weet wat je wilt, krijg je weinig gedaan.

Het zou goed zijn als De Hoop Scheffer vóór zijn aantreden in januari 2004 duidelijker zou kunnen maken hoe hij de politieke verdeeldheid binnen de NAVO denkt te kunnen aanpakken. Concreet: hoe kan hij ervoor zorgen dat de VS de NAVO niet alleen gebruiken om in ad hoc coalities steun te verwerven, maar ook om te luisteren naar de voorkeuren van anderen; en hoe kunnen de Europeanen vermijden dat hun evidente militaire overmogen zal resulteren in een grotere neiging in Washington om de NAVO te marginaliseren?

Voorts is er de vraag of Nederland wat betreft internationale functies nu zijn kruit verschoten heeft. In 2004 zal een nieuwe Europese Commissie aantreden, en met de uitbreiding van tien nieuwe landen zal de concurrentie om een zware portefeuille te krijgen sterk toenemen. Vervolgens komen er in 2006 waarschijnlijk twee nieuwe, belangrijke EU-posten bij: een president van de Europese Raad en een minister van Buitenlandse Zaken. Natuurlijk, de NAVO is belangrijk. Maar het EU-beleid heeft uiteindelijk veel meer en veel diepere invloed op de Nederlandse samenleving.

Bij de vormgeving en ontwikkeling van de EU staan directe Nederlandse belangen op het spel. Na de benoeming van De Hoop Scheffer zullen andere landen er fijntjes op wijzen dat Nederland aan zijn taks zit. Daarom zal Den Haag extra hard moeten werken om te vermijden dat het wordt afgescheept met een post van Eurocommissaris voor Onderzoek of Consumentenaangelegenheden.

De benoeming van Jaap de Hoop Scheffer biedt een kans om de NAVO nieuw leven in te blazen, maar daarvoor zijn wel creatieve, richtinggevende ideëen en lef nodig. Daarnaast zal Nederland zich moeten hoeden voor een uitbarsting van zelfgenoegzaamheid: de internationale stoelendans duurt voort en bij de volgende ronde staat veel op het spel.

Steven Everts is Senior Research Fellow bij het Centre for European Reform in Londen.