Hollands Dagboek: Haci Karacaer

Op uitnodiging van de Amerikaanse ambassade reist Haci Karacaer (1962) drie weken door de VS. Met zes jonge Nederlandse moslims bezoekt hij moskeeën, immigratie- en integratieprojecten. Karacaer is leider van de Turkse moslimbeweging Milli Görüs. `Islamitische identiteit is hier geen excuus om je te isoleren, maar een inspiratiebron.'

Woensdag 17 september

Om 9 uur stappen wij de bus in die gedurende de reis voor ons is geregeld. Ook hebben wij een gids. Hij is 24 uur met ons op pad en Bush-fan. Dit leidt tot felle discussies in de groep. Maar de ochtend begon met raï-muziek in de bus, waarop sommigen spontaan beginnen te dansen. Automobilisten rijden ons vol verbazing voorbij.

Bestemming is het Witte Huis. Wij praten na een strenge beveiligingscontrole met mevrouw Sullivan, directeur van het door president Bush opgerichte Office of Faith-based and community initiatives. Mevrouw is een theologe. Onze religieuze organisaties financieren belangrijke sociale projecten in steden en op het plattteland, vertelt zij, maar worden desondanks toch uitgesloten van overheidssteun omdat zij religieus zijn.

Amerika kent ook de scheiding van kerk en staat. Het perspectief is verschillend. In Europa zijn er de burgers die tegen de kerk in opstand zijn gekomen en hun burgelijke vrijheden hebben gekregen. In Amerika willen de religieuze gemeenschappen niets met de staat te maken hebben. Dit komt natuurlijk doordat vele landen in Europa een staatskerk/religie hebben. Terwijl wij in Nederland een verhitte discussie voeren over het hoofddoekje in de rechtszaal, kunnen in dit land rechters een kruis of een keppel dragen zonder met die religieuze symbolen partijdigheid uit te dragen.

Na de lunch gaan we naar het ministerie van Buitenlandse Zaken. De bewaking is opnieuw zeer streng, we moeten door een dubbele controle heen. Binnen praten we met een dozijn beleidsmakers van Buitenlandse Zaken over twee thema's: vrijheid van religie en het (nieuwe) Midden-Oostenbeleid van Amerika. Rode draad tijdens de gesprekken blijft 11 september 2001. Volgens de mensen van Buitenlandse Zaken is `de zaak aan het normaliseren': mensen durven weer kritisch te zijn over overheidsmaatregelen.

Onze minibus brengt ons daarna naar een Amerikaanse versie van VluchtelingenWerk. Dames vertellen vreselijke verhalen. Bijvoorbeeld dat asielzoekers soms in bewaring worden gesteld en jaren vastzitten. Die vrouwen zijn gefrustreerde oude marxisten, zegt de gids na afloop. Tijd om te eten, dus zoeken we een eetgelegenheid. Dat duurt een kwartier. Wij zijn moslims, dus moeten we halal eten. Maar wat voor de een halal is, is voor de volgende nog niet genoeg halal.

Donderdag

Gisteravond reisden wij per trein naar New York. Daar verblijven we in het zeer luxe Millenium Hilton naast Ground Zero. We hebben allemaal een kamer met prachtig uitzicht op Ground Zero. Een deel van de groep vindt dit meer dan toeval. Men denkt dat de Amerikanen dit bewust hebben gedaan om ons met Ground Zero te confronteren. Ik persoonlijk vind dat een behoorlijk overdreven reactie. Het is een raar gevoel. Je kijkt naar een bouwput wetende dat daar twee mooie en hoge gebouwen stonden.

Vandaag bezoeken we twee universiteiten. Rutgers is een staatsuniversiteit van New Jersey met protestants-christelijke wortels in Nederland. Op een rare manier krijgen wij steeds met Nederland of linken ermee te maken. Zo liepen we in de trein van Washington naar New York een Amerikaan tegen het lijf die in Leiden een film wil opnemen over Freud en Mahler.

De zwarte directeur van Rutgers University deed een opvallende uitspraak: ,,Diversiteit betekent voor mij conflict. Van conflicten moeten wij leren met elkaar omgaan. Diversiteit is geen paradijs.' Ook een moslimstudente deed haar verhaal, ze had op een islamitische school gezeten. ,,Ik had geen ervaring met diversiteit, ik werd hier geconfronteerd met alle anderen culturen.' Dat is nou precies waarom ik blijf pleiten voor gemengde scholen. De missie van de universiteit was ook bijzonder. Men praat over `one civility', een wereldgemeenschap.

We hebben zowel op de heen- als op de terugweg weer discussie met onze gids. Hij is een fervent voorstander van privé-scholen. Geen openbare scholen. Geef iedereen een voucher en dan mogen zij zelf kiezen naar welke school zij gaan. Dat komt goed uit, want we gaan nu een privé-universiteit bezoeken. De voorzitter is tevens voorzitter van de onderzoekscomissie van `9/11'. Hij is de voormalige gouverneur van New Jersey, heet Tom Keen, en is Republikein met een Democratenhart. Een beetje Hans Dijkstal. Hij beantwoordt al onze vragen over 11 september zonder opgewonden te raken. Hij vertelt dat hij in mei met zijn rapport komt. Ze doen onderzoek naar de historie van Al-Qaeda, immigratie en financiën.

Ten aanzien van de universiteit is zijn adagium: kleinere klassen, en zet iedereen voor de klas, dus ook de president van de universiteit. Meer en beter lesgeven. En meer vrouwen. Weer ontmoeten wij een Nederlander, professor, die in Groningen is geboren maar nu hier in New Jersey lesgeeft. Hij voelt zich een Amerikaan. Een andere zwarte hoogleraar zegt: ,,Wij moeten leren leven met de `witten', wij zullen hun manieren moeten leren. Want zij leren onze manieren toch niet. Maar we moeten eigen manieren ook kennen.'

Eten op een terras op de grens van China Town en Little Italy. Daarna bezoeken we Times Square. We gaan naar de film, S.W.A.T., Special Weapons And Tactics. De taxichauffeur bekeek in de dezelfde bioscoop dezelfde film en vertelt vrolijk: ,,Ik heb veel gedronken.' Desondanks arriveren we veilig bij het hotel.

Vrijdag

Ons eerste bezoek vandaag in New York is aan het International Refugee Center (IRC). We hebben een gesprek met drie dames en een heer. Zij beginnen hun inleiding met `wij zijn er trots op dat wij een immigratieland zijn'. Dat ontkennen we al jaren in Nederland. Ander verschil met Nederland is dat Amerikanen met elke vluchteling een gesprek hebben. Er zijn tien organisaties die zich hiermee bezig houden. Hierdoor ontstaat er diversiteit in aanpak, zij zijn verantwoordelijk voor de inburgering van de immigranten. Zij spreiden ze ook over het land, al naar gelang er banen zijn. Want werk staat voorop: 98 procent van immigranten vindt na 180 dagen werk.

Hierna gaan we met onze minibus naar het VN-hoofdkwartier. Daar hebben we een gesprek met een Franstalige Canadees. 's Avonds eten we in een Turks restaurant, Dervis. Een succes, ook omdat we met `normaal' bestek aten. Sinds we hier zijn, hebben we steeds met plastic bestek moeten eten, zelfs in de kantine van de Senaat. Milieubewustzijn is hier geen gemeengoed. In Manhattan zagen we een stuk of 25 limousines met draaiende motor op hun baas wachten. Na het eten ontvangen we de rekening: wie betaalt hoe veel? Na het eten gaan we naar Broadway om naar Moving Out te kijken, mijn eerste live musical. Om 23 uur nemen we met zijn allen een kijkje in de Whisky-discobar. Ik ben na 5 minuten weer vertrokken: het is niet een omgeving waar ik me prettig voel.

Een bijzondere ervaring was ons vrijdagmiddaggebed in een moskee in Manhattan. De moskee was in een gebouw dat duidelijk al jaren niet was onderhouden. De preek was in het Engels en Arabisch. De imam sprak over homoseksualiteit, over buitenechtelijke relaties. Hij legde een verband tussen de hedonistische levenswijze en de orkaan Isabel. ,,Negentig procent van deze staat heeft buitenechtelijke relaties, mannen zoenen mannen op straat, vind je het raar dat de orkanen komen?' Sindsdien gaan onze gesprekken elke keer over de orkaan. Als iemand van ons iets zegt wat controversieel is zeggen we: jij krijgt een orkaan over je heen. We hebben er veel om gelachen en we lachen er nog om, maar eigenlijk is het heel erg triest. De imams ontlopen elkaar qua niveau niet veel, waar ze ook aan het werk zijn.

Zaterdag

Vandaag staat een stadstoer gepland. Onze nieuwe gids Steve Freij verrast ons door Nederlands te gaan spreken. Hij is in Amerika geboren. Zijn ouders komen uit Delft. Ik dacht: dit is mijn kans om hem de vraag voor te leggen die wij vaak in Nederland krijgen. Wat voel je je nu: een Amerikaan of een Nederlander? Amerikaan, antwoordt hij zonder aarzelen. Maar zijn ouders hadden hem Nederlands geleerd. Goed, even later krijgen we te horen dat onze minibus pech heeft en dat het bedrijf geen andere bus kan regelen. Wel is er de mogelijkheid om met een Kroatische groep mee te gaan. Na enige aarzeling besluiten we mee te gaan. Onderweg zijn wij in de buurt van een Islamic center uitgestapt. We gaan naar de moskee om te bidden. Moskeeën in Amerika zijn doorgaans niet zo vol. Wel op vrijdagmiddag. Een van ons heeft een kaart van New York bij zich. Hij vindt dat de gebedsrichting niet klopt.

Wij stappen op een man af en leggen hem ons probleem voor. ,,Het is goed, broeder. Maak je geen zorgen. Belangrijke mensen hebben deze moskee gebouwd, en die ligt zonder twijfel goed.' Hij zegt dat met een gezichtsuitdrukking van: `wat een snotneuzen'. Wij bidden hier al jaren en zij komen from nowhere om ons te vertellen dat we ons steeds naar de verkeerde richting hebben gericht.

We hebben de metro genomen naar ons hotel. Ook opmerkelijk in de VS: publieke goederen worden beter onderhouden of beschermd dan in Nederland. Weinig sporen van vandalisme, zoals graffiti.

Zondag

Na anderhalf uur vliegen zijn we in Cincinnati. Om 16.00 uur rijden we in onze minibus de stad in. Net op dat moment steekt een hele horde mensen de straat over. Een American football-wedstrijd is afgelopen. Maar er is helemaal geen spanning en geen politie te bekennen. Mensen lopen heel vriendelijk door elkaar. Ook opvallend veel vrouwen en mensen op leeftijd. Ongeveer 200 meter verderop ligt er nog een honkbalstadion. Cincinnati is van oorsprong een stad van Duitse migranten. Ze vieren hier nu oktoberfeest. Er wordt daar veel gedronken, gegeten en gedanst. Bierglazen zijn, zoals in Duitsland, zeer groot. In Amerika wordt alle drank in gigantische glazen aangeboden en met veel ijs. Water krijg je overal ongevraagd geserveerd, altijd met ijs. Een glas cola wordt met een slang gevuld, zoals je een auto voltankt.

Maandag

Bij het National Underground Railroad Freedom Center worden we opgevangen door mevrouw Naomi Nelson, de director of education. Er werken bijna alleen `zwarten'. Wij pakken de lift. Boven kijken we uit op het nieuwe museum dat in aanbouw is aan de voet van de brug die Kentucky en Cincinnati met elkaar verbindt. Deze brug is ook de route geweest van de slaven die op zoek waren naar vrijheid. Terwijl in Kentucky volop slavernij was, was die in Cincinnati afgeschaft. Dus velen hebben geprobeerd om de Ohio-rivier over te steken. Sommigen zijn verdronken, anderen zijn gepakt of vermoord.

We vragen mevrouw Nelson of het waar is dat zwarten bezig zijn om een claim in te dienen, zoals de joden hebben gedaan. Ja, zegt ze, en men dient ook te betalen omdat slavernij bij uitstek een economische activiteit was. Vele mensen zijn er rijk door geworden.

Na de lunch ontmoeten we de liberale rabbi Abie Ingber, een geweldige man. Iedereen van ons was direct verliefd. Een echte verteller. Zijn organisatie heet Hillel Jewish Student Center. Hij heeft een kleine synagoge in het studentencentrum. Zijn synagoge bevat elementen uit allerlei synagogen uit de hele wereld, ieder met een eigen verhaal, zegt hij. Hij heeft leerlingen van overal, dus wil hij een verhaal kunnen vertellen dat de leerling herkent. Zijn passie voor interreligieuze en niet-religieuze dialoog is hartverwarmend. Ik zou graag willen dat alle geestelijke leiders zo waren. Het is een schril contrast met de imam in New York. Maar ik moet ook bekennen dat ik ook in Nederland imams ken die niet zo gepassioneerd zijn als deze rabbi.

Hierna gaan we naar het politiebureau om over de rassenrellen te spreken. De politieagent heeft een presentatie van vier uur, maar voor ons maakt hij er 1,5 uur van. We krijgen beeld- en af en toe geluidsmateriaal te zien en te horen. De politie heeft vanaf 1994 tot 2001 15 zwarten vermoord. Na de laatste ontstonden de rellen. Op een gegeven moment hadden we een discussie die lijkt op het discussie die we naar aanleiding van het schietincident op het Mercatorplein hebben gevoerd. Waarom zijn het steeds zwarten?

We gaan naar een restaurant met twaalf televisies en een groot scherm. Mensen kunnen eten en naar honkbal of een andere sport kijken. Als je colaglas leeg is, wordt het gewoon weer gevuld. Hetzelfde geldt voor koffie. Een van ons had koffie én cola. De bediende vraagt: welke moet ik nog een keer vullen? Beide, zegt de Nederlander. Als het maar gratis is.

Dinsdag 23 september

Ik moet het vandaag zonder ontbijt doen omdat ik me heb verslapen. Alternatief is niet meegaan, maar dat wil ik niet. We gaan naar het Islamic Center of Greater Cincinnati, een complex langs de snelweg, zoals de moskee in Zaandam. Alleen deze is veel groter en mooier.

Het complex ligt aan het eind van een villawijk. In vergelijking met Nederland staat er geen horde mannen in en om het gebouw. Alles is ruim opgezet. Mooie ruime gebouwen, een parkeerplaats, een kleuter- en basisschool. Klassen van gemiddeld tien kinderen. Het gebouw staat er pas drie jaar. Alles is pico bello. Anders dan op onze islamitische scholen kunnen kinderen hier tekenen, foto's maken, mensen afbeelden. Jongens en meisjes door elkaar. Zij hebben vorig jaar zelfs niet-moslimkinderen gehad. Docenten zijn zeer divers, moslim en niet-moslim, met hoofddoek en zonder hoofddoek. Belangrijkste is de sfeer, die is hier zeer open. Islamitische identiteit hier is geen excuus om je te isoleren, maar een inspiratiebron. De gemeenschap hierachter is zeer ontwikkeld.

Mensen hebben het hele centrum zelf betaald. In het bestuur van het centrum zit ook een niet-moslim. De buurt had aanvankelijk moeite met de komst van het islamitisch centrum, maar nu hebben ze goed contact met de buurt, vertelt de voorzitter. Na 11 september kwamen ook dreigementen binnen. De politie heeft een maand lang wacht gehouden. Wat mij onzettend beroerde is dat zij geen aparte ingang voor de vrouwen hebben. De moskee heeft een ingang en een uitgang voor zowel mannen als vrouwen. Ik vind het geweldig. En de vrouwen blijken zeer divers. Zeer modern, echt super opgemaakt, en zeer traditioneel gekleed. Maar allemaal zeer hoog opgeleid en geëmancipeerd. Het zijn geen vrouwen die zich door de mannen de wet laten voorschrijven.

Samen gaan we naar hun educatiecentrum. In de bouwconstructie van de zaal zijn kruisen te zien waar kroonluchters hangen. Eigenlijk zijn het vier raampjes naast elkaar waardoor een kruis ontstaat. Dus ik riep direct: ,,In Nederland zouden we hierover direct problemen maken.' Deze mensen hebben er helemaal geen last van, zij ontlenen hun identiteit niet aan ,,uiterlijke vroomheid'.

Hier krijgen wij een presentatie van de voorzitter van de vrouwen. Wat ik overhoud: de islam wordt bijna altijd met de Arabieren en het Midden-Oosten vereenzelvigd. De werkelijkheid is dat maar 18 procent van de moslims in het Midden-Oosten woont en Arabier is. Een andere zin die ik heb onthouden is: ,,You can look different and still be a good American.' Ik ben het er van harte mee eens. ,,Als wij in Nederland zouden zeggen dat wij Nederlandse moslims zijn, zullen de Nederlanders zeggen: neen, jullie zijn Marokkanen met een Nederlandse paspoort', zegt een van ons. Ik ben het daar niet mee eens. Ik denk dat dit eerder een projectie van onszelf is dan dat Nederlanders dit werkelijk zullen zeggen. Bovendien denk ik dat het ene het andere versterkt. Doordat wij denken dat we niet worden geaccepteerd, wat voor een deel wel zo is, gedragen we ons als niet-Nederlander waardoor de Nederlander ons ook niet ziet als Nederlander. En het gaat maar zo door.

Gerectificeerd

Karacaer

In het Hollands Dagboek van Haci Karacaer, leider van de Turkse moslimbeweging Milli Görüs (27 september, pagina 31), staat dat hij in Nederland imams kent die niet zo gepassioneerd zijn als de liberale rabbi Abie Ingber. Karacaer bedoelde dat hij in Nederland imams kent die net zo gepassioneerd zijn als de rabbi.