Dichters durven meer

Er is op poëtisch gebied veel te beleven in de jeugdliteratuur. Niet alleen rijmpjes voor kleine kinderen maar ook veel `echte' poëzie voor jongere lezers.

De uitdrukking `tussen tafellaken en servet' voor kinderen van zo'n jaar of twaalf, hoor je niet meer zo vaak - het is ook eigenlijk een malle typering. Want moest je dan als je nog een kind was een heel klein tafeltje met een servet dekken? En dan een poosje niets natuurlijk, dat was dat `tussen', en dan ineens dat tafellaken. Misschien zou een gedicht als dit wel iets zijn voor dat stadium ertussenin.

Eten

Aan tafel blijft een stoel in stilte wachten.

Er staat opzichtig een bord niet dat er hoort.

Ook de orde in het bestek is verstoord.

Mam dient het eten op. Ze houdt zich groot.

Ze leert ons verliezen aan precies

de verkeerde vrienden, of aan de dood.

Mettertijd zullen wij ruimer gaan zitten.

Hier leeft een kind zich in in de volwassen moeder, maar drukt meteen ook de eigen gevoelens uit. Er is iemand dood in het gezin, en aangezien er staat dat moeder leert om `ons' te verliezen, ligt het voor de hand dat het om een broer of zus gaat die er ineens niet meer is. Of is die helemaal niet dood maar vertrokken met `precies de verkeerde vrienden'? Dat kan ook. Maar iemand is weg, zoveel is zeker. En degene die aan het woord is weet al hoe het gaat, wereldwijs zegt hij: ,,Mettertijd zullen wij ruimer gaan zitten.'' We zullen eraan wennen.

Dit gedicht is van Ted van Lieshout en het laat eigenlijk ook meteen zien hoe inderdaad overbodig die uitdrukking van dat tafellaken en dat servet geworden is, want niets aan dit gedicht is `ertussenin' al kunnen kinderen van twaalf het heel goed lezen. Het is gewoon een goed gedicht voor een goede lezer, en hoe oud die lezer precies is moet hij zelf maar weten. Dat kan dit gedicht niet veel schelen.

Er is op poëtisch gebied enorm veel te beleven in de jeugdliteratuur. Niet alleen wordt er vanouds her heel leuk gerijmd voor kleine kinderen, er is ook veel `echte' poëzie voor jongere lezers. Niet alleen grappige verhaaltjes op rijm of dolle liedjes. Het lijkt soms wel of de dichters die ook voor kinderen schrijven steeds meer durven. Alsof ze steeds zekerder weten dat kinderen best aanvoelen wat een witregel wil, waarom een zin wordt afgebroken, wat er is weggelaten als eens even niet alles wordt uitgelegd.

Bovendien is er een genre in de jeugdliteratuur populair dat in de literatuur voor volwassenen maar zelden voorkomt: het proza gedicht. Kinderboekenschrijvers hebben er helemaal geen probleem mee om een heel effectieve vorm tussen proza en poëzie in te gebruiken – niet elke zin begint dan op een nieuwe regel, er zit een ritme in de zinnen, er wordt niet gerijmd maar klank doet wel mee en soms gaat men na een poosje gewoon op ouderwets proza over en soms staat er ineens een gedicht tussendoor. In kinderboeken mag eigenlijk alles.

Haast ongemerkt maken kinderen zichzelf zo alvast rijp voor het tafellaken van de volwassenen poëzie – bovendien tref je daar ook vaak servetten. Dat kun je zien als je de prachtige bloemlezing Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is leest, waarin heel veel gedichten zijn opgenomen die niet speciaal bedoeld waren voor kinderen, maar die heel goed door iedereen gelezen kunnen worden. Bijvoorbeeld dit gedicht over de dichtkunst van K. Schippers:

In dit gedicht

is geen woord

te veel

Neem je er iets af

dan is het

niet meer heel