Wederzijdse Atlantische loyaliteit is voorbij

President Bush heeft kort voor zijn rede voor de Algemene Vergadering van de VN twee stellingen opgegeven: 1. dat Saddam Hussein betrokken was bij de aanslagen van `nine eleven', en 2. dat de `road map' de geëigende route was naar een duurzame vrede tussen de Palestijnen en Israël. Dat de route niet begaanbaar bleek, wijt Bush uitsluitend aan Arafat, maar dat overtuigt niet. `Waar twee kijven, hebben twee schuld' gaat zeker op voor dit oude conflict. De stelling dat Saddams massavernietigingswapens een acute bedreiging vormden voor Iraks omgeving en voor landen verder weg – de rechtvaardiging voor de inval – was al eerder verlaten. Die wapens zijn in het halve jaar sinds de invasie niet aangetroffen. VN-hoofdinspecteur Blix heeft inmiddels verklaard dat Iraks arsenalen al in 1991 vernietigd waren. Hij is niet de eerste die dit zegt.

De zorgen over de gevolgen van de interventie in Irak nemen dagelijks toe. In een indringend artikel beschrijven twee verslaggevers van de New York Times (afgedrukt in The International Herald Tribune van 18 september) hoe de grootste risico's voor de Amerikaanse troepen komen van de kant van ,,de afkeer van gewone Irakezen die zich in toenemende mate vijandig opstellen tegenover de Amerikaanse militaire bezetting''. Hun informatie komt rechtstreeks uit het Pentagon en wordt geschraagd door bevelhebbers in Irak.

Dit is geen reden tot leedvermaak. De voormalige garantiemacht Amerika zien vastlopen in een zelf geschapen moeras is niet iets om met een voldaan `ik heb het u wel gezegd' te volstaan. Toch zullen Europese leiders als Chirac en Schröder meer moeten doen dan de benarde Amerikanen op een enkel gebied te hulp te komen – zoals zij voornemens zijn. Zij zullen moeten vasthouden aan het plan dat zij eerder hebben gesmeed om tot een werkelijk zelfstandige Europese positie in het internationale krachtenveld te komen. En als zij al de VN een `centrale rol' in Irak willen laten spelen, zullen zij er voor moeten zorgen dat die rol ook centráál zal zijn. Dat betekent dat de Veiligheidsraad het bij de overgang naar een Iraakse regering voor het zeggen krijgt, zodat de Iraakse weerzin tegen de bezetting zich niet ook blijft richten op vertegenwoordigers van de volkerenorganisatie en Irakezen die met haar samenwerken. Als dat laatste het geval zou blijven, is vooruitgang onmogelijk.

In Nederland bestaat opmerkelijk genoeg nauwelijks aandacht, laat staan begrip, voor wat belangrijke landen als Duitsland en Frankrijk en ook de Beneluxpartners te berde hebben gebracht over verzelfstandiging van de Europese Unie ten opzichte van de oude bondgenoot Amerika. Wellicht is dat ook de verklaring voor het huiverend reageren op het nieuwe boek van Karel van Wolferen: America's Destruction of Worldorder, in Nederlandse vertaling uitgebracht onder de titel De ondergang van een Wereldorde. Hierin worden inderdaad dingen gezegd die vaderlanders revolutionair in de oren klinken, omdat in Nederland de band met Europa en de transatlantische binding altijd als complementair zijn gezien. Oprispingen van rechts in de Indië- en Nieuw-Guinea-kwesties en oprispingen van links over Vietnam en kruisraketten hebben slechts rimpelingen veroorzaakt in de Nederlands-Amerikaanse verhouding van na de Tweede Wereldoorlog.

Van Wolferen doet een beslissende stap zijwaarts. Hij bekijkt de transatlantische relatie niet langer vanuit de geschiedenis, maar vanuit de actualiteit. En hij schetst een Amerika dat ingrijpend is veranderd, zó ingrijpend dat zelfs een andere regering dan die van Bush dat niet ongedaan zal maken.

Daarvoor graaft hij dieper dan de `nieuwe strategie' van de Bushies, die erop gericht is Amerika's militaire en economische superioriteit tot in lengte van dagen te continueren. Preventief oorlog voeren is daarvan een bestanddeel. `Coalitions of the willing' plaatsen boven het in stand houden van aloude bondgenootschappen eveneens. Maar deze aanzetten tot het voortbestaan van de Amerikaanse macht, deze uitingen van unilaterisme, zijn voor de auteur geen toevalligheden die uitsluitend verklaard kunnen worden uit het trauma van `nine eleven'. Zij zijn de uitkomst van een nieuwe politieke constellatie waarin neo-conservatieve ideologen, christenfundamentalisten, harde `operators' als een minister Rumsfeld en een bedrijfsleven dat met gebruik van zijn kapitaal de politiek naar zijn hand zet samensmelten. En dan is er de Amerikaanse these van de maakbare wereld – maakbaar niet alleen voor de Republikein Bush, maar ook al voor de Democraat Clinton. Diens globaliseringsstreven, diens denkbeelden over de zegeningen van de vrije markt die onontkoombaar tot democratisering van uiteenlopende typen landen zouden leiden, zijn even eenzijdig en riskant gebleken als de experimenten van Bush in het Midden-Oosten. Van Wolferen laat de ware aard van de regering-Bush zien waardoor het transparant wordt waarom de dingen zijn gelopen zoals ze in de eerste jaren van de 21ste eeuw gelopen zijn.

De aanval op Afghanistan kon nog worden begrepen uit de gekwetstheid van een grote mogendheid die de onverlaten wilde tonen dat met haar niet te spotten valt. De verwaarlozing van dat land na het militaire succes gaf al te denken. De onverantwoorde wijze waarop vervolgens met Irak, de betrokken regio en via het Iraakse avontuur met de verhoudingen in en de toekomst van de wereld is omgesprongen, rechtvaardigt Van Wolferens toonzetting – die in Nederland als `woedend' wordt aangeduid. Een betere kwalificatie is `bezorgd' – bezorgd om Amerika, om de wereld, om Europa dat zijn eenheid niet kan vinden en daarom sprakeloos blijft, maar vooral ook om Nederland, dat niet in de gaten heeft dat de wederzijdse Atlantische loyaliteit tot de geschiedenis is gaan behoren. De benoeming van een Nederlandse NAVO-chef verandert daar niets aan.

In de IHT zegt minister De Hoop Scheffer: ,,België en Frankrijk zullen `onze veiligheid' niet garanderen, evenmin als Duitsland.'' Hij vergeet iets. Het enige land dat een wet heeft aangenomen om een invasie in Den Haag te plegen, The Hague Invasion Act, is Amerika.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.