De wildernis van Namibië

Mark Hoogstad bezoekt een van Afrika's mooiste wildreservaten. Daarna is hij toe aan een cactus-schnaps (43 procent).

`Geen persone sonder 'n geldige permit word verby hierdie punt toegelaat nie'. Niemand die toeziet op de naleving van de in het Zuid-Afrikaans opgestelde tekst, maar het laatste waar we op dit moment aan denken is een doldwaas avontuur op het Waterberg-plateau. Achter het provisorische hek wacht de woeste wildernis van Namibië, met dieren in allerlei soorten en maten. Nee, na een slopende klim zijn we blij even te mogen uitblazen en willen we, gezeten bovenop de eeuwenoude rotsformaties, slechts zwijgen en verdrinken in het betoverende panorama.

Namibië is een groot maar bovenal leeg land: ruim anderhalf keer zo groot als Frankrijk en met slechts 1,8 miljoen inwoners. Kortom, het ideale kuuroord voor de dolgedraaide moderne mens.

Waterberg is onze laatste tussenstop op weg naar Etosha, een van Afrika's mooiste en grootste natuurreservaten in het noorden van Namibië. `Afrika op zijn mooist', jubelen de reisfolders. Dat blijkt niets te veel gezegd. We zijn de toegangspoort bij Okaukuejo amper gepasseerd of een kudde gemsbokken kuiert over wat dan nog een geasfalteerde weg is. Geïnteresseerd in twee Nederlandse toeristen in hun knalblauwe huurauto zijn de beesten niet. Geef ze eens ongelijk.

DRINKPLAATS

Enkele uren later, bij het vallen van de avond, slaat de verwondering om in fascinatie wanneer we aanschuiven in wat het best omschreven kan worden als `het theater van de jungle': een drinkplaats aan de rand van de savanne, op slechts enkele meters van het keurig onderhouden restcamp waar zelfs een niet-kampeerder zijn tent nog wel zou willen opzetten. Vanachter een stenen omheining zien we hoe een kudde olifanten het spits afbijt, niet veel later gevolgd door de zeldzame en uiterst schichtige zwarte neushoorn, voor wie de giraffe graag even halt houdt en die, net als wij, vanaf veilige afstand toekijkt.

Twee dagen en vele ontmoetingen met jakhalzen, struisvogels, gnoes, zebra's en leeuwen (alleen in de verte) later verlaten we het alleen in zuiden en oosten toegankelijke Etosha, uitermate voldaan om niet te zeggen verzadigd. Ik kan, eerlijk is eerlijk, geen springbok meer zien.

Dan op naar Omaruru, een stoffig oord in het hart van het land waar zelfs de kinderen verveeld uit hun ogen kijken en de bedding van gelijknamige rivier al maandenlang droog staat. Het stadje is Namibië in het klein: dor, vredig en één hoofdstraat met grotendeels in Duitse stijl opgetrokken gebouwen. Duitsland moest `zijn' Süd-West Afrika na de Eerste Wereldoorlog opgeven op last van de Volkenbond. Maar de sporen van de nazaten van Adolf Lüderitz, de Duitse handels- en ontdekkingsreiziger die Otto van Bismarck aanzette tot kolonisatie, zijn nog overal zichtbaar: van de Bäckerei om de hoek tot de Apfelstrudel in de lunchroom. Daar hebben zeventig jaar van Zuid-Afrikaanse heerschappij niets aan veranderd.

WOESTIJN-WIJN

Omaruru is ook de plaats waar 's lands enige wijnboerderij zetelt, de `Kristall Kellerei' van Helmuth en Uschi Kluge. Onaangekondigd melden we ons aan de poort. De heer des huizes heet ons welkom in zijn proeverij. Daar krijgen we de specialiteit van het huis voorgezet: de cactus-schnaps. Een alcoholrijk (43 procent) goedje dat zich in de keel een weg naar beneden brandt.

Namibië grenst weliswaar aan wijnland Zuid-Afrika, maar het is een kurkdroog land met twee woestijnen binnen de landsgrenzen, de Kalahari in het zuidoosten en de Namib in het zuidwesten. Kluge beheert dan ook ,,puur voor de lol en de toeristen'' vier hectaren grond en verbouwt daarop twee druivensoorten: de Colombard en de Ruby Cabernet.

Wijn verbouwen in een aride klimaat is het noodlot tarten. Maar ach, Kluge vindt het leuk en bovendien: hij is een rasoptimist, gehard en gevormd door de alledaagse en vaak wat bizarre werkelijkheid van het Afrikaanse continent. Treuren over het uitblijven van de regen? Kluge is geen Nederlandse boer, Kluge is een Namibiër van Duitse origine en de verpersoonlijking van de `na-regen-komt-zonneschijn'-gedachte, maar dan in omgekeerde volgorde. ,,Afrika is zeven vette en zeven magere jaren.'' Niemand die medelijden met Kluge hoeft te hebben, ook al moet hij het water inmiddels van negen meter diep omhoog pompen. Grijnzend: ,,Een Afrikaan is zovaak gestraft dat hij altijd in de hemel belandt.''

Een straf is ook een bezoek aan Cape Cross, zij het alleen voor de neus. Negentigduizend (!) zeeleeuwen liggen hier bijeengepropt op een rotsformatie te slapen, te krijsen en te vechten. Ondertussen doen zij hun behoeften. Vandaar die afgrijselijke vis- en urinelucht. Maar alles went en bovendien: het aanhoudende geblaat en gekrioel van de broedkolonie bieden voldoende afleiding.

ZANDVOORT VAN NAMIBIË

Ruim 110 kilometer zuidwaarts ligt Swakopmund, een in vrolijke pasteltinten uitgevoerde badplaats: het Zandvoort van Namibië. Hier is het goed toeven, zeker voor wie besluit een dagje te gaan zeevissen onder leiding van een Zuid-Afrikaanse prof en diens Namibische handlanger. Kennis van het `visvak' is geen vereiste. Mijn reisgenoot, aan boord gestapt omdat ik per se wilde, tilt die middag een bijna zestig centimeter lange bodemhaai uit het water. Een schoolvoorbeeld van beginnersgeluk, maar ik wil zijn kinderlijke vreugde niet smoren en zeg tandenknarsend: ,,Niet gek.''

De haai herwint zijn vrijheid, maar dat geldt niet voor de slordige twaalf kilo kabeljauw. Die gaat mee naar de wal, waar de vis vakkundig voor ons wordt schoongemaakt. Wij nemen ons deel vol trots mee naar een restaurant en laten een kok de vis bereiden .

Het kan allemaal in Swakopmund, zeker nu de drukke periode (juli) nog moet komen en de gastvrouw ons Nederlands prima kan verstaan, op voorwaarde dat we niet te snel praten. Engels is de officiële voertaal in Afrika's jongste republiek (onafhankelijk sinds 1990), maar velen spreken en verstaan nog altijd Afrikaans, hetgeen tot enige terughoudendheid noopt in de gesprekken aan de bar.

Duits was daarentegen de voertaal in Omaruru, waar de honden het op mij gemunt hebben als ik in alle vroegte besluit een boek te gaan lezen in de tuin. Vluchten kan niet meer. Als even later de vrouw des huizes, gealarmeerd door het aanhoudende geblaf, poolshoogte komt nemen, slaak ik een zucht van verlichting. ,,Du solsst keine Angst haben'', zegt de gastvrouw. ,,De honden kennen het verschil tussen zwart en blank, want zwart steelt en blank niet.''

BLANK EN ZWART

Ook dat is Namibië: land van verborgen tegenstellingen. Het is de relatieve rust en welvaart die de voormalige Duitse kolonie bijeenhoudt. Ze zijn dan weliswaar één, de zwarten (Ovambo's, Kavango's, Herrero's, San, Nama's en Damara's), de blanken en de kleurlingen. Maar wat als straks de vader des vaderlands, president Sam Nujoma, overlijdt? Of de politieke en economische onrust vanuit Zimbabwe overwaait?

In een van de spaarzame interviews die president Nujoma vanaf zijn ranch in Noord-Namibië gaf, liet de voormalige Swapo-vrijheidsstrijder doorschemeren dat hij het idee van de grootscheepse landonteigeningen, waartoe zijn vriend en collega Robert Mugabe in Zimbabwe had besloten, nog niet zo gek vindt. Ook in Namibië is het gros van het land (tachtig procent van de landbouwgrond en privé-wildparken) in handen van blanke grootgrondbezitters, die slechts vijf procent van de totale bevolking uitmaken. Op een dag zal dat `onrecht' worden rechtgezet. En wat dan?