Weelde

Politici en sportbestuurders zijn net Grieken en Turken: ze hebben veel overeenkomsten, maar er hoeft maar iets te gebeuren of het is oorlog. Er moet altijd gescoord worden, tussenseizoenen bestaan alleen op papier. Juist in zo'n jaar struikelen de incidenten en vooral de mensen over elkaar heen. Het grensgebied tussen politiek en sport is een oorlogszone.

Zo'n twintig jaar geleden rolde dit land van incident naar incident. Nederlandse voetballers speelden in Argentinië en Uruguay, de hockeysters zaten ook in Argentinië, in Chili waren de rolhockeyers en Moskou had de Zomerspelen. Allemaal landen met een dubieus regime. Er moest een manier komen om duidelijkheid te scheppen. Want waar de voetballers fout waren, mochten de rolhockeyers alles. Vaak ook was de kritiek eenzijdig: liberalen hekelden Moskou, links Nederland hamerde op rechtse dictaturen.

,,Je kunt niet alles boycotten'', zei Ed van Thijn van de PvdA in 1981. ,,Daarbij geldt niet alleen hoe slecht het land is, maar ook: hoe belangrijk is de sport. Uit dat gezichtspunt zijn er maar enkele items interessant om mee te werken. Dat zijn de Olympische Spelen, het WK voetbal en – als Frankrijk een dictatuur zou zijn – de Tour de France.'' Landen die mensenrechten schendden of agressor waren in een oorlog, moesten volgens hem in uiterste instantie worden geboycot. Dus ook Moskou in 1980: ,,Als PvdA hebben wij naar mijn gevoel de inval in Afghanistan onderschat.''

Jan-Dirk Blaauw van de VVD legde de bal bij de bonden, die zelf het initiatief moesten nemen. ,,Ik kan mij voorstellen dat er gezegd wordt: politiek? Aan m'n neus. Wij laten ons niet meer gebruiken voor allerlei manifestaties om aan bepaalde evenementen niet deel te nemen, wanneer het ruim van tevoren bekend had kunnen zijn.'' Verschillende ideeën dus over wie de verantwoordelijkheid had.

Hans de Boer van het CDA zag als hét wapen tegen onverantwoordelijken de miljoenensubsidies. ,,Aan de ene kant vragen en aan de andere kant maar onbelemmerd je eigen gang gaan? Vrijheid in optima forma? Dat vind ik van een huichelachtigheid.'' Precies hier ligt de vrijheid van huidige sportbestuurders: over welke subsidies hebben we het na de laatste bezuinigingsronde? Niemand in Den Haag kan nog zeuren over verantwoordelijkheid; de weg is open naar alle sportevenementen. `We' kunnen naar Noord-Korea of Myanmar. De sport is vrij, er is een oorlog gewonnen. Geniet van de weelde, sportvrienden.