Betekenis van taal

In het interview van Berthold van Maris met de taaltheoretica Anna Wierzbicka over semantische basisbegrippen (`Met 61 woorden de wereld rond', W&O, 20 september) wordt een oude koe uit de sloot gehaald waar gesproken wordt over `de Amerikaanse benadering, van Bloomfield en Chomsky, die alleen naar de structuur van taal keken en niet naar de betekenis'.

In werkelijkheid is structuur bij zowel Chomsky als Bloomfield datgene wat de relatie legt tussen vorm/klank en betekenis. De mythe dat Bloomfield niet geïnteresseerd zou zijn in betekenis is al weerlegd in een artikel van Charles Fries in Language van 1954. Chomsky's belangstelling voor semantiek blijkt alleen al hieruit dat in het klassieke model van de generatieve grammatica twee van de vier componenten (de dieptestructuur en de `logische vorm') gereserveerd zijn voor de betekenis.

Wat Wierzbicka waarschijnlijk bedoelt is dat betekenis voor Bloomfield en Chomsky niet de (enige) drijvende kracht in de grammatica is; met andere woorden, dat in het Amerikaanse structuralisme een analyse van de betekenis voorafgegaan wordt door een analyse van de structuur, en niet andersom.