Exodus 23:2

Van de Britse filosoof Bertrand Russell wordt verteld dat uit zijn mond ooit maar één bijbelwoord vernomen is: ,,Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen.'' Hij heeft dit motto zijn hele leven, zowel in de wetenschap als in de politiek, in de praktijk gebracht. Ik ben niet zo bijbelvast, maar dit vind ik een prachtig devies. Zeer bruikbaar, en heus niet alleen voor filosofen, ook voor politici. Gij zult geen modieuze onzin verkondigen, gij zult niet met alle winden meewaaien, de waan van de dag zult gij weerstaan en gij zult geen kiezers paaien door ze naar de bek te praten. Gij zult zich niet aan populisme bezondigen. Het schoot me te binnen dankzij het gekrakeel over de parlementaire onderzoekscommissie integratiebeleid.

In alle ernst moet je je afvragen of dat onderzoek naar de mislukking, totaal, gedeeltelijk, misschien, van het integratiebeleid, niet van meet af aan was voorbestemd om uit te draaien op een politieke farce. Is het ooit de bedoeling geweest serieuze criteria te ontwikkelen om het effect van het integratiebeleid te meten? De uitkomst was tevoren vastgelegd. Fortuyn had gezegd dat de integratie is mislukt, het volk wilde dat blijkbaar horen, en dus was het zo. Het moest alleen nog even door een onderzoeksbureau worden bevestigd en door de Kamer bekrachtigd.

De gewenste uitkomst van het parlementaire onderzoek is wat wij nu al een paar jaar als een mantra horen, eindeloos herhaald. Het roer moet helemaal om. Allochtonen zijn voorgetrokken en doodgeknuffeld! En als allochtoon hoor je er pas bij – ben je een toonbeeld van integratie – zodra je zelf gaat klagen over dat vermaledijde doodknuffelen van die allochtone parasieten. Nietwaar, Afshin Ellian? Nietwaar, Sylvain Ephimenco? `Iedereen' zegt het. Daarom durfde de Tweede Kamer niet te weigeren toen de SP een parlementair onderzoek voorstelde naar de met fanfare verkondigde mislukking van de integratie. In het verkiezingsprogramma van de SP viel al te lezen wat er uit het onderzoek dient te komen: ,,Veel te lang heeft er een taboesfeer gehangen rondom alles wat met minderheden te maken heeft. Daarmee moeten we ophouden. Laten we samen kijken waar we staan en daarbij zeggen wat gezegd moet worden.'' Wat gezegd moet worden, gaat het verder, is dat ,,bepaalde groepen'' allochtone jongeren overlast veroorzaken. Nou, dat is nieuws. Welke groepen? Dat zegt de SP dan weer niet, alleen dat ze `bepaald' zijn.

Wat wérkelijk niet gezegd mocht worden (want dat wilde het volk niet horen), is dat Nederland sinds de jaren zeventig een immigratieland is. De eerste die dat – in december 1998! – in een nota aan de Tweede Kamer waagde toe te geven was Van Boxtel (D66), de `paarse' minister van Grotesteden- en Integratiebeleid. Dus wat wil je: als Nederland gedurende dertig jaar immigratie geen immigratieland mocht heten, met name van Bolkestein niet, dan legt dat een hypotheek op het integratiebeleid.

Het voorstel van de SP om de `mislukte integratie' parlementair te onderzoeken was weinig meer dan een politiek stuntje. Een gedachte zat er niet achter, of het moest de gedachte zijn een graantje mee te kunnen pikken van de onvrede over de problemen van de immigratiegolf van de afgelopen decennia. Als parlementaire excercitie onzinnig. Karin Adelmund, die als staatssecretaris van Onderwijs hoog opgaf van de schoolprestaties van allochtone leerlingen, zou als lid van de Kamercommissie de mislukking van haar eigen beleid moeten onderzoeken. Te dwaas om los te lopen.

Maar minstens zo komisch was dat de SP, die het zaakje initieerde, haar Kamerlid Ali Lazrak in de commissie zette. Lazrak, die heeft toch jarenlang gewerkt in de integratiebusiness? Als opbouwwerker van stichtingen voor buitenlanders. Als lid van het Komitee Marokkaanse Arbeiders Nederland, dat minder weet heeft van Marokkaanse arbeiders dan van Nederlandse subsidiekunde. Als oprichter van een belangenorganisatie van Marokkanen in de WAO. Als eindredacteur, tot 2001, van alleen voor Marokkaanse luisteraars bestemde radioprogramma's, waarmee de publieke omroep bijdroeg aan de instandhouding van wat de SP nu `culturele segregatie' noemt.

Een zeker opportunisme in de politiek is niet abnormaal, maar de SP-politicus Lazrak heeft van opportunisme zijn roeping gemaakt. Is het in de mode om gedwongen spreiding van allochtonen te bepleiten, dan stelt Lazrak gedwongen spreiding voor. Krijgt hij daar vervolgens kritiek op, dan beweert hij dat ,,de SP nooit, herhaal nooit heeft gepleit voor gedwongen spreiding van allochtonen''. Maar een jaar eerder zei hij nog in het blad van zijn partij: ,,Als we aan de vrije school- en woningkeuze moeten komen, dan moet dat maar.'' De SP mag in haar verkiezingsprogramma dan wel eisen dat migranten zich bewust worden van `de hier geldende normen en waarden', het bewustzijn dat vrije schoolkeuze en vrije vestiging vanouds tot die hier geldende normen en waarden behoren is bij de partij zelf ver te zoeken.

Lazrak is uit de Kamercommissie integratiebeleid gestapt omdat een onderzoeksrapport van het Hilda Verwey-Jonker Instituut hem niet beviel. Weer zo'n staaltje opportunisme: eerst zelf instemmen met de opdracht aan dat instituut, maar als het resultaat niet politiek wenselijk blijkt te zijn, ineens de onafhankelijkheid van de onderzoekers betwisten. De beschuldiging dat het Verwey-Jonker Instituut in het verleden zou hebben bijgedragen aan het falende integratiebeleid klinkt uit Lazraks mond ronduit potsierlijk. Participeerde dat instituut ook in al die stichtingen, programma's en comités waar hij voor heeft gewerkt? Niet minder potsierlijk is het, door VVD-Kamerlid Hirsi Ali overgenomen, verwijt dat de ex-directeur van het onderzoeksinstituut lid van GroenLinks is. Dat was algemeen bekend toen het instituut werd aangezocht om het onderzoek uit te voeren. Het is moeilijk te verdedigen dat Kamerleden eisen stellen aan de uitkomst van onafhankelijk onderzoek. De bedoeling was blijkbaar dat het volk straks van de Kamercommissie te horen krijgt wat het horen wil.

Maar wát wil het horen? Ik vrees: boze zaken. De geschiedenis van alle immigratie leert dat `bepaalde groepen' elkaar instinctmatig het liefst bevechten, verdrijven en uitmoorden. Als zij elkaar doodknuffelen, dan toch met de nadruk op dood. Het opgaan van nieuwkomers in de al aanwezige bevolking is een langdurig, moeizaam, pijnlijk proces. Democratische politici horen aan dat proces leiding te geven. Populisten doen het omgekeerde, de stokebranden ruiken kansen op politiek gewin, zij volgen de menigte in boze zaken.