Twee balkjes zijn een school

Als jongetje had ik natuurlijk blokken. Niet blokken uit één blokkendoos, maar uit heel veel verschillende.

Er zaten oude, versleten en nieuwe, glanzende blokken tussen, kleine en grote, smalle en dikke, driehoekige, vierkante en rechthoekige, cilinders, schijven, balken en kubussen. Sommige waren van plastic, andere van hout.

Ik wilde altijd torens maken, zo hoog mogelijk. Maar nog voor de torens echt hoog waren, stortten ze al in. Dan begon ik altijd weer opnieuw, en stortte de toren weer in. Bij de vierde mislukking werd ik altijd boos. ,,Deze man gaat jullie gooien'', zei ik dan. ,,Dat zal deze man laten'', antwoordde mijn vader dan altijd. ,,Deze man doet het toch'', zei ik dan weer. En beng, daar vlogen de blokken door de kamer.

Ik was dom. Met rommelige blokken moet je geen torens bouwen. Voor torens heb je mooie, regelmatige, rechte blokken van dezelfde soort nodig. Met rommelige blokken kun je wel heel goed steden en wijken maken. Als je bijvoorbeeld een paar balkjes plat en dwars achter elkaar legt, heb je al het begin van een moderne wijk met rijtjeshuizen. Leg er een grote, rechthoekige of vierkante plak bij. Dit is het winkelcentrum. Hou wat ruimte eromheen vrij, want er moet plaats zijn om auto's te parkeren. Zet wat cilinders en balken rechtop bij het winkelcentrum. Dit zijn de kantoortorens of woontorens, wat je maar wilt. Een paar rechthoekige blokken op hun kant achter elkaar – dit zijn ouderwetse galerijflats, zoals je die vooral in de wijken uit de jaren vijftig en zestig ziet. Een balkje rechtop met een liggende balk eraan vast is een kerk. Twee balkjes op elkaar kunnen dienst doen als een school. Kleine kubusjes zijn vrijstaande huizen, een grote kubus kan een bioscoop, theater of een raadhuis zijn. Zo kun je voor elke gebouwensoort wel iets verzinnen. Twee schijven op elkaar vormen bijvoorbeeld een stadion. Zo bouwen echte stedenbouwers ook steden. Eigenlijk zijn stedenbouwers grote jongens met een heel mooie blokkendoos.

Hoe meer blokken, hoe groter de stad. Je kunt heel ordelijke steden maken, waar alle blokken keurig in het gelid staan langs kaarsrechte wegen. Maar vooral met rommelige blokken kun je ook ouderwetse steden maken. Steden met nauwe, kronkelende straten en een groot plein in het midden, met een kerk en een stadhuis. Je kunt ook allemaal torens kriskras door elkaar zetten. Kijk, dit is een moderne Chinese stad, zeg je dan tegen je vader.