Afgeremde eicellen maken rattenkloon mogelijk

Ratten zijn eindelijk toegevoegd aan het rijtje `kloonbare' dieren. Heel wat wetenschappers ondernamen al pogingen om de laboratoriumrat te klonen, maar alles mislukte. Franse en Chinese ontwikkelingsbiologen hebben nu wel succes door rekening te houden met de hyperactieve eicellen van ratten (Science online, 25 sept).

De oplossing blijkt eenvoudig een kwestie van timing; onbevruchte gerijpte eicellen van ratten ondergaan een uur nadat zij uit de eileider zijn gehaald een spontane, maar onvolledige activatie. Veel eerdere pogingen om ratten te klonen mislukten daardoor. De kloonprocedure, het verwijderen van het DNA uit een eicel en het inbrengen van de celkern van een huidcel, leverde wel een delende kloonembryo's op, maar die gingen al vroeg in de ontwikkeling dood.

Het Frans-Chinese team onder leiding van Jean-Paul Renard van het Institute National de la Recherche Agronomique in Jouy en Josas ontdekte dat zij met behulp van de stof MG132, een enzymremmer, de activering van de eicel konden uitstellen. Dat gaf hen tot drie uur langer de tijd om een celkern van een huidcel in een lege eicel te brengen. Dat bleek afdoende om levensvatbare klonen te krijgen, zij het dat het succespercentage nog aan de magere kant is.

Van twee vrouwtjes die als draagmoeder 129 gekloonde embryo's geïmplanteerd kregen raakte er één zwanger. Zij bracht drie jongen ter wereld, van het mannelijke geslacht. DNA-onderzoek toonde aan dat het echte klonen van een huidcel zijn. Een van de jongen overleed enkele uren na de geboorte, maar de andere twee ontwikkelden zich tot volwassen mannetjes die ook gezond nageslacht konden verwekken.

Het klonen van ratten is een doorbraak voor het biomedische onderzoek. Tot nu toe was het bijvoorbeeld onmogelijk om eenvoudig genetisch gemanipuleerde ratten te maken. Via klonen kan dit wel, doordat de huidcellen die als uitgangsmateriaal dienen vooraf genetisch veranderd kunnen worden, waarna de kloon die aanpassing in al zijn lichaamscellen draagt. Die techniek was bij muizen al mogelijk, maar ratten lenen zich bijvoorbeeld beter voor hersenonderzoek.