Vriesdrogen van dode wekt weinig weerzin

Bijna 50 procent van de Nederlanders zegt het vriesdrogen van overledenen in overweging te willen nemen als alternatief voor begraven of cremeren.

Dit blijkt uit een TNS NIPO-enquête waarvan de resultaten deze maand in het vakblad Uitvaart worden gepubliceerd. Bij vriesdrogen, ofwel lyofilisatie, wordt het vocht aan het ontzielde lichaam onttrokken.

Zeker 32 procent van de ondervraagden zegt het vriesdrogen ,,misschien in overweging te nemen'' en 16 procent zegt dat zeker te doen. Twee procent weet nu al dat het kiest voor vriesdrogen in plaats van de twee klassieke vormen van lijkbezorging, begraven en cremeren. Het percentage dat het niet weet, ligt op 12 procent. 29 procent kiest ,,zeker niet'' voor vriesdrogen en 9 procent neemt het niet in overweging.

Bij vriesdrogen wordt de overledene zeer snel gekoeld. Hij wordt daarna in een bad van vloeibare stikstof ondergedompeld. Hierin wordt het lijk tot ongeveer 180 graden Celsius onder nul afgekoeld. Het lichaam wordt dan breekbaar. Via geluidsgolven komt er een vibratie op gang en brokkelt het lichaam uiteen. Daar wordt vervolgens het vocht aan onttrokken. De hoeveelheid stof die daarna overblijft, ongeveer eenderde, kan worden begraven of na een nabehandeling in een urn worden gedaan.

De nieuwe vorm van lijkbezorging bevindt zich nog in een proefstadium. De Facultatieve Groep, voortgekomen uit de vereniging die cremeren in Nederland mogelijk heeft gemaakt, denkt dat binnen twee à drie jaar vriesdrogen in Nederland een feit is. ,,Het gaat eigenlijk om de derde weg van lijkbezorging'', zegt Henry Keizer, voorzitter van de raad van bestuur van De Facultatieve Groep. ,,Veel mensen vinden het een onplezierige gedachte dat iemand in de grond wordt gestopt of dat iemand wordt verbrand. Met vriesdrogen hebben we feitelijk een nieuw antwoord gevonden op dergelijke bezwaren.''

Of een wetswijziging nodig is voor het vriesdrogen van overledenen is volgens Keizer niet duidelijk.