De sterke arm helpt de onzichtbare hand

,,Kapitalisme vormt de basis van democratie, en niet omgekeerd. Planeconomie daarentegen zal altijd hand in hand gaan met tirannie.'' Als gastauteur van het tweemaandelijkse Amerikaanse blad Foreign Policy neemt Martin Wolf, economisch commentator van de Financial Times, stelling tegen het idee dat ,,kapitalisme grote ongelijkheid schept, het milieu bederft, en de democratie ondermijnt''. Vooral Naomi Klein, kampioen van de antiglobaliseringsbeweging, moet het ontgelden: ,,Ondanks al haar gejeremieer tegen het kapitalisme, de multinationals en de wereldmerken lijkt Klein goed te boeren dankzij de markteconomie. Onder geen enkel ander systeem had haar boek zo'n internationale sensatie kunnen worden.''

De auteur betoogt dat ,,de tirades tegen kapitalisme afkomstig zijn van dromers die het vergelijken met een ideaal systeem dat nooit heeft bestaan''. Integendeel. ,,De milieucatastrofes veroorzaakt door staatssocialistische economieën zijn goed gedocumenteerd. De markteconomie heeft zulke rampen goeddeels vermeden.'' De auteur concludeert: ,,Het is niet de markt die immoreel is, maar de slordige en gemakzuchtige argumentatie van zijn critici.''

,,Campagnes tegen kinderarbeid hebben de meeste kans van slagen als ze sterke arm van de wetgeving combineren met de onzichtbare hand van de markt'', concludeert Kaushik Basu in het Amerikaanse maandblad Scientific American. Hij is hoogleraar economie aan de universiteit van Cornell. In een artikel over de historie van kinderarbeid betoogt hij dat ,,armoede van de ouders de belangrijkste oorzaak is van kinderarbeid. Er zijn maar weinig ouders die hun kinderen uit werken sturen tenzij de omstandigheden hen daar toe dwingen.'' In China is het percentage kinderen van 10 tot 14 jaar dat arbeid verricht, langzaam gedaald van 48 procent in 1950 tot 12 procent in 1995. De daling ging het snelst in de jaren tachtig toen de economie er explosief groeide. Hetzelfde gebeurde volgens het blad in Vietnam en India. In landen die het economisch minder goed deden, zoals Cambodja, bleef de daling van kinderarbeid beperkt, van 29 procent in 1950 tot 25 in 1995.

Maar economische groei alleen is niet genoeg om kinderarbeid te doen dalen. Er is wel degelijk ook wetgeving voor nodig, betoogt de auteur, al is het maar eenmalig. Anders blijven ouders, werkgevers en kinderen de gevangene van hun situatie. Dat wil niet zeggen dat je kinderarbeid domweg moet verbieden, want dat werkt vaak in het nadeel van degenen die er van zouden moeten profiteren. De auteur bepleit daarom een stap voor stap-benadering die balanceert tussen de kracht van de wet en de tucht van de markt.

,,Europese landbouwsubsidies mogen dan meer schade aanrichten dan de Amerikaanse, maar dat is geen excuus voor de VS om de arme boeren in de wereld nog verder te verarmen.'' Steven Radelet, voormalig topambtenaar bij het Amerikaanse ministerie van Financiën, schrijft dat in het Amerikaanse kwartaalblad Foreign Affairs in een artikel over de groei van de Amerikaanse ontwikkelingshulp. In zeker opzicht maakt die groei volgens de auteur deel uit van het beleid tegen terrorisme. Maar de doelstellingen lijken toch wat breder te zijn, omdat ook de conservatieve regering Bush ,,schoorvoetend erkent dat armoede en ongelijkheid de vijandigheid tegen de VS aanwakkeren''.

Als de regering Bush alle voornemens en beloftes waarmaakt, zal de ontwikkelingshulp groeien van 11 miljard dollar in 2002 tot 18 miljard in 2006, ,,de grootste toename in decennia''. Dat is mooi, maar ,,minder edelmoedig dan Washington graag denkt'', meent de auteur. Want de groei heeft slechts tot gevolg dat Amerika opschuift van de laatste naar de twee na laatste plaats op de ranglijst van landen die ontwikkelingshulp geven. Ondanks de groei blijft de Amerikaanse ontwikkelingshulp lager dan in het begin van de jaren negentig.

En dat zal wel even zo blijven, want volgens de topman van het Internationaal Monetair Fonds, Horst Köhler, moeten de VS ,,voor alles korten op de uitgaven''. Hij zegt dat in een vraaggesprek met het Duitse weekblad Die Zeit. Hij wijst er op dat de Amerikaanse minister van Financiën, John Snow, en Alan Greenspan, de topman van de Amerikaanse Centrale Bank, wel degelijk erkennen dat het dubbeltekort een probleem is. Maar ,,ze hopen er naar mijn smaak teveel op dat het probleem in wezen door economische groei kan worden opgelost''. De internationale gemeenschap heeft er volgens Köhler recht op dat de Amerikanen hun tekorten afbouwen. Verder zegt hij dat de landen van de Derde Wereld meer stemrecht moeten krijgen in het beleid van het Internationaal Monetair Fonds.

Het Centraal Comité van de Communistische Partij China zal volgens het Britse weekblad The Economist weinig doen aan ,,de snel groeiende inkomensongelijkheden''. Die zijn niet het gevolg van China's indrukwekkende economische groei, meent het blad. Ze zijn wel symptomatisch voor het gebrek aan arbeidsmobiliteit en andere erfenissen van de voormalige planeconomie. Volgens Lin Tai, hoogleraar sociologie aan de universiteit van Peking, is het gemiddelde inkomen in stedelijke gebieden zes keer zo hoog als op het platteland. Een soortgelijk verschil is er tussen de kustgebieden en het achterland. En dan te bedenken dat tweederde van de 1,3 miljard Chinezen op het platteland woont.