Winkel blaast dorp leven in

Om de ontvolking van Zuid-Limburgse dorpen tegen te gaan, krijgen ze `servicewinkels'. Die brengen verdwenen basisvoorzieningen terug.

Postzegels nodig? Informatie over een hypotheek? Vragen over de verwarmingsketel? Op zoek naar een tijdelijke baan? In het Zuid-Limburgse Epen biedt het VVV-kantoor uitkomst. Daar huist sinds februari de servicewinkel. Geopend op initiatief van de provincie om verdwenen basisvoorzieningen in het dorp terug te brengen, zodat Epen (1.800 inwoners) ,,leefbaar'' blijft.

Verbetering van het leefklimaat op het platteland is een speerpunt van Gedeputeerde Staten van Limburg tot 2007. Gedeputeerde H. Vrehen (CDA, kleinekernenbeleid) zegt dat in de deze week gepresenteerde begroting voor de ,,vitaliteit van wijken, buurten en kernen'' 19 miljoen euro per jaar is opgenomen. Een deel gaat naar servicewinkels, waarvan er de komende jaren 50 bijkomen. De totale investering is nog niet bekend. ,,De provincie trekt het project vlot, verstrekt aanjaagpremies. Nee, we geven geen blanco cheques.''

Bij de ingang van de VVV staan de namen vermeld van de `participanten' in de servicewinkel, de eerste in Nederland. TPG Post, Rabobank, Essent en Tempo Team voeren het lijstje aan. Binnen zegt K. Verplancke, unit manager Heuvelland van de VVV, dat deze bedrijfsvestigingen hier ,,uiteraard slechts beperkte diensten'' kunnen aanbieden. ,,De Rabobank heeft een geldautomaat geïnstalleerd en een informatiehoek ingericht. Via onze medewerkers kunnen de klanten afspraken maken met adviseurs van de bank. Hetzelfde geldt voor Essent en Tempo Team. Wie een cv-ketel wil huren of een baan zoekt, kan via de servicewinkel in contact komen met iemand van Essent of het uitzendbureau. Die melden zich dan hier.''

De belangstelling van het publiek is aanzienlijk. ,,Dagelijks zo'n driehonderd mensen'', vertelt Verplancke. Geen wonder, want de Rabobank sloot begin 2002 haar deuren in het toeristendorpje, het postkantoor volgde een half jaar geleden. Mevrouw M. Mordang uit Epen noemt de servicewinkel een aanwinst. ,,Je kunt er geld afhalen, dat is handig, zeker omdat je hier niet in alle zaken kunt pinnen. En nogal wat jongeren gaan naar het VVV-kantoor om via Tempo Team werk te zoeken.''

De servicewinkel in Epen wordt bemand door twee fulltimers en één parttimer van de VVV, die volgens Verplancke ,,vooraf goed in de keuken van de deelnemende concerns hebben mogen rondkijken''. Vooral de mogelijkheid van eenvoudige geldtransacties dichtbij huis valt goed in de smaak, zeker bij ouderen. [Vervolg SERVICEWINKEL: pagina 2]

SERVICEWINKELS

Wapen tegen vergrijzing dorpen

[Vervolg van pagina 1] Volgens gedeputeerde Vrehen (CDA) zullen er het komende jaar nog zo'n tien servicewinkels bijkomen. Over vijf jaar moeten dat er vijftig zijn. ,,Ze zijn keihard nodig, want in veel dorpen zijn het postkantoor, de bank, maar ook vele winkels en voorzieningen verdwenen.'' Die afkalving maakt de woonkernen onaantrekkelijk: de jeugd pleegt weg te trekken. ,,Dat probleem speelt ook elders in Nederland'', beseft Vrehen, ,,maar in Limburg lopen we met de vergrijzing vijftien jaar vóór. Doen we niks, dan zakken die dorpen compleet door het plafond.''

Bureau Integrated Business Consultancy (IBC) behartigt de belangen van de vier landelijke participanten in de servicewinkel, TPG Post, Rabobank, Essent en Tempo Team. Projectleider L. Kissels zegt dat de sluiting van de Rabobank in Epen de aanleiding was voor het begin van de samenwerking tussen de vier. ,,De directie van de Rabobank vroeg zich af'', legt ze uit, ,,of er een alternatief was. Wat konden ze kleine kernen bieden? Met z'n vieren onder één dak werkt kostenbesparend. Samen kijken we nu naar vijf andere Zuid-Limburgse dorpen. Ze willen graag óók elders in het land beginnen. Het hoeft geen winstgevend project te zijn, maar wél rendabel. De provincie springt alleen in het begin financieel bij.'' Het is volgens Kissels momenteel ,,niet zo moeilijk'' een lokale ondernemer te vinden die de servicewinkel wil runnen. ,,Soms meldt zo iemand – hij of zij moet natuurlijk overtuigd zijn van de toegevoegde waarde – zichzelf zelfs aan. Maar het kan ook zijn dat we uitkomen bij de beheerder van het ontmoetingscentrum in het dorp of een particulier.''

Kissels wil per streek bekijken of er regionale of plaatselijke bedrijven of instellingen zijn die aan het project kunnen meedoen. ,,Het is mogelijk dat de wijkagent spreekuur houdt in zo'n servicewinkel. Zorgaanbieders en bibliotheken zouden ook welkom zijn. We hebben ook een apotheekje op het oog. Maar we realiseren ons dat niet iedereen zo maar medicijnen kan verstrekken. Je zou kunnen denken aan een inloopspreekuur van een apotheker of van diens assistente.''