`Dan doe ik het wel alleen'

Voorlezen aan kinderen die zelf nog niet kunnen lezen, is een kunst. Want van welke boeken genieten zowel de lezer als het kind?

Kippen zijn geweldige voorleesdieren. De slimheid van een kip overvalt ook een kind. `Ik heb nog nooit een kip gezien die kan praten!', is de enthousiaste reactie van een kind bij het lezen van De Koning en de Kip van Catharina Valckx. Alsof het voor het eerst met een sprekend dier wordt gefronteerd! De meeste kinderboeken gaan over dieren die spreken en lopen alsof zij mensen zijn maar de kip neemt een bijzondere plaats in. ,,Majesteit, u moet zich omdraaien, als u naar me kijkt lukt het niet'', zegt de Kip tegen de Koning als zij zeer ongelegen een ei moet leggen tijdens de wandeling. ,,Vooruit, als dat helpt.'' En de Koning verzet zijn muiltjes en draait zich om.

Een andere, uiteindelijk slimme kip speelt de hoofdrol in Het rode kippetje van Max Velthuijs. Het verhaal is gebaseerd op een Amerikaanse volksvertelling. Het kippetje is een harde werker en vraagt andere dieren om haar te helpen met zaaien, wieden, oogsten, malen en eten. De dieren verdommen het en steeds weer als het kippetje het hen vraagt, is het antwoord steevast `nee'. ,,Dan doe ik het wel alleen'', zei het rode kippetje. En dat deed ze. In de lente zaaien, in de zomer onkruid wieden, in de herfst graan oogsten, meel malen, brood bakken. Alles maar dan ook alles doet het rode kippetje alleen omdat niemand haar wil helpen. Zelden zag ik een fierder kip dan deze rode kip die niet eens een naam nodig heeft om indruk te maken.

Toon Tellegen kan zich als een van de beste kinderboekenschrijvers goed verplaatsen in de wereld van de dieren. Maar in zijn verhalen kent hij de kip niet. In de grote verzameling dierenverhalen Misschien wisten zij alles, gaat het vooral over de eekhoorn en andere dieren. Dat heeft een reden, zegt Tellegen: ,,Er komen in mijn verhalen nooit dieren voor die door mensen gehouden worden. Zelfs het konijn speelt geen rol. De reden daarvan is dat ik het ver weg van mensen wil hebben. Dat had ik me al voorgenomen voordat ik een regel op papier had. Er is één uitzondering en dat is de hond. Die komt één keer in een verhaal voor maar dan wel op afstand. Hij wordt slechts geroepen – juist om weer aan te geven dat hij in mijn verhalen niet past.''

Voorlezen aan kinderen die nog niet zelf kunnen lezen is een kunst, want lang niet ieder boek is geschikt voor zowel de voorlezer als het kind. De verzamelboeken op thema of tijd van het jaar lijken allemaal nogal op elkaar en vervelen de voorlezer omdat ze braaf zijn en erg veel van hetzelfde. Er komen er weer een paar aan voor de herfst – en voor het kinderboekenthema: In het bos van uitgeverij Van Goor en Spinnentaart van uitgeverij Gottmer. Het eerste is weer een grote verzameling verzamelen van auteurs als Hans Hagen en Tosca Menten en in Spinnentaart van Rian Visser gaan alle verhaaltjes over herfstig slakkengebak en griezelige spinnenwebben. Goede auteurs hoor, maar voorleestechnisch gaat de rek er een beetje uit.

Een prettig voorleesboek kent een paar hoofdstukken. Het is voor alle partijen veel leuker als personages terugkeren. Een goed voorbeeld daarvan is Pelle kan het zelf wel van Joke van der Kamp. Vijf lange voorleesverhalen over een jongetje van zes dat graag op avontuur gaat. In de verhalen is een mooie balans gevonden van de onderzoeksdrift van een kind dat alles beleeft en de correctiedwang van opvoeders achteraf. De ouders worden nooit echt boos maar helemaal vrijuit gaat Pelle niet.

Een andere jongen die tot de verbeelding spreekt is Ridder Prikneus van Daan Remmerts de Vries. In dit boek zijn het ook vooral de tekeningen die het verhaal versterken. Tot voorlezen over échte ridders nodigt Het beste boek over ridders en kastelen. Dreunende hoeven, schitterende harnassen, stoere burchten – ook voor de voorlezer gaat een wereld open als de talloze verdedigingswerken van een kasteel worden beschreven. Het is fascinerend om alle vragen over de middeleeuwen en ronde tafels ook jaren later nog feilloos te kunnen beantwoorden. Met dank aan het ridderboek natuurlijk.

Voorlezen, vertellen en verzinnen staan dicht bij elkaar. Toon Tellegen vertelde zijn kinderen zelfverzonnen verhalen waar later ook weer boeken uit voortkwamen (o.a. Dokter Deter). Voorlezen deed hij ook: Winnie-the-Pooh las hij al vertalend uit het Engels voor aan zijn kinderen. Tellegen: ,,Dan verzin je er dingen bij. Ze vertrouwden me niet maar konden het niet vinden in de tekst omdat het Engels was.'' Overleveringen, volksvertellingen, fabels en sprookjes komen voort uit vertellen en navertellen. Sprookjes worden nog steeds opnieuw uitgegeven en opnieuw verteld. Het mooie sprookjesboek van Nynke van Hichtum is vorig jaar door uitgeverij Gottmer opnieuw uitgebracht met illustraties van Jesca Verstegen. De tekening van Verstegen bij de Prinses op de erwt is een van de mooiste illustraties die ik ooit bij dit sprookje zag.

Het nieuwe boek van Jacques Vriens is een ander voorbeeld van het opnieuw vertellen en inkorten van klassieke sprookjes voor jonge kinderen. In O, mijn lieve Augustijn vertelt de voormalig schoolmeester ook minder bekende sprookjes als Het dappere snijdertje en Het standvastige tinnen soldaatje, voor jonge kinderen. Voorlezen is heel belangrijk volgens Vriens. In de inleiding van zijn boek zegt hij daarover: ,,Het is een uitstekende voorbereiding op het `echt' leren lezen. Kinderen die worden voorgelezen hebben een voorsprong. Het is net als met leren fietsen: als je nog nooit een fiets gezien hebt, heb je geen idee wat je daarmee moet. Maar als je al een paar jaar bij je ouders achterop hebt gezeten, ben je er al aardig vertrouwd mee en zal het leren fietsen veel sneller gaan.'' Deze vergelijking vind ik verwarrend – voorlezen heeft vooral te maken met kinderen in te wijden in de wereld van verhalen en hun fantasie te prikkelen door hen zelf te laten verzinnen welke kant een verhaal op gaat. Dat aspect van voorlezen vind je terug in De jacht op de nachtkus van David Melling. Dit verhaal kan met de fantasie van een kind op heel veel verschillende manieren verteld en uitgelegd worden. Waar is die kus en wat doet die kus met mens en dier? Pas op met een vliegende kus uit je hand, want voordat je het weet slaat hij op de vlucht.

En natuurlijk is voorlezen belangrijk voor de taalontwikkeling. Veel scholen zullen komend jaar weer meedoen met alle voorleesprojecten die naast de Kinderboekenweek door de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek worden georganiseerd.

Het laatse criterium – naast lengte en spanning – voor een goed voorleesboek zijn de illustraties. Zeker voor kinderen die nog niet zelf kunnen lezen, zijn ze een belangrijk houvast. Max Velthuijs illustreert zijn kippenverhaal zo goed, dat een kind het verhaal zelf terugleest aan de hand van de tekeningen. Maar dan ook precies, woord voor woord, het ware verhaal. Laat de voorlezer zich bijvoorbeeld niet nóg eens overhalen om te `zaaien' op een mooie lentedag, dan wordt het kind vanzelf de kip en zegt triomfantelijk: ,,Dan doe ik het wel alleen.'' En dat deed ze.

De Nationale Voorleesdag is uitgebreid naar een Nationale Voorleestwaalfdaagse. Dit jaar vinden ze plaats van 27 januari t/ zaterdag 7 februari 2004. Inlichtingen www.denationalevoorleesdagen.nl