In een kinderboek is alles mogelijk

De Stichting P.C. Hooftprijs bekroonde het oeuvre van Imme Dros met de prestigieuze Theo Thijssenprijs. ,,Een soort constante in mijn werk is het kind van vier.''

Haar Hilversumse villa ligt dichter bij het bos dan bij de duinen, toch is haar verlangen naar de zee altijd gebleven. Imme Dros werd in 1936 op Texel geboren en bracht er haar jeugd door in een bakkersgezin met zes kinderen. Als kind wilde ze niet weg van het eiland, maar toen ze naar het gymnasium ging moest ze wel naar `de overkant'. Dagelijks voer ze naar Den Helder; om de boot naar huis te kunnen halen verliet ze de les een half uur eerder. Soms zat het tegen en was de boot al vertrokken, dan bracht ze noodgedwongen uren door in een ,,deprimerende wachtkamer''.

Terug naar die tijd op Texel kan ze niet meer, maar in veel van haar boeken is de affiniteit met het eilandleven en de zee voelbaar. Dat de aantrekkingskracht van het water ook een gevaarlijke kant heeft, blijkt in het betoverende, meermalen bekroonde kinderboek Annetje Lie in het holst van de nacht (1987). In dit verhaal, dat het midden houdt tussen een sprookje en een nachtmerrie, wordt Annetje Lie als een magneet naar de waterkant gezogen. Daar wil Heintjevaar, een griezelig groen wezen, haar de diepte in trekken.

Werkelijkheid en fantasie gaan hier hand in hand. Zoals ook in veel van haar andere werk, waaronder prentenboeken, adolescentenromans, jeugdtheaterteksten en hervertellingen van de Griekse mythen.

,,Wat mij in mythen en sprookjes aanspreekt, is dat de fantasie zo'n rol speelt'', zegt Imme Dros, wier levendigheid en zwierige verschijning haar een onverwoestbaar jeugdig voorkomen geven. ,,In een kinderboek heeft het fantastische effect een functie, net als in de Odyssee. Ik hou van het kinderboek als literair verschijnsel, het boek waarin alles mogelijk is. Het gaat erom dat je in simpele woorden iets maakt dat leeft en effect heeft, dat ontroert en nieuwsgierig maakt. Je kunt best een vreemd wezen introduceren dat extreem praat, als de basis, de taal, maar helder is. Zoals bij Reve. Als hij een woord als `zoude' gebruikt, werkt dat als een steen in het water: het maakt duidelijk hoe helder zijn Nederlands is.''

Op lichtvoetige wijze getuigt Dros keer op keer van haar bezetenheid van taal en ze laat zien dat je de woorden niet hoeft te verstaan om erdoor gegrepen te worden. In de prachtige jeugdroman De reizen van de slimme man (1988) droomt Niels weg bij de avonturen van Odysseus die hem voorgelezen worden in een geheimzinnige, onbegrijpelijke taal. Hij wil die taal leren, koste wat kost, zodat hij de verhalen zelf kan lezen.

Imme Dros schreef aanvankelijk dierenverhalen, later werd haar repertoire breder en begonnen de literaire onderscheidingen voor haar speelse, springerige proza binnen te stromen. Omdat ze naar eigen zeggen graag dialogen schrijft, richtte ze zich daarnaast op toneel en bewerkte met succes eigen en andermans teksten voor het inmiddels opgeheven Nijmeegse jeugdtheatergezelschap Teneeter. Tegenwoordig schrijft ze libretto's voor operagroep Xyniks. Hoewel ze al in 1971 debuteerde met de als raamvertelling verpakte verhalenbundel Het paard Rudolf begon ze pas na 1980 veel te produceren, toen de kinderen het huis uit waren. Vanaf dat moment was er meer tijd en rust – al haalt ze nu een paar keer in de week haar twee kleindochtertjes uit school. In het tussen het groen verscholen schemerdonkere huis van Imme Dros en haar echtgenoot, de schrijver en tekenaar Harrie Geelen, zijn de sporen van de kindervisites overal zichtbaar. Speelgoed slingert tussen de stapels boeken en papier en in de volle werkkamer van Geelen is nog net ruimte voor een ledikant, tot de rand gevuld met pluchen beesten.

Imme Dros is ,,met hart en ziel grootmoeder'', maar haar eigen boeken leest ze liever niet voor aan de kleinkinderen. ,,Ik zie altijd dingen die ik wil veranderen, ook als een tekst gepubliceerd is. Ik blijf herschrijven, hoe lang ik ook bezig ben. Je bent in wezen iedere dag een ander mens. Een soort constante is de vierjarige die ik was. Dat kind staat in mijn hoofd geëtst.

,,Ik was thuis de oudste, na mij kwam een broertje en toen ik drie was werd een tweeling geboren. Ik moest groot en verstandig zijn in een moeilijke, chaotische periode. Het was oorlog, we zagen hoe Den Helder werd gebombardeerd. Ik merkte dat de volwassenen bang waren. Mijn kindertijd was niet lief en vriendelijk, maar ik ben wel in een warme familie opgegroeid. Mijn ouders deden veel met ons en hechtten eraan dat ik boeken las. Ik kan me het gevoel van macht herinneren toen ik leerde lezen; verhalen die me niet bevielen veranderde ik. Lezen werd bespottelijk gevonden in onze kleine dorpsgemeenschap: je verleest je verstand, zeiden de vriendinnen van mijn moeder.''

Met een vriendinnetje speelde Imme Dros veel toneel, stiekem oefenden ze op het podium van de plaatselijke toneelvereniging. Een opleiding aan de Toneelschool, zoals zij wilde, vond haar vader echter te ver gaan. Na de ulo stuurde hij haar naar de kweekschool. Ze vond het er ,,verschrikkelijk'' en stapte al gauw over naar het gymnasium. ,,Toen ik halverwege het jaar in de vierde klas terecht kwam, waren ze Ovidius aan het lezen. Ik kon er geen woord van vertalen. Een predikant op Texel had mij zes weken bijles gegeven, maar we hadden alleen wat grammatica kunnen doornemen. Het was allemaal los zand in mijn hoofd. Ik heb moeten leren snel en efficiënt te werken om overeind te blijven in de branding.

,,Ik maakte er kennis met een schat aan verhalen, ideeën en filosofieën, die stoelden op eeuwen van eruditie. Homerus was een openbaring. Op school leerde je meer respect te hebben voor de Ilios dan voor de Odyssee. De Ilios (Dros zegt met opzet Ilios, red.) was dieper en menselijker, werd gezegd. Ik heb altijd een voorkeur gehad voor de Odyssee. Het gaat over liefde voor de plek waar je vandaan komt, over liefde voor familie en vrienden, over fantasie en overleven. Odysseus overleeft ten koste van alles, niet omdat hij zo'n vechter is maar dankzij zijn fantasie.''

In 1991 verscheen van Dros de vertaling van de Odyssee: Odysseia. De reizen van Odysseus. Jarenlang had ze zich gekoesterd ,,in een zon die al drieduizend jaar gedoofd is''. Toen het boek af was overviel haar zo'n `heimwee' naar Odysseus dat ze begon aan Ilios, het verhaal van de Trojaanse oorlog. ,,Ilios'', legt Imme Dros desgevraagd uit, ,,is een andere naam van de stad Troje. De titel van Homerus' Ilias is een afleiding het is het verhaal over Ilios. Mijn boek vertelt over de Trojaanse oorlog en een deel daarvan gaat over het beleg van Ilios.

,,De zinnen zijn even mooi als in de Odyssee en er wordt op dezelfde manier omgegaan met herhalingen, epitheta en formules, maar toch werkte het niet. Iets beviel me niet aan die boeken en ik besefte dat ik er vreselijk tegenop zag de stukken over de oorlog en die hele mannenwereld te moeten vertalen. Ik kon het aan toen ik de oorlogsgod Ares als verteller opvoerde. Met zijn ironische commentaar relativeert hij en maakt hij de oorlog kleiner.''

Na de Homerusvertalingen is Dros begonnen met het bewerken van andere Griekse heldenavonturen die, zoals veel van haar boeken, verlucht zijn met illustraties van Harrie Geelen. Het zijn poëtische hervertellingen, de zinnen hebben de cadans van een hexameter. Die strakke vorm is volgens Dros noodzakelijk om de ,,gigantisch uitwaaierende Griekse mythen in te polderen''.

De Latijnse mythenvertellers trekken Imme Dros minder aan, vertelt ze desgevraagd: ,,Ze missen de blijmoedige optimistische mentaliteit van de Grieken die ten koste van alles willen leven. Het is een levensfilosofie die in de loop der jaren mijn manier van denken is binnengesijpeld. Ik ben calvinistisch opgevoed, met een pessimistische inslag. Nu denk ik: iedere gelegenheid om feest te vieren moet je aangrijpen. Zoals het feit dat ik nu de Theo Thijssenprijs krijg. Dat is de mooiste prijs die ik me kan wensen.''

Boeken van Imme Dros worden uitgegeven bij uitgeverij Querido (Amsterdam), Van Holkema & Warendorf (uitg. Unieboek) in Houten.