JDL-Holland

De NRC verdient complimenten dat ze het verontrustende bericht over de oprichting van de militante Joodse Defensie Liga (JDL) in Nederland belangrijk genoeg vond om in vette letters op de voorpagina te plaatsen. Dit belang werd onderstreept door ook een uitvoerig artikel in het Zaterdags Bijvoegsel (Z, 20 september) over deze uiterst gevaarlijke organisatie. Toch dient de noodklok nog luider en opvallender te worden geluid.

De huidige toestand in het gebied is zowel voor de Israëliërs als voor de Palestijnen zonder meer hopeloos te noemen. Hij is voorgoed in het stadium van deze hopeloosheid geraakt door de misdadige, maar vooral fataal gebleken tactiek van de Palestijnse zelfmoordaanslagen binnen Israël zelf, waarop de Israëliërs in zeven jaar geen effectief antwoord hebben gevonden.

Deze angstaanjagende tactiek is echter pas ingevoerd als antwoord op een massamoord gepleegd door een lid van precies de organisatie die nu ook een tak in Nederland heeft, de JDL. Deze man vermoordde op 29 februari 1994 in koelen bloede negenentwintig in gebed verzonken Palestijnen in Hebron. Het was deze misdaad die de golf van zelfmoordaanslagen in Israël aan de gang heeft gebracht. Zoals de historicus Martin Gilbert schrijft: ,,De nieuwe Palestijnse terreurtactiek was de zelfmoordaanslag waarbij een jonge man, met als beloning een plaats in het Paradijs, zichzelf onder het meenemen van een maximum aantal Israëliërs de lucht in joeg. Op 6 april 1994 werden zo in Afula acht Israëliërs vermoord. Hamas kondigde aan dat dit slechts de eerste van een serie zou zijn als wraak voor de moord in Hebron.''

Sindsdien is de keten van wraak en wederwraak nooit voor lange tijd verbroken.

Al is de JDL in Israël officiëel verboden, dit verhindert niet dat het graf van de massamoordenaar uit de kring van de JDL een bedevaartsoord is geworden voor extreem nationalistische Israë-liërs, een plaats bewaakt door het leger en de politie die ervoor zorgen dat deze extremisten, in tegenstelling tot hun Palestijnse voorgangers, er rustig en ongestoord kunnen bidden.

Zoals de Israëliër Hirsch Goodman in het magazine `The Jerusalem Report' schrijft: ,,In welk ander land is het graf van een massamoordenaar een erkende heilige plaats? Maar wij zwijgen.''