`Integratie loopt achter bij buren'

De parlementaire commissie die het integratiebeleid in de afgelopen decennia onderzoekt, moet de blik meer op Europa richten. ,,Op een enkele uitzondering na verloopt de integratie van allochtonen in onze buurlanden beter dan in Nederland'', zo zei de socioloog R. Koopmans van de Vrije Universiteit in Amsterdam gisteren op de vierde dag van de openbare verhoren van de commissie.

Volgens Koopmans is het niet moeilijk om vast te stellen dat het nu beter gaat met de allochtonen in Nederland dan in 1980. ,,Maar wat zegt dat over het gevoerde beleid?'' Volgens hem is het goed om naar voorbeelden in het buitenland te kijken om te beoordelen in hoeverre het integratiebeleid hier is geslaagd. Ook kritiseerde hij de commissie dat niet speciaal naar criminaliteit wordt gekeken. ,,Dat is een reëel probleem waar je niet omheen kunt'', aldus Koopmans. ,,Net als in andere landen zitten er ook in Nederland nogal wat allochtone jongeren in de cel, maar dat percentage is drie keer zo hoog als bijvoorbeeld in Engeland en Duitsland.'' Datzelfde geldt volgens hem voor de arbeidsmarkt. Minder allochtonen dan in andere Europese landen hebben hier een baan. Ook is de concentratie in steden in vergelijking met Duitsland, volgens hem, groter, en mede daardoor zijn er meer zwarte scholen in Nederland, betoogde de Amsterdamse socioloog die ook in Berlijn onderzoek deed. Tevens haalde hij uit naar het grote aantal zelforganisaties van allochtonen langs etnische lijn in Nederland. ,,Een stad als Berlijn heeft aanzienlijk minder belangengroeperingen, en deze functioneren beter.''

Ook vond Koopmans het jammer dat de commissie het vooronderzoek - de evaluatie van het integratiebeleid in de afgelopen dertig jaar – vrijwel volledig heeft laten uitvoeren door het Verwey-Jonker Instituut. ,,Er is niet één wetenschappelijke waarheid'', aldus de socioloog. De commissie had er naar zijn oordeel wijzer aan gedaan om deelopdrachten aan meerdere bureaus uit te besteden, de rapporten voor de openbare verhoren vrij te geven zodat over de conclusies met de ondervaagden gepraat had kunnen worden.

Het rapport van het Verwey-Jonker instituut werd deze week onder druk van uit de Tweede Kamer, dat het instituut niet onafhankelijk zou zijn, vrijgegeven.

Prof.dr. M. Penninx, hoogleraar Etnische Studies en directeur van het Instituut voor Migratie en Etnische Studies van de Universiteit van Amsterdam die gisteren ook werd gehoord, zei de kritiek op het Verwey-Jonker instituut niet te begrijpen. Het instituut bestaat nog maar tien jaar, terwijl het integratiebeleid over dertig jaar wordt onderzocht, aldus Penninx. Hij noemde het een verdienste van Nederland dat hier veel allochtonen actief zijn in de politiek. ,,Dat is in geen enkel ander land te zien.''