De jacht op codes

Kleding van merken als Lonsdale en Ben Sherman wordt geassocieerd met extreem rechts. Een aantal scholen hebben daarom het dragen van dergelijke kleding verboden. Maar rechters hebben hun bedenkingen en antiracisme-bestrijders wijzen het verbod af. `Laat Ons Nederlandse Skinheads De Allochtonen Langzaam Elimineren'.

Zeven jongens in een kleine kledingzaak, op zaterdagmiddag in Rotterdam. Ze zijn zeventien, en ze volgen beroepsopleidingen in Den Haag, Delft, Rotterdam, Vlaardingen. Ze wonen in Maasdijk, een klein dorp tussen de kassen. Door de week zitten ze 's avonds in het `hok', hun illegale café in het weiland. Op zaterdagavond gaan ze naar discotheek Teejater in Naaldwijk. En ze zijn gek op Lonsdale-kleren. Chique sportkleding uit Engeland, met prominent aanwezige merknaam.

Edwin heeft net een polo en een sweater gekocht, samen 120 euro. Erik kocht een vest van 80 euro. Hij heeft thuis de grootste Lonsdale-collectie: twee overhemden, vier sweaters, een polo, twee T-shirts, een jack en een paar bokshandschoenen. Bewonderend kijken de andere jongens naar zijn sweater, met de merknaam in afwijkende letters, gekocht in Milaan.

Natuurlijk weten ze waar het voor staat. Wie Lonsdale draagt, is geen vriend van buitenlanders. ,,Ik ben gewoon een nationalist'', zegt Mario. ,,Ik ben tegen Marokkanen, Turken, van alles'', zegt Bas. ,,Ik vind eigenlijk alle moslims verkeerd'', zegt Rick. Waarom? ,,Hoe ze met vrouwen omgaan.'' Later moeten vooral Marokkaanse leeftijdsgenoten het ontgelden. Politiek actief zijn ze nauwelijks. Alleen Erik is lid van Nieuw Rechts van Michiel Smit. Ze kijken wel eens op de websites van Stormfront en de Nieuwe Nationale Jongeren (`Tegen islamisering van Nederland. Eigen volk weer eens eerst').

Niet alleen islamitische hoofddoekjes en gezichtssluiers zorgen voor ophef op school. In de luwte van dat debat woedt een strijd over polo's en sweaters. Een aantal scholen voor voortgezet onderwijs heeft het kledingmerk Lonsdale in de ban gedaan. Het merk wordt geassocieerd met extreem-rechts. Het dragen, vooral in groepsverband, zou de tegenstellingen tussen verschillende groepen leerlingen aanwakkeren. Het zou leiden tot geweld tegen allochtonen.

Bij de doekjes en sluiers staat de vrijheid van religie van de leerlingen tegenover de school die de eigen identiteit wil bewaken, of die bepaalde eisen stelt aan communicatie en veiligheid. Bij de polo's en sweaters staat de vrijheid van meningsuiting van de leerlingen tegenover de wens van de school om alle leerlingen een veilige omgeving te bieden, om discriminatie en geweld te voorkomen.

Er is nog een verschil. Hoofddoekjes en niqaab hebben het tot nu toe nog niet verder geschopt dan de Commissie Gelijke Behandeling. Het Lonsdale-verbod is al voor de rechter geweest. Verbieden – ,,het voorschrijven van beperkingen'' – is toegestaan, oordeelde de rechtbank in Haarlem in maart van dit jaar. Een school mag het dragen van `provocerende kleding' verbieden om onrust te voorkomen, was een van de conclusies van een kort geding dat de vader van een geschorste leerling had aangespannen tegen het bestuur van scholengemeenschap Thamen in Uithoorn.

Die uitspraak werd een paar maanden later bevestigd door de minister van Onderwijs, Maria van der Hoeven, die een kledingleidraad voor scholen publiceerde. Kleding die met extreem-rechts wordt geassocieerd mag niet worden verboden op grond van politieke ideeën. Dat zou in strijd zijn met de vrijheid van meningsuiting. Maar: ,,Beperkingen aan zulke kleding mag wel om andere redenen, bijvoorbeeld als het nodig is om wanordelijkheden te voorkomen.'' Niets aan de hand, zo lijkt het, mits een school maar het juiste argument gebruikt. Of is het toch wat ingewikkelder, als zelfs racismebestrijders het Lonsdale-verbod afwijzen?

Negermerken

Het Eijkhagencollege in het Zuid-Limburgse Landgraaf ligt hoog tussen het groen, vlakbij de Duitse grens. Ruim 1.200 leerlingen volgen er de theoretische leerweg van het vmbo, havo en vwo. Dit is de school die op nationalistische websites aan de schandpaal is genageld, omdat daar begin dit jaar Lonsdale-kleding werd verboden. Belachelijk, vinden alle deelnemers aan discussieforums op zulke sites. Laat ze dan ook `negermerken' als Fubu en Karl Kani verbieden, vinden ze. Voormalig Leefbaar Rotterdammer Michiel Smit roept bezoekers van zijn Nieuw Rechts-site op om een voorbeeld-protestbrief op te sturen. Op de site van Stormfront staat het privé-adres van de rector vermeld.

Allochtonen zijn schaars in Landgraaf. Daar ging het ook niet om, vertelt rector P. Thönissen. ,,Toen ik hier kwam, in augustus vorig jaar, waren er spanningen tussen twee groepen van elk zo'n 25 leerlingen, tussen de veertien en zestien jaar oud. Skinheads stonden tegenover skaters en gothics. De skinheads liepen in Lonsdale-kleren en legerkistjes, de skaters hadden van die zware kettingen aan hun broek en armbanden met grote pinnen. Eind vorig jaar, begin dit jaar waren er incidenten. Vechtpartijen, bedreigingen, een hakenkruis in andermans agenda, racistische opmerkingen tijdens maatschappijleer.''

De schoolleiding besloot een brief te sturen naar de ouders van alle leerlingen. Het was een oproep aan de ouders om met hun kinderen te praten over wat er nodig is voor een `veilig leef- en leerklimaat' op school. In een bijlage noemt de schoolleiding een paar voorbeelden van zaken die ,,buiten de grenzen van het acceptabele vallen''. Op de eerste plaats staat Lonsdale-kleding, gevolgd door accessoires als armbanden met pinnen en kettingen, pesten en discriminerende opmerkingen. De brief zorgde voor veel ophef, zegt Thönissen. Er is in de klas over gediscussieerd, bij een open dag werd er een debat aan gewijd. De gothics en de skaters pasten zich zonder morren aan aan de kledingcode. Zeven leerlingen die toch in Lonsdale-kleren op school kwamen, is gevraagd om zich thuis te gaan omkleden, wat ze ook hebben gedaan.

Thönissen: ,,De groepen bestaan nog steeds, hun opvattingen zijn niet veranderd. Maar sinds het verbod zijn er minder incidenten op school. Leerlingen realiseren zich beter dat ze binnen de school tot elkaar zijn veroordeeld. Belangrijk vind ik ook dat we de ouders hebben geïnformeerd over iets waar ze geen weet van hadden. Sommigen zeggen: nu ik dit weet, komt Lonsdale bij mij niet meer in de kast.''

De school heeft een taak bij het `sturen' van opvattingen, vindt Thönissen. ,,Vrijheid van meningsuiting bevindt zich niet in het luchtledige, maar binnen kaders, zowel binnen de school als in de samenleving. Je moet je aan bepaalde regels houden, en de school moet corrigerend en opvoedend optreden. We moeten niet zo bang zijn om nee te zeggen tegen uitingen die geen respect tonen jegens medemensen.''

P Achteraf vindt Thönissen dat het kledingverbod door betrokkenen en buitenstaanders te sterk is ervaren als iets geïsoleerds. ,,In de berichtgeving zijn de context en de dilemma's weggelaten. Daardoor werd niet duidelijk dat het besluit is ingebed in een breder kader. Ik sta er volledig achter, het is beter een keuze te maken dan de discussie uit de weg te gaan.''

Skingays

Dat de kledingvoorschriften van de rooms-katholieke scholengemeenschap Thamen in Uithoorn (900 vmbo-leerlingen) door de rechter onderuit werden gehaald, was geen principezaak. De maatregel zelf werd door de rechter ,,proportioneel en daarmee toelaatbaar'' geacht. De wijze waarop de maatregel werd toegepast deugde echter van geen kant, aldus de rechter. Op straffe van schorsing dwong de school een groep van acht jongens en hun ouders een convenant te tekenen, met onder meer de belofte `Ik zal geen provocerend gedrag vertonen noch provocerende kleding dragen.' De groep ging gekleed als skinheads gemillimeterd haar, bomberjack, spijkerbroek, legerkistjes en intimideerde in groepsverband allochtone leerlingen.

Zeven jongens gingen akkoord, één vader begon een kort geding. Zijn zoon was toen vanwege het niet ondertekenen van het convenant al geschorst en zou in augustus van school worden verwijderd. Zover kwam het niet, want de rechter bepaalde dat de jongen weer tot de school moest worden toegelaten. Kledingvoorschriften kunnen niet op een willekeurig moment voor een beperkte groep leerlingen worden ingevoerd, aldus het vonnis. Zoiets moet worden vastgelegd in het Leerlingenstatuut, en geldig zijn voor alle leerlingen.

,,De slag verloren, de strijd gewonnen'', vindt algemeen directeur H. van der Voort van Thamen. ,,Inhoudelijk hebben we volledig gelijk gekregen.'' Van der Voort benadrukt dat het om meer ging dan alleen kleding. ,,Wat we verboden was de combinatie van bepaalde kleding en intimiderend gedrag. Ze mochten maximaal twee kenmerken hebben die de suggestie wekken dat je tot een bepaalde groep behoort.'' Maar advocaat Verleun van de tegenpartij beschouwt zichzelf ook als winnnaar. ,,Het is goed afgelopen voor mijn cliënt. Die jongen liep al vier jaar zo rond, vlak voor zijn examen wordt er opeens een zaak van gemaakt, dat was niet zo'n beste timing van die school. Ik heb die jongen wel geadviseerd om niet als overwinnaar op school terug te komen.''

Zonde en onterecht dat Lonsdale een besmet merk is geworden, vindt Ronald Krijger, directeur van Brandfusion BV en importeur van Lonsdale in Nederland. Hij betrekt de kleding van de firma Punch in Duitsland en zet ze af bij een handvol winkeliers in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Precieze informatie over verkooppunten en omzetcijfers wil hij niet geven. Het rechtse imago vindt hij onterecht: lang niet alle liefhebbers van het cultmerk zijn extreem-rechts. ,,Het is bijvoorbeeld ook populair bij skingays, dat is een hele andere groep.''

Lonsdale, genoemd naar de boksende 5th Earl of Lonsdale, bestaat sinds 1960 als kledingmerk. De nadruk lag op bokskleren: broeken, sweaters met capuchons. Net als twee andere Engelse kledingmerken die nu populair zijn bij skinheads, Ben Sherman en Fred Perry, werd Lonsdale aanvankelijk omarmd door de `mods': hippe jongeren die hun arbeidersmilieu niet wilden verloochenen. Het merk ging mee toen een deel van de mods eind jaren '60 evolueerde tot niet-politieke skinheads, en toen een tweede generatie skinheads eind jaren '70 aansluiting zocht bij extreem-rechts. In Nederland is de relatief kleine groep skinheads begin jaren '90 opgevolgd door de massabeweging van de gabbers, die zich al tien jaar blijft verjongen en sinds Fortuyn meer politiek georiënteerd is.

Het is niet voor het eerst dat een kledingcode van extreem-rechtse jongeren voor ophef zorgt. Eind 1995 verbood het Haagse Hofstadcollege kleine Nederlandse vlaggetjes op bomberjacks, na vechtpartijen tussen Nederlandse en allochtone leerlingen. De vlaggetjes werden gebruikt als symbool van `White Power', blanke verbroedering tegen buitenlanders, en waren ook op andere scholen in het zuiden van de Randstad omstreden. De argumenten van acht jaar geleden zijn onveranderd: voorstanders van een verbod willen intimidatie en provocatie op het schoolplein tegengaan, tegenstanders vinden dat je ideeën niet kunt bestrijden door uiterlijkheden te verbieden. Toen de Nederlandse vlaggetjes werden verboden, werden ze vervangen door vlaggetjes met de kleuren van Rotterdam, groen en wit. Beide varianten zijn inmiddels uit het straatbeeld verdwenen.

NSDAP

Het Rotterdamse winkeltje van Gerard de Meijer ademt de sfeer van de Britse subcultuur uit de jaren '60. Kleding van Lonsdale, Fred Perry en Ben Sherman aan de rekken, schoenendozen van Dr. Martens op de grond, buttons op een prikbord. Hier past eerder de zwarte ska van veertigers dan de witte hardcore van tieners. Ook de eigenaar zelf wil van racisme niets weten. Op internet heeft Lonsdale een ander gezicht. Daar betekent het volgens een creatieve fan ,,Laat Ons Nederlandse Skinheads De Allochtonen Langzaam Elimineren''. Met openvallend jack zijn alleen de middelste vier letters leesbaar, en dat kan gezien worden als verwijzing naar Hitlers NSDAP.

Importeur Krijger: ,,Die uitwassen zijn heel vervelend, en je kan alleen maar hopen dat de verkeerde types weer verder trekken naar een ander merk. Het is heel moeilijk om iets tegen die associatie te doen.'' Lonsdale zelf probeert het extreem-rechtse imago van zich af te schudden door festivals als Racism Beat It te sponsoren en donkere modellen te gebruiken. De omzet is volgens Krijger niet toegenomen door de recente publiciteit. ,,Het is hier nog steeds een klein cultmerk.'' Anders dan in Italië, waar volgens Krijger de helft van de jongeren ,,een Lonsdale-product aan z'n lijf heeft hangen''.

Dat zou de mooiste oplossing zijn, volgens Krijger, dat het merk zo populair wordt dat het niet meer geannexeerd kan worden door één bepaalde groep. In Duitsland zit Lonsdale wel in de neonazi-hoek. Samen met andere kleding en codes behoort het tot het extreem-rechtse uniform dat door de Duitse overheid wordt bestreden. Erg effectief is dat niet: zodra een getal als 88 (HH, Heil Hitler) wordt verboden, komt er andere code voor in de plaats. In 2001 werd Lonsdale verboden op een school in Berlijn, in de door een leerling aangespannen rechtszaak kreeg de school gelijk.

,,Het verbieden van bepaalde kleding is zinloos. Ze verzinnen volgende week iets anders, je hobbelt er altijd achteraan.'' Gé Grubben is beleidsmedewerker bij het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR). De uitspraken van de Commissie Gelijke Behandeling over niqaab en hoofddoekjes worden bij het LBR nauwlettend gevolgd. Ook de discussie rond het Lonsdale-verbod heeft hun warme belangstelling. De annexatie door extreem-rechts is voor Grubben geen reden het merk te verbieden. ,,Morgen kan de Hema wel worden ingepikt, omdat je daar zo mooi Heimat van kunt maken. Dan kun je moeilijk de Hema gaan verbieden.''

Dat de juridische valkuilen bij een kledingverbod aanzienlijk zijn, blijkt volgens Grubben uit de leidraad voor scholen die het ministerie van OCenW in juni publiceerde. Het grootste deel van de leidraad betreft de juridische haalbaarheid van een verbod op hoofddoekjes en gezichtssluiers, een bescheiden passage is gewijd aan ,,kledingvoorschriften die de vrijheid van meningsuiting raken''. Grubben: ,,Daar blijkt dat men zich bij OCenW niet heel erg in de materie heeft verdiept.''

Fijn om blank te zijn

Minister van der Hoeven kiest volgens Grubben de verkeerde weg door het kledingverbod te koppelen aan de vrijheid van meningsuiting. ,,Daarmee zeg je dat kleding een uiting kan zijn van een levensovertuiging. Een verbod wordt dan een vorm van direct onderscheid, en daarmee geef je een leerling de mogelijkheid om zich te beroepen op de vrijheid van meningsuiting. Iemand met de tekst `Het is fijn om blank te zijn' op zijn T-shirt moet dan beschermd worden, want niemand mag diegene het recht op vrije meningsuiting ontzeggen. Vergelijk het met een demonstratie. Daar geldt ook dat de vrijheid van meningsuiting voorop staat, en dat je wanordelijkheden moet bestrijden met een plaatselijke verordening. Als je dat model op scholen toepast, moet je extreem-rechtse uitingen op school gaan beschermen. Daar zitten we met z'n allen toch niet echt op te wachten.''

In plaats van een specifiek verbod kan een school veel beter een algemene bepaling opnemen in het Leerlingenstatuut waarin kleding die aanzet tot discriminatie wordt verboden, adviseert het LBR. Zo'n algemene formulering laat ruimte om wisselende situaties aan te pakken. Het maken van direct onderscheid, zoals de minister adviseert, is volgens het LBR een heilloze weg. De enige juridisch houdbare optie is het maken van indirect onderscheid, waarvoor vervolgens een objectieve rechtvaardiging moet worden geformuleerd.

De jongens uit Maasdijk maken zich niet druk over dergelijke scherpslijperij. Ze zijn nog nooit in de problemen gekomen door hun Lonsdale-kleren. Soms doet een portier van een discotheek moeilijk, maar met je jas er overheen ben je zo binnen. Op hun scholen, vestigingen van het Albeda College en de Mondriaan Onderwijsgroep, heeft niemand er moeite mee. ,,Als ze het zouden verbieden, dan zouden we het niet pikken.'' Want als je Lonsdale verbiedt, moet je ook allelei andere merken gaan verbieden, vinden de jongens. Elke groep heeft nu eenmaal zijn eigen merk. Erik: ,,Als je dat niet wilt, moet je een schooluniform invoeren.'' Edwin: ,,Maar dan wel met van die korte rokjes.''