Betrouwbaarheid, voorspelbaarheid, openheid

Volgende maand neemt Wim Duisenberg afscheid als president van de Europese Centrale Bank. Hij noemt het `een droomeinde' van zijn loopbaan. Maar opgelucht is hij ook. ,,Ik ben uiteindelijk meer een macroman dan een microman.''

Het mooiste moment van zijn jaren bij de Europese Centrale Bank, zegt Wim Duisenberg, was de introductie van de eurobankbiljetten, op 1 januari 2002. ,,Het was zichtbaar. Als centrale bankier doe je zo weinig zichtbaars.'' Het vervelendste moment vond hij ,,het gedoe'' over wat als zijn uitglijder de geschiedenis is ingegaan. Hij liet zich, in oktober 2000, door een journalist van The Times verleiden tot een uitspraak over de koers van de euro. ,,Ik had het niet eens door. De afspraak met de journalist was in Londen, vlak daarvoor hadden mijn vrouw en ik in onze hotelkamer televisie zitten kijken. Het leek erop dat er weer oorlog zou uitbreken in het Midden-Oosten. De eerste vraag was: áls er oorlog uitbreekt, zal dat dan leiden tot interventies door de Europese Centrale Bank? Ik zei: I wouldn't think so. Dat was alles.'' Hij herhaalt de woorden, alsof het hem opnieuw verbaast dat ze zo'n opschudding veroorzaakten. I wouldn't think so. ,,Mijn perschef zei: wil je dat gezegd hebben? Ik zei: het is toch zo?'' De volgende dag was de kop in The Times: ,,Europese Centrale Bank zal niet interveniëren.'' Wim Duisenberg: ,,De euro ging als een steen naar beneden''. Hij zegt dat hij toen deze les leerde: een centrale bankier praat niet over interventies.

Duisenberg zit in zijn werkkamer in Frankfurt. Eind volgende maand gaat hij weg, dit is een afscheidsinterview. Hij is vriendelijk, rustig, bijna bedaard. Hij rookt de ene sigaret na de andere. Hij praat over de Britse pers, die vanaf het begin ,,negatief en antagonistisch'' is geweest – over hem, over de Europese Centrale Bank, over de euro. Voor een deel kan hij het wel verklaren. ,,De bladen die beheerd worden door Rupert Murdoch zijn altijd negatief.'' Murdoch verzet zich tegen de euro.

Maar The Financial Times, de invloedrijkste krant in Europa, is niet van Murdoch. En die krant is zijn grootste tegenstander. Die noemde hem domme Wim, dim Wim, toen hij zich ontroerd toonde bij de presentatie van de eerste eurobiljetten. In de dominante Angelsaksische cultuur van de financiële markten wordt het nog steeds raar gevonden dat Duisenberg regelmatig persconferenties geeft en in het openbaar optreedt. De presidenten van de Amerikaanse en de Engelse centrale banken doen dat nooit. En ze laten zich nooit interviewen. Waar ze in Londen en New York ook niet aan kunnen wennen: dat de Europese Centrale Bank geen notulen van vergaderingen publiceert. De Amerikaanse en Engelse centrale banken doen dat juist wel. Duisenberg doet het niet, zegt hij, omdat iedereen dan gaat zitten kijken hoe de centrale bankiers van de twaalf eurolanden gestemd hebben. Heeft de president van De Nederlandsche Bank ja gezegd tegen renteverhoging? Maar dat is toch slecht voor Nederland?

Betrouwbaarheid en voorspelbaarheid, te bereiken door zo veel mogelijk openheid. Dat is wat Duisenberg de laatste zes jaar heeft nagestreefd. Er zal nog veel tijd voorbijgaan, denkt hij, voordat het doel echt bereikt is. Maar het gaat al beter. Persbureau Reuters, zegt hij, houdt iedere maand enquêtes onder deskundigen over de rente. Hij maakt aanhalingstekens in de lucht bij het woord deskundigen. ,,Van de 56 denken er dan bijvoorbeeld 53 dat de rente niet meer zal veranderen. En meestal kloppen die voorspellingen dan.'' Hij concludeert: ,,We worden steeds begrijpelijker''.

Nooit heeft hij het gevoel gehad dat hij een machtig man was. ,,Beslissingen worden genomen door de hele raad.'' Wel is hij er zich steeds van bewust geweest dat mensen hem zágen als een machtig man. Hij heeft geleerd om zich in het openbaar bewust te zijn van iedere buiging van zijn stem, iedere frons van zijn wenkbrauwen. Als híj zich niet goed voelt, voelt de euro zich niet goed.

Waarom koos Duisenberg voor zo'n technocratische functie?

,,Nou, dat is niet iets wat je kiest'', zegt hij. ,,Je zet niet op je geheime agenda: centrale bankier.'' Al dacht hij toen hij in Groningen nog economie studeerde wel: ,,Wat Holtrop doet, tjongejonge, dat zou wat zijn''. Marius Holtrop was president van De Nederlandsche Bank vóór Jelle Zijlstra. De route die Duisenberg nam van zijn ministerschap van Financiën in het kabinet-Den Uyl, 1973-1977, naar het presidentschap van De Nederlandsche Bank in 1981 is er een van afgesloten zijwegen, die evengoed bewandeld hadden kunnen worden.

Zou hij in zijn geweest voor een nieuwe termijn in een tweede kabinet-Den Uyl? Ja, maar dat kabinet kwam er niet. Zou hij in 1977 zijn ingegaan op het aanbod van het bestuur van het chemiebedrijf DSM om de nieuwe voorzitter te worden? Ja, graag zelfs. Maar professor Van der Grinten, president-commissaris van DSM, ,,wilde geen rooie''. Toen hij in plaats daarvan lid werd van de raad van bestuur van de Rabobank, moest hij beloven vijf jaar lang niet terug te keren naar de politiek.

Maar op het moment dat Zijlsta bij De Nederlandsche Bank aftrad, voelde hij zich niet gehouden aan die belofte. Centrale bankier worden viel niet onder zijn toezegging, vond Duisenberg. Bovendien: elke maandag kredietcommissie, over de grote leningen die de bank bij bedrijven had uitstaan. Dikke dossiers mee naar huis in het weekeinde. Het boeide hem niet. ,,Om hoeveel geld het ook ging, ik vond het priegelwerk. Ik ben uiteindelijk meer een macroman dan een microman. Bij de publieke zaak voel ik mij lekkerder dan bij de particuliere zaak.''

Hij was op zijn vijfendertigste – vóór zijn ministerschap – al hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Maar voor een leven voor de wetenschap heeft hij ,,zeer bewust'' niet gekozen. Toen hij demissionair minister was, werd hij niet alleen door het bestuur van DSM gebeld, maar ook door de econoom Jan Pen. Die zocht een opvolger voor de Groningse hoogleraar Frits de Jong, Duisenbergs promotor en leermeester. De Jong was plotseling overleden. Duisenberg: ,,Ik zei: nee dank je''. Hij wist van zichzelf dat hij goed kon onderwijzen. ,,Maar dat diepzinnige graven – nee.'' Het was geen kwestie van niet willen. ,,Het was niet kunnen.''

Een leven als politicus had wel gekund. Hij kan zich voorstellen dat hij dan nu bijvoorbeeld burgemeester van Rotterdam was geweest. ,,Maar ik zou nooit een echte partijganger zijn geweest. Te weinig bevlogen.'' Hij noemt zichzelf geen maatschappijhervormer, al is hij het in twee opzichten wel geweest. Als lid van het kabinet-Den Uyl hielp hij het naoorlogse bouwwerk van de welvaartsstaat afmaken. En als centrale bankier roept hij juist op tot wat in het politiek-economische jargon `structurele hervormingen' heet: maatregelen die de potentie van de economische groei verhogen. Soepeler ontslagrecht, hervormingen van het pensioenstelsel en de sociale zekerheid. Maar afbraak van de welvaartsstaat wil hij het niet noemen. ,,Dat zou duiden op een totale verdwijning.'' Hij noemt het ,,een bijstelling''.

Duisenberg vindt dat hij als minister van Financiën heeft meegedaan aan het nemen van maatregelen waarvan hij toen al wist dat ze slecht waren. Bijvoorbeeld de verhoging van het minimumjeugdloon. Den Uyl vond dat ook slecht, maar om een andere reden. ,,Hij vond het onzin dat jongeren genoeg geld kregen om stereotorens te kopen.'' Duisenberg vond het slecht omdat het de jeugdwerkloosheid versterkte. Uit ervaring wist Duisenberg dus dat politici om politieke redenen onverstandige dingen doen. Is hij nog kwaad op Ruud Lubbers, die als minister-president in 1983 besloot om de gulden maar gedeeltelijk te laten meerevalueren met de Duitse mark? Of begreep hij eigenlijk Lubbers' argument wel: dat een volledige revaluatie slecht was voor de werkgelegenheid?

Maar nee, dát begrijpt Duisenberg – die zich als president van De Nederlandsche Bank fel tegen Lubbers' besluit verzette – nog steeds niet. ,,Hij wíst wat het effect zou zijn op de financiële markten. Hij had dat niet moeten doen.'' De rente bleef in Nederland acht jaar lang hoger dan in Duitsland. Dát was pas slecht voor de werkgelegenheid.

Hij zegt het niet letterlijk, maar bij De Nederlandsche Bank, waar hij van 1981 tot 1998 president was, begon hij zich gaandeweg te vervelen. ,,Ik kwam terecht bij een lang bestaand instituut, met zijn eigen tradities. Het werken daar werd in hoge mate routine.'' Ieder jaar opnieuw zei hij dat de staatsschuld en het tekort van de overheid naar beneden moesten. Duisenberg golfte veel en hij werd lid van De Herenclub – iedere maandagavond eten met Harry Mulisch, Hans van Mierlo, Henk Hofland en andere intellectuelen en kunstenaars. Wat die in hem zagen, weet hij niet. Maar hij weet wel wat hij bij hen zocht: ,,Praten, ouwehoeren over onderwerpen waar je in je beroepsleven nooit mee te maken had.'' Na zijn tweede huwelijk, met Gretta Bédier de Prairie, ging hij ook van schilderkunst en klassieke muziek houden. Pas bij de Europese Centrale Bank kreeg hij het gevoel dat hij ,,écht heel hard moest werken''.

Als hij zo goed begrijpt hoe politici denken, begrijpt hij dan ook waarom Jacques Chirac zo moeilijk deed bij Duisenbergs benoeming, op 2 mei 1998? Chirac wilde Duisenberg laten beloven na vier jaar plaats te maken voor Jean-Claude Trichet van de Franse centrale bank. Maar Duisenberg wilde dat niet. En de Duitsers vonden het ook niet goed: volgens de regels die in het Verdrag van Maastricht waren vastgelegd moest de president worden benoemd voor acht jaar. Het werd een uren durende ruzie, die midden in de nacht eindigde in een verklaring van Duisenberg. Hij zou eerder weggaan, maar hij noemde geen datum. Op de persconferentie daarna zei Chirac dat Duisenberg hem had beloofd om tussen januari 2002 en juli 2002 plaats te maken voor een Fransman. ,,Hij heeft mij zijn woord van eer gegeven.''

Duisenberg: ,,Ik weet niet of Chirac begreep wat hij deed. Ik weet wel dat hij door zijn handelingen en zijn uitingen het begin van de Europese Centrale Bank lastiger heeft gemaakt. Het tornde aan de geloofwaardigheid.''

Hebt u het ooit uitgepraat met Chirac?

,,Nee, ik heb daarna wel met Chirac gesproken, maar over de inhoud van die gesprekken praat ik verder niet. De gebeurtenissen hebben er wel toe geleid dat ik langer dan vier jaar gebleven ben.''

For the sake of it?

,,Ja, for the sake of it.'' Met bijna onverhulde triomf: ,,De Fransen hebben moeten slikken dat er meer dan een jaar geen Fransman in de directie van de bank zat''. Christian Noyer, de Franse vice-president van de ECB, moest volgens de regels per 1 juni 2002 weg. En Jean-Claude Trichet kon nog niet worden benoemd omdat hij eerst een rechtszaak moest afwachten wegens zijn vermeende betrokkenheid bij financiële onregelmatigheden bij Crédit Lyonnais.

Heeft Chirac u zelf gevraagd om langer te blijven?

,,Ik heb in februari 2002 in een brief aan Aznar (toen voorzitter van de Europese Unie, red.) mijn ontslag gevraagd per 9 juli 2003, als ik 68 zou worden. Toen duidelijk werd dat de benoeming van mijn opvolger op die datum onzeker was door die rechtszaak, hebben de Europese ministers van Financiën het initiatief genomen om mij te vragen of ik iets langer wilde blijven.''

U kwam niet in de verleiding om te zeggen: laat Chirac me maar vragen?

,,Ik zei: dat verzoek moet komen van de staatshoofden en de regeringsleiders. Formeel moesten zij dat doen, ik was ook door hen benoemd.'' Ze deden het in juni dit jaar, op een bijeenkomst in Thessaloniki. Trichet werd diezelfde week vrijgesproken en meteen voorgedragen als Duisenbergs opvolger, per 1 november. En dan vertelt Duisenberg lachend dat hij de zondagochtend daarna thuis werd gebeld. ,,En wie was het? Chirac. Ik denk dat het charme was dat hij me belde. Hij heeft het in ieder geval niet publiek gemaakt. Hij bedankte me dat ik langer was aangebleven. Hij bedankte me ook voor de wijze waarop ik er sans rancune in de publiciteit mee was omgegaan.''

Hij is gewend geraakt aan een vrij eenzaam leven, zonder bezoek aan café of bioscoop, en zonder persoonlijke omgang met de andere bankiers in Frankfurt. ,,Als ik met de een beter zou kunnen opschieten dan met de ander, zou het tot scheve ogen hebben geleid.''

Over ruim een maand gaat hij weg. Is hij opgelucht? ,,Ja'', zegt hij. ,,Het was een droomeinde van een carrière. De kroon op mijn werk. Ik heb er gemengde gevoelens over dat het nu voorbij is. Maar ik ben ook opgelucht.'' Hij gaat niet alsnog de wetenschap in. Hij gaat ook niet schrijven. Er is sprake van een commissariaat, zegt hij. Hij wil er verder niets over kwijt. Hij blijft voorzitter van het Nederlands Kankerinstituut in het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis – dat is al hij jaren. Hij blijft ook roken. Samen met zijn vrouw Gretta heeft hij een abonnement genomen op twee kamermuziekseries in het Concertgebouw. Over haar inzet voor de Palestijnse zaak, afgelopen winter, wil hij het niet hebben. Gretta Duisenberg hing de Palestijnse vlag uit het raam van hun huis in Amsterdam. Ze zocht Yasser Arafat op in bezet gebied. Het leverde veel publiciteit op, meest negatief. Of Duisenberg zijn vrouw niet in de hand kon houden. Of hij vond dat de president van de Europese Centrale Bank zich dit kon permitteren. ,,Ik ben geen man die zijn vrouw in de hand wil houden'', zegt Duisenberg. ,,Ik wil er nog steeds buitenblijven.'' Hij zegt alleen dit: ,,Voor mijn vrouw was het vervelend dat in sommige kringen het steunen van de Palestijnen vertaald wordt in antisemitisme''. En: ,,Ik werd aangevallen door een Amerikaanse senator. Ik schreef hem een brief: trek die publieke beschuldiging in. Ik heb nooit antwoord gekregen.''