Een spaarzaam volkje

En, mijnheer Prick, heeft u nog iets nodig?

Nee, ik zou niet weten wat.

Een nieuwe bureaustoel misschien, ik heb hier een folder van eentje op wielen met regelbare hoogte en verstelbare leuningen, zou dat niet iets voor u zijn?

Nee, deze stoel zit prima.

Misschien een kast zoals uw collega hiernaast er een heeft, met laden met rails voor mappen?

Nee, ik heb echt helemaal niets nodig, maar waarom dringt u zo aan?

Kijk, het ziet ernaar uit dat we dit jaar geld overhouden. Dat moet dan terug naar het ministerie, maar wat erger is, dan denken ze dat we met minder toekunnen, en worden we volgend jaar gekort. We moeten er dus vooral voor zorgen niets over te houden.

Zou u dan misschien kunnen regelen dat ik een ponstypiste krijg voor een paar weken, want daar heb ik wel behoefte aan.

Het spijt me, mijnheer Prick, dat kan niet. Dat geld is op, maar van de begrotingspost voor kantoorinrichting hebben we nog een flink bedrag over.

Zo ging dat indertijd, maar inmiddels hebben veel instellingen die worden gesubsidieerd door het ministerie van Onderwijs, de mogelijkheid gekregen om gelden naar eigen inzicht te besteden. Deze cultuuromslag geldt onder meer de scholen voor voortgezet onderwijs. Toen zij enkele jaren geleden de ruimte kregen om het onderwijs naar eigen inzicht in te richten, bracht dit vanzelfsprekend ook de noodzaak met zich mee van financiële zelfstandigheid. Scholen mogen dus, binnen zekere grenzen, keuzes maken. Geld dat ze overhouden kunnen ze sparen.

Ziekenhuizen, bejaardenhuizen, het Leger des Heils en talloze andere instellingen die leven van giften en subsidies potten een deel van die gelden op. Want je weet maar nooit. Omdat we een spaarzaam volkje zijn, gaat het vaak om vermogens en is de vraag gewettigd of de subsidies en die collectebus niet wat minder kunnen gezien de omvang van de reserves.

Nu kennen scholen voor voortgezet onderwijs nog maar enkele jaren een zekere autonomie. De mogelijkheid om reserves te kweken bestaat daar dus nog maar kort. Ze verdedigen hun spaarzame beleid, zoals ze dat ook doen in al die andere sectoren waar gepot wordt, namelijk door te wijzen op allerlei denkbare en ondenkbare rampen die in de toekomst dreigen. Het gevolg hiervan is dat sedert de autonomie er weliswaar niet minder overheidsgeld naar onderwijs is gegaan, maar toch beduidend minder aan onderwijs is uitgegeven.

Nederland, zo leest u vaak, besteedt naar westerse maatstaven gemeten, weinig geld aan onderwijs. Dat komt doordat we absurd weinig besteden aan het voortgezet onderwijs. In die sector zit de pijn. En nu wil het toeval dat bovengeschetste ontwikkeling van autonomie en oppotten juist in die sector speelt. Leo Lenssen, bestuurder van de Bve-raad, noemde dit onlangs rot, perfide. Ik vind dit geen gelukkige kwalificaties, en zou het liever als diep tragisch willen kwalificeren. Tragisch omdat schoolbesturen, gedreven door angst en zuinigheid, het onderwijs tekort doen. Toch mogen we Lenssen dankbaar zijn. Als hij deze ontwikkeling met de nodige nuance had verwoord, was het niemand opgevallen, maar nu werd er nog eens extra de aandacht op gevestigd door de voorzitter van de Bve-raad, Margo Vliegenthart. Zij was er als de kippen bij om te melden dat Lenssen zijn uitspraken betreurde. Wat, zo liet Lenssen in deze krant weten, helemaal niet het geval is. Ik vind dat moedig, want in Onderwijsland geldt voor bestuurders de dwingende eis dat ze altijd en overal roepen dat er te weinig geld is. Zeggen dat er voldoende is, maar dat het verkeerd of helemaal niet wordt besteed, staat in die wereld gelijk aan vloeken in de kerk.

prick@nrc.nl