De andere attitude van een buitenlandse arts

Wij hebben een artsen-tekort en buitenlandse artsen willen hier werken. De oplossing lijkt simpel, maar is dat niet, zeggen de ziekenhuizen.

Medisch directeur Dirk Jan Bakker van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam knipt met zijn vingers, alsof hij een ober roept. Hij doet een Iraakse chirurg na, die gewend is dat de zuster hem dan direct de operatie-instrumenten aangeeft. ,,Een Nederlandse dokter durft verpleegkundigen al sinds 1880 niet meer zo te behandelen.'' Een Nederlandse dokter laat het ook uit zijn hoofd om zijn vieze kleren na de operatie op de grond te gooien. Geen zuster die het opruimt.

Oncoloog en onderwijsdirecteur Ted Splinter van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam herinnert zich een Afghaanse asielzoekster, die graag in Nederland haar oude beroep weer wilde uitoefenen. ,,Op haar diploma stond dat ze professor in de gynaecologie was. Maar als je vroeg wat ze daar in Afghanistan had gedáán, bleek ze een vroedvrouw met een plattelandspraktijkje. Van gynaecologie wist ze niks.''

In Nederland zijn ongeveer 1.200 buitenlandse artsen, die hun opleiding in een niet-Europees land hebben gevolgd. Per jaar komen er 200 bij, ze zijn vluchteling of asielzoeker en ze willen weer als arts werken. Wij hebben een artsentekort, zij zijn arts, die mensen moeten snel weer aan het werk, vinden politici in Den Haag. ,,Die begrijpen er geen flikker van,'' zegt Bakker. ,,Laatst hadden we hier mevrouw Arib (Tweede-Kamerlid voor de PvdA ) die dat ook zei. Ik zeg: dus u wilt dat een Irakees in witte jas u gebaart dat u moet gaan liggen – want Nederlands spreekt hij niet – en u dan zonder uitleg toucheert? Dat vond ze cru. Maar zo is het wel.''

Een jaar geleden kwamen de onderwijsdirecteuren van alle acht academische ziekenhuizen bij elkaar om te praten over buitenlandse artsen. Ted Splinter vat samen wat de onderwijsdirecteuren zeiden. Het is nuttig en nodig om buitenlandse artsen hier te laten werken. ,,Er zit een geweldig potentieel bij die club.'' Maar, het kost inspanning en geld om er een Nederlandse dokter van te maken. De buitenlandse artsen spreken beroerd Nederlands. Het is onduidelijk wat ze kunnen. En hun attitude is vaak anders, vooral die van mannen. ,,Die zien hun opleider als god, de patiënt moet zijn bek houden en de zuster ook.''

Een buitenlandse arts die in Nederland wil werken, moet zich eerst melden bij het ministerie van Volksgezondheid. Hij mag hier pas werken als hij in het BIG-register is opgenomen, en dat kan als hij een verklaring van vakbekwaamheid van het ministerie heeft gekregen. Het Bureau Buitenlandse Diplomahouders beoordeelt de diploma's. Op zijn snelst duurt dat een jaar, maar het kan ook vijf jaar zijn. En dan geeft het ministerie een beschikking. Er zijn vier mogelijkheden. Het diploma is gelijkwaardig met een Nederlands diploma, de arts kan aan het werk. Het diploma is volstrekt ongelijkwaardig, de arts moet de hele studie medicijnen overdoen. Als het diploma nagenoeg gelijkwaardig is, moet de arts nog twee jaar onder supervisie van een Nederlandse arts werken. Maar de buitenlandse arts moet zélf een supervisor zoeken en dat lukt meestal niet. Het ministerie weet dat ook, en geeft steeds vaker het oordeel niet gelijkwaardig. De arts moet naar een van de acht Universitair Medische Centra (UMC) voor een aanvullende opleiding. Splinter: ,,En elk UMC moet zelf bedenken wat er nog nodig is om er een Nederlandse dokter van te maken.'' In Groningen begint elke buitenlandse arts in het derde jaar van de medicijnenstudie en is er een taalconsultente in dienst genomen. In Amsterdam kan een arts, met een vaste begeleider, aan de co-schappen beginnen. In Rotterdam is er een aparte commissie die de kandidaten ondervraagt. Splinter van het Erasmus MC: ,,Wat er op zo'n diploma staat, als het al echt is, zegt me niks. Ik vraag: wie bent u, wat hebt u gedaan? En wat wilt u in dit land? Soms wil je iemand, zeker als ze wat ouder zijn, een lijdensweg besparen. Zijn ze beter af als hoofdverpleegkundige op de intensive care. Onbespreekbaar. Ze willen die titel terughebben.'' Medisch directeur Bakker van het AMC kan zich niet herinneren dat er ooit een buitenlandse arts die in zijn ziekenhuis is bijgeschoold specialist is geworden. ,,Misschien één.'' Het kost, zegt hij, een geweldige inspanning om ze op te leiden. En eigenlijk levert het niks op.

Splinter: ,,Wij keren ze de rug toe. Al tijdens de opleiding. Dat is onze doktersarrogantie. En dan hebben ze een mooi diploma, maar ze komen nergens aan de bak. Ja, bij de consultatiebureaus, of als verzekeringsarts bij het Gak. Een Irakese chirurg met een oorlogstrauma moet geen arbeidsgerelateerde rugklachten bespreken. Het is onze plicht hem zo te begeleiden dat hij hier kan doen, wat hij in Irak ook deed.''

De academische ziekenhuizen blijven buitenlandse artsen opleiden. ,,Het is onze maatschappelijke verantwoordelijkheid,'' zegt directeur Bakker van het AMC. Splinter van het Erasmus MC: ,,Het is goed gastheerschap om op z'n minst te kijken wat die mensen kunnen. Als ik morgen naar Irak vlucht, hoop ik ook dat ze zullen zeggen: je moet onze taal leren, je moet hier nog twee jaar studeren, maar dan kun je aan het werk als oncoloog.''

En dus bedachten de acht onderwijsdirecteuren een plan. Begin dit jaar hebben ze het aan de directeur Beleid van het ministerie van Volksgezondheid gepresenteerd en nu ligt het alweer een paar maanden bij minister Hoogervorst. Hij moet beslissen of hij het wil financieren. (Minister Borst heeft ooit een bedrag van 3,6 miljoen euro beloofd voor buitenlandse artsen).In het plan staat dit: De opleiding van buitenlandse arten moet strenger, sneller en landelijk, vinden zij. Na de diplomawaardering door het ministerie moet elke kandidaat een gesprek krijgen, waarin ze vertellen wat ze hebben gedaan. En dan moet al worden besloten of ze wel geschikt zijn om als arts te werken. Daarna moeten de artsen dezelfde,landelijke vooropleiding volgen waarin ze, onder andere, medisch Nederlands leren, en een cursus én een toets professioneel gedrag, communicatieve vaardigheden en ethiek krijgen. En pas dan gaan ze naar een UMC voor de artsenopleiding.

Schandalig, zegt AMC-directeur Bakker als hij van het plan hoort. Niet dat hij ertegen is – hij is er zelfs helemaal voor. Alleen, hij wist er niks van. Hij moest in januari nog op het ministerie komen, bij een ándere directeur, van de afdeling Innovatie. ,,Zij zeiden: wij hebben hier een zak met geld liggen, maar niemand doet er een beroep op. Hoe kan dat? Dus ik heb uitgelegd dat het sneller en landelijk geregeld moest worden.'' Hij heeft sindsdien niks meer van het ministerie gehoord, de onderwijsdirecteuren ook niet.

Bakker wil het, informeel, wel zeggen. Als het niet beter geregeld wordt, en daar ziet het wel naar uit, houdt hij er net zo lief mee op. Splinter van het Erasmus MC: ,,Als dit plan niet serieus wordt genomen, gaan we het doen zoals de tandartsen het al een paar jaar doen. Dan zeggen we: we zijn geweldig vóór buitenlandse artsen, maar iedereen moet meeloten om in het eerste studiejaar te beginnen. En ons numerus fixus is nul.''