Baskische bal stuit op een stenen muur

Gisteren presenteerde de regiopresident een plan voor een eigen Baskische staat. Een documentaire maakte deze week pijnlijk duidelijk dat Baskenland verdeelder is dan ooit.

Wie is toch die man naast professor Javier Elzo, de bebaarde Baskisch socioloog? Hij zit daar maar met zijn rug naar de camera en zwijgt, terwijl Elzo breeduit verhaalt over het labyrint van de Baskische maatschappij. Dan – de film is al over de helft – valt de zaak plotseling op zijn plaats. ,,Het is verschrikkelijk om te moeten leven met een lijfwacht'', bekent Elzo. De socioloog staat op de dodenlijst van de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Hij schrijft dingen die de terroristen niet bevallen.

Het is, in al zijn eenvoud, een van de meest schokkende momenten in de documentaire film La Pelota Vasca, de Baskische Bal, van de Baskische regisseur Julio Medem. De film – opgebouwd rond snel wisselende interviewfragmenten met een zeventigtal politici, journalisten, kunstenaars en wetenschappers van verschillende politieke kleur – veroorzaakte de afgelopen dagen een rel op het doorgaans gemoedelijke filmfestival van San Sebastian.

Ook Arnaldo Otegi, woordvoerder van de officieel verboden partij die volgens justitie deel uitmaakt van de ETA, komt in de film aan het woord. Als straks iedereen naar Amerikaanse popmuziek luistert, verdwijnt de Baskische identiteit, zo verklaart hij zijn radicale stellingname. Reden voor minister van Cultuur Pilar de Castillo om bij de opening van het festival te verklaren dat wat de regering betreft de documentaire had moeten worden geweerd. Een poging tot censuur, begreep het publiek in San Sebastian, en beloonde de film bij de première met een minutenlange ovatie.

De gevoeligheden zijn groter dan ooit nu de nationalistische regiopresident Juan José Ibarretxe gisteren zijn zeer omstreden politieke project heeft gepresenteerd: een eigen Baskische staat, nog slechts `in vrije associatie' met het grote Spanje. Een nieuwe ,,aimabele relatie tussen Spanje en Baskenland'', zo noemt de regiopresident zijn plan. ,,Een smakeloze grap'', meent de regerende Partido Popular, terwijl de socialistische oppositie een lijstje met meer dan dertig fundamentele bezwaren tegen het plan inleverde.

In de film zijn de socialisten prominent aanwezig, ex-premier Felipe González voorop. Maar de conservatieve partij van premier Aznar, nummer twee in Baskenland, verbood haar leden van meet af aan iedere medewerking. ,,De regisseur zegt dat er twee partijen in dit conflict zijn, ETA en de regering van de Partido Popular. Als je een democratisch gekozen regering gelijkstelt aan een terreurorganisatie, is het moeilijk van een objectieve documentaire te spreken'', zo verklaarde minister De Castillo.

Ook organisaties tegen de terreur sloten zich bij dit protest aan. Vooral een scène waarin een weduwe van een door de ETA vermoorde politieagent en de vrouw van een gevangen ETA-terrorist beurtelings in beeld worden gebracht als slachtoffers van dezelfde situatie, schoot in het verkeerde keelgat. Woordvoerder Cristina Cuesta: ,,Medem zet de daders en de slachtoffers op één lijn. Dat gebrek aan moreel besef is kenmerkend voor een door het nationalisme verziekte maatschappij als Baskenland.''

Ook de oproep voor een dialoog waarmee de regisseur zijn film begint, wil er bij haar niet in: ,,Wat voor dialoog kan je hebben als ze een pistool op je richten? Stel je voor dat een documentaire over de misdaden van Pinochet met een dergelijke oproep zou beginnen.''

Centrale vraag rond film en plan: moeten er politieke concessies gedaan worden aan een radicaal nationalisme dat zijn ideeën probeert af te dwingen door niet-nationalistische tegenstanders om te brengen. Nee, meent de Partido Popular, die de afgelopen jaren de terreur met harde hand terugdrong, de politieke partij van de ETA liet verbieden en zelfs iedere gesprek met de (niet gewelddadige) nationalistische regioregering stopzette. Nee, menen ook de socialisten, die evenwel de lijntjes openhouden naar de meer gematigde nationalisten in Baskenland.

Ja, meent echter de `gematigd' nationalistische PNV, die al meer dan twintig jaar de regio bestuurt zonder een absolute meerderheid. Partijleider Xavier Arzalluz vindt dat het Baskische probleem niet is op te lossen met politioneel optreden. Zijn partij weigert zelfs het rechterlijke bevel uit te voeren om de verboden ETA-partij in het regioparlement te ontbinden. Dat de PNV, zelf nooit bedreigd door de terreur, zich weinig bekommerde over de slachtoffers van de ETA-aanslagen, maakte Arzalluz gehaat in Madrid. Daar herinnert men de nationalistische leider graag aan een van zijn eigen uitspraken: sommigen schudden aan de boom, anderen rapen de noten op.

Regiopresident Ibarrtexe bezweert dat zijn plan geen afscheiding betekent en dat alles ter discussie staat, maar dat wordt door weinigen geloofd. Het plan behelst immers het recht tot zelfbeschikking van de regio, een eigen buitenlandbeleid, een eigen rechterlijke macht en de mogelijkheid om de regio Navarra en de Frans-Baskische provincies aan te laten sluiten bij het initiatief. Dat alles druist volgens Madrid lijnrecht in tegen de grondwet en wordt dus gezien als een politieke oorlogsverklaring aan de eenheid van de Spaanse staat.

Ook in Baskenland zelf is de steun van de bevolking aan het plan geen uitgemaakte zaak. Een meerderheid voelt zich zowel Bask als Spanjaard, zo wijst onderzoek uit. Als Medems film echter iets duidelijk maakt is dat meningen over de nationale identiteit en toekomst van de regio al snel keihard terugstuiteren op die van de tegenstander, net als de massief leren bal op de stenen muur van het Baskische balspel. Eduardo Madina, de 27-jarige voorzitter van de jonge socialisten in Baskenland, hoopt wel op dialoog, al is het niet met terroristen. Hij raakte vorig jaar een been kwijt toen de ETA een bom in zijn auto liet ontploffen. Madina is ondanks verschillen van mening blij dat hij heeft meegewerkt aan de film. ,,Medems visie is nationalistisch. Maar het gesprek is nodig. Er zijn al genoeg mensen in Baskenland ter dood veroordeeld.''