Andelsbuch - Bezau

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in het Oostenrijkse Bregenzerwald.

Andelsbuch is het beginpunt van de wandeling, maar dat betekent niet dat we daar beginnen met lopen. De eerste 400 meter naar boven doet de stoeltjeslift voor ons, een soort mensenhouder die traag opstijgt boven een be-sparde en be-dende helling. Een keienpad voert ons verder omhoog, tussen de koeien door. Bruine dieren met een peilloze blik, de oren afgezet met een dikke bies crèmekleurig bont.

,,Ha, dat is een gentiaan'', zegt Maria-die-van-bloemen-weet. ,,En dat zijn alpenroosjes.'' Ze klinkt of ze zegt: ik ben klaar, we kunnen naar huis. Gelukkig heb ik dat verkeerd begrepen. Ze streeft trouwens naar edelweiss.

,,Dat kun je vergeten, Maria.''

,,Nou, je weet maar nooit.''

We vorderen langzaam. Stijgen gaat het best in trance, maar ook weer niet zo dat de blik naar binnen slaat. Dan had ik die zwerm roodborstjes (of een ander vogeltje met rode voorkant) gemist, ze lijken wel opvliegende vlammetjes. Of dat aanplakbiljet met het dramatische wanted-vossenportret dat waarschuwt voor `Tollwut' (géén dode vossen aanraken, mensen, denk erom, níet doen). Of die uitzichten daar doe je het voor, in Oostenrijk. Ze zijn inderdaad adembenemend, met romantisch onherbergzame rotshellingen, met donkerdichte naaldwouden, met het brede dal waar de zon, die wij niet meer voelen, de losjes uitgestrooide huisjes begiet.

De wolken kruipen tegen de bergen op. Hoe hoger we klimmen, des te nauwer omsluiten ze ons. Mijn zweet wordt koud, de wind fluit in mijn oren. De duidelijke en degelijk (Oostenrijk!) gemarkeerde wandelroute wordt een mysterieus glibberspoor dat het goed zou doen in een 19de-eeuwse gedichtencyclus van Smachten en Lijden. De struiken druipen, het natte gras kleeft tegen de ruwe steenformaties. We passeren een bejaarde wandelaar. Knickerbocker, rode kousen, krom pijpje. ,,Hier is het heel mooi'', wijst hij in de mist en verdwijnt voor ons uit de wolken in.

Ik kijk hem na, Maria-die-van-bloemen-weet niet. Die zit op haar hurken bij een tuiltje klokjes met zachtpaarse, vloeipapieren blaadjes. ,,Alpenklokjes?'' probeer ik. Mis. ,,Campanula.''

We dalen, krijgen het weer warm. De mist blijft boven, wij verlustigen ons aan de blik op het scherpe brokkelgebit van de Alpen en op de marsepeinen torenspitsjes in de diepte. Bij de Bergbahn naar beneden ontmoeten we de bejaarde wandelaar opnieuw. ,,Nog één keer en dan moeten we samen schnaps drinken'', zegt hij. Hij kijkt zo olijk dat ik beloof hem dan bij een vierde ontmoeting te zullen trouwen. Vindt hij terecht: ,,Ja, das ist die nächste Stufe.''

Beneden in Bezau koopt Maria-die-van-bloemen-weet edelweiss, in een potje.

De route (ong. 4 uur) is te vinden op de kaart `Wandern im Bregenzerwald II, prijs 1,50 euro, te koop bij de lokale touristenbureaus. Een regelmatige busdienst verbindt eind- met beginpunt. Van mei tot oktober zijn in het Bregenzerwald de bergbanen en de bussen gratis voor iedereen die aldaar minstens drie hotelovernachtingen maakt.