Lange-lijnvisserij is funest voor alle 21 soorten albatrossen

Alle 21 soorten albatrossen worden in hun voortbestaan bedreigd. Er stonden al vijftien albatrossoorten op de internationale Rode Lijst, en daar zijn er nu nog zes bijgekomen. Belangrijkste oorzaak is de lange-lijnvisserij waarbij jaarlijks 300.000 zeevogels omkomen, waaronder 100.000 albatrossen. Het albatrosonderzoek werd begin deze maand gepresenteerd op een BirdLife International workshop in Kaapstad. De samenvattingen kunnen worden opgezocht op www.birdlife.net.

In de lange-lijnvisserij zet men vanaf schepen lange vislijnen in open zee uit om commercieel interessante soorten zoals tonijn, zwaardvis en Patagonische tandvis te vangen. Eén zo'n lijn kan meer dan 100 kilometer lang zijn en is voorzien van tienduizenden haken met bijvoorbeeld stukken inktvis als aas. Na een dag of wat worden de lijnen weer binnengehaald. Als de lijnen net zijn uitgegooid en nog niet gezonken zijn, vormt het aas een gemakkelijke prooi voor albatrossen en andere zeevogels. Zij happen in het voer en slikken ook de haak in. Vervolgens worden ze meegesleurd en verdrinken. Deze vismethode wordt vooral op de oceanen van het zuidelijk halfrond toegepast. Maar ook op de Atlantische oceaan en op de Middellandse Zee maakt de lange-lijnvisserij steeds meer slachtoffers, vooral onder kleinere zeevogelsoorten.

Tot de zes albatrossoorten die nu ook zijn opgenomen in de categorie `bedreigd' hoort de Atlantische geelneusalbatros. Volgens studies in de broedkolonies op de eilanden Gough en Tristan da Cunha heeft die de laatste drie generaties (71 jaar) een verlies geleden van 58%. De Wenkbrauwalbatros blijkt op de Falkland Eilanden de laatste drie generaties (65 jaar) met 50% achteruit gegaan. De Zwartvoetalbatros, die voorkomt op Hawaï, lijdt sinds de laatste drie generaties (56 jaar) een verlies van meer dan 50%. Ook de Indische geelneusalbatros, waarvan de grootste kolonie op Amsterdam Eiland zit, is in drie generaties (71 jaar) met meer dan 50% geslonken.

Zelfs de Laysanalbatros, de meest algemene albatrossoort, blijkt volgens de jongste cijfers van de noordwestelijke Hawaii-eilanden in drie generaties (84 jaar) met meer dan 30% achteruitgegaan. De Zwarte albatros die voorkomt op eilanden in de Zuid-Atlantische en Indische Oceaan is de laatste drie generaties (90 jaar) met maar liefst 75% achteruitgegaan. Het allerzeldzaamst blijft de Amsterdameilandalbatros. Daarvan leven op de hele wereld nog maar 20 broedparen. Ze hebben te lijden aan ziekten en toenemende kuikensterfte.

Birdlife International voert sinds 1997 wereldwijd campagne voor de albatros en andere bedreigde zeevogels. Zo zeilt de Schot John Ridgway de wereld rond om aandacht voor de massaslachtingen te vragen. Vogelbeschermers zoeken samen met vissers naar aangepaste vistechnieken waarbij minder zeevogels sneuvelen. De vissers hebben daar zelf ook belang bij omdat die massa's dode vogels aan de haken lastig zijn.

Onlangs schreef BirdLife International een prijsvraag onder vissers uit. Er zijn al 87 inzendingen binnen. Zo experimenteren tonijn- en zwaardvissers bij Hawaii met een aangepaste techniek waarbij ze hun met aas gevulde haken pal naast de zijkant van het schip in zee laten zakken (side setting). Daar durven of willen de zeevogels niet graag op af duiken. Eenmaal bij de achtersteven beland is het aas dan meestal al diep genoeg gezonken om geen vogels meer aan te lokken.