Dandy van de blanke soul

Popzanger Robert Palmer, die gisteren in zijn Parijse viersterrenhotel op 54-jarige leeftijd aan een hartaanval overleed, stond op het punt om zijn beste cd sinds jaren uit te brengen. Het in mei voltooide album Drive voerde de dandy van de blanke soul terug naar alle muziekstijlen die hij zich in een meer dan dertigjarige zangcarrière eigen had gemaakt: blues, rock & roll, calypso, reggae, Afrikaanse muziek en vooral zijn geliefde rhythm & blues. Niet voor niets bracht Palmer in 1999 een album uit met de nadrukkelijke titel Rhythm and Blues, want het ging hem aan het hart dat r&b in de nieuwe betekenis synoniem was geworden met zielloze computermuziek. Tot op het laatst bleef hij een voorvechter van de onversneden funk, zoals hij die begin jaren zeventig van zwarte artiesten als The Meters en Allan Toussaint adopteerde.

Geboren in het Engelse Batley, bracht Robert Palmer zijn jeugd door op Malta. Terug in Engeland maakte hij de nadagen van de blues-boom van eind jaren zestig mee. Als zanger van de Alan Bown Set en naast zangeres Elkie Brooks in de groep Vinegar Joe bracht hij zijn liefde voor zwarte muziek in de praktijk. Eerst ging hem dat ongemakkelijk af, maar Palmer bloeide op toen hij in 1972 door platenbaas Chris Blackwell van het Island-label werd overgehaald om een soloplaat te maken. De elpee Sneakin' Sally Through The Alley werd een wonder van onderkoelde soul naar het voorbeeld van zijn helden uit New Orleans. Muzikanten van The Meters en Little Feat speelden erop mee, en met die laatste groep maakte hij de elpee Pressure Drop waarop funk en reggae centraal stonden. Op zijn plaathoezen presenteerde Palmer zich als een lachende playboy die zich omringde met schaars geklede vrouwen. Hij kwam er mee weg omdat hij de dames toezong met poëtische hoogstandjes als `A horn section you resemble / and your figure makes me tremble'.

Zijn grootse successen boekte Robert Palmer in de jaren tachtig, na de beroemde clip met de gitaarspelende fotomodellen van de miljoenenhit Addicted to love. Ondanks gedurfde uitstapjes richting hardrock (Bad case of lovin' you) en elektropop (Lookin' for clues) kreeg hij een reputatie van een gladde `lounge lizard'. Met John en Andy Taylor van Duran Duran formeerde hij in 1985 de groep Power Station, goed voor de hit Some like it hot. In de nadagen van het succes waagde Palmer zich aan het standaardrepertoire van de cd Don't Explain uit 1990, waarmee hij vooruit liep op de bigband-uitstapjes van Rod Stewart en Robbie Williams. Het heilige vuur hervond hij telkens als hij terugkeerde naar de rhythm & blues, getuige de cd Drive waarop zijn stem ruiger en doorleefder klinkt dan ooit. Robert Palmer had een ruim muziekhart, dat het liet afweten op een moment dat hij een glorieuze comeback verdiende.