Stoffen voor de avant-garde

Weverij De Ploeg kwam in de jaren twintig voort uit een idealistische landbouwkolonie. Vijftig jaar lang waren haar artistieke interieurstoffen een begrip. De Ploeg wil nu terug naar de top van de markt. `We hebben alles in eigen hand. Dat is onze troef.'

De Ploeg, Bergeijk. Vroeger waren de interieurstoffen van deze Brabantse weverij een begrip, maar in de jaren zeventig raakte het bedrijf in de versukkeling. Sinds vorig jaar vecht De Ploeg onder leiding van een nieuwe directeur voor een terugkeer naar de top van de markt.

In een park, ontworpen door Mien Ruys, staat de witte fabriek van De Ploeg. Links van de oprijlaan herinnert een verweerde ploeg aan het ontstaan van het bedrijf als idealistische landbouwkolonie. Rechts gaat het plantsoen over in een strak fabrieksgebouw van Gerrit Rietveld. Hoge plafonds, helder licht en schoon – in alles het tegendeel van de gebruikelijke, sombere textielfabrieken. De directeur en de jongen van verkoopondersteuning zijn het hartstochtelijk eens: een fantastische plek om te werken.

De Ploeg werd in 1923 opgericht door een groep christen-socialisten die in de geest van Frederik van Eedens De Walden een agrarische werkkolonie stichtten in Bergeijk, tussen Eindhoven en de Belgische grens. Niemand was de baas in de coöperatie. Noch het vegetarische kuuroord dat men begon, noch de land- en tuinbouw op het terrein leverde geld op. De handel in zelfgeweven en ingekochte stoffen had sinds 1928 meer succes. De artistieke leden van de coöperatie hadden kennissen in kringen van de moderne architectuur en daar vielen hun eenvoudige ontwerpen in frisse tinten goed in de smaak: eindelijk wat anders dan dat saaie donkere velours uit grootmoeders tijd.

De faam van De Ploeg groeide met het Nieuwe Bouwen in de jaren dertig, en ook voor de naoorlogse licht-en-luchtbeweging van Goed Wonen waren de stoffen van de coöperatie ideaal. Vijftig jaar lang was het bedrijf een begrip op het gebied van artistiek verantwoorde interieurstoffen, en in de hoogtijdagen werkten er 400 mensen. Maar ergens in de jaren zeventig verloor men het gevoel voor de tijdgeest en ook in Bergeijk sloeg de crisis in de Nederlandse textiel hard toe. Jaar op jaar werd verlies geleden en werden er mensen ontslagen, iets dat hard aankwam in het bedrijf dat sinds 1957 weliswaar geen coöperatie meer was, maar wel een sterk sociaal gezicht wilde behouden. In 1991 werd De Ploeg met de resterende 150 werknemers eigendom van branchegenoot Vescom uit Deurne. Tot de Vescom Group behoren verder het Amerikaanse Raxon Fabrics (interieurstoffen), het Duitse Gerns & Gahler (bekledingstoffen voor auto's), het Britse Helen Sheane (wandbekleding), Léo Schellens uit Eindhoven (interieurstoffen) en Vescom zelf, dat vooral wandbekleding en meubelstof maakt.

Het bijzondere verleden van De Ploeg wil de huidige directeur Frank van Werkum (39) recht doen: ,,De Ploeg was in de jaren negentig een beetje te functioneel geworden. Te gewoon''. Hij wil dat iedereen weer weet waar De Ploeg voor staat. ,,Materiaal, dessin en kleur van de nieuwe collecties moeten weer passen bij de tijd waarin we leven. Het moet weer bijzonder worden.'' Er is een nieuwe strategie ontwikkeld waarin product, promotie en presentatie zijn samengebracht – net als in de jaren vijftig, toen architecten de tijdgeest in hun gebouwen probeerden te vangen en diezelfde tijdgeest weerspiegeld zagen in de stoffen van De Ploeg. Op de Woonbeurs in Amsterdam die dinsdag begint laat de weverij zien wat ze nu waard is.

In Nederland is De Ploeg met de ongeveer honderd resterende personeelsleden de enig overgebleven producent van gordijn- en meubelstoffen die nog onder eigen naam werkt. De overige weverijen werken voor anderen. De Ploeg koopt garens in en laat de stoffen nabewerken bij bedrijven in de omgeving, maar doet verder alles zelf. Een eigen ontwerpafdeling, eigen proefweverij, eigen kleurlaboratorium, eigen ververij en eigen distributie.

Zoiets kost veel geld, maar dat verdien je volgens Van Werkum terug doordat je innovaties nooit met anderen hoeft te delen. Je hoeft evenmin met leveranciers te onderhandelen over technische mogelijkheden. ,,Met compromissen in kleur of materiaal mis je kansen op de markt.'' Als onderdeel van de nieuwe strategie werkt men tegenwoordig nauw samen met het Amsterdamse bureau Müller en Van Tol. Dat bewaakt als art director namens de directie de kwaliteit – ook van de ontwerpen – en bemoeit zich met alle uitingen van het bedrijf, tot aan het briefpapier toe. Het is volgens Van Werkum goed dat ze niet in het bedrijf zelf werken: zo houden ze hun frisse kijk en gaan ze niet stilletjes rekening houden met de belangen van andere afdelingen. Iemand van binnen kan het gevoel voor wat er in de wereld gebeurt, verliezen. Van Werkum: ,,Maar alles moet blijven kloppen met de uitgangspunten van ons tachtig jaar oude bedrijf''.

De Ploeg hoort niet bij het hoogste prijssegment van de Europese markt, waar bijvoorbeeld het Duitse Sahco Hesslein actief is. Stoffen van Sahco kosten tot 300 euro per meter, en bij fabriekjes in Frankrijk en Zwitserland is nóg exclusiever woningtextiel te vinden, maar die van De Ploeg kosten tussen de 80 en de 100 euro. Met bekende internationale designmerken als Kvadrat, Fischbacher en Baumann durft Van Werkum zich wel te meten.

Hoewel de huidige recessie juist in de woninginrichting hard heeft toegeslagen, heeft De Ploeg die weten te doorstaan, volgens Van Werkum ,,door tegendraads te investeren in merk en marketing, zoals de nieuwe huisstijl, grootse deelname aan woonbeurzen en meer marge voor de dealers''. Ook de diversiteit in afzetkanalen – consumenten, projecten en industrie – verkleint volgens hem het risico. ,,We hebben een uitermate gespreid afzetgebied en wereldwijd meer dan 2.000 klanten. Er zijn altijd afnemers die het wel goed blijven doen.'' Exacte cijfers geeft De Ploeg niet, maar de Vescom Groep heeft volgens Van Werkum een totale omzet van circa 75 miljoen euro, waarvan tweederde voor rekening komt van de stoffendivisie. ,,De Ploeg neemt binnen die divisie een belangrijk aandeel omzet en winst voor zijn rekening.''

Jaarlijks verlaat duizend kilometer stoffen de fabriek, ongeveer evenveel gordijn- als meubelstoffen. De helft van de productie gaat via de detailhandel naar de consumentenmarkt. De rest is voor projecten en meubelfabrikanten in Nederland en daarbuiten, zoals Gelderland, Leolux, Cassina en Moroso. Die nemen stoffen af uit de bestaande collectie, maar dankzij de eigen fabriek kan De Ploeg ook snel aan speciale wensen voldoen. Dat voordeel op de concurrentie wil Van Werkum verder uitbuiten. ,,Het wordt ook steeds meer verlangd door architecten, want die hebben te maken met opdrachtgevers die bijvoorbeeld tinten en patronen in hun huisstijl eisen. De eigen fabriek is onze troef.''

Van Werkum, die in de jaren negentig als exportmanager bij De Ploeg begon, wil ook de uitvoer vergroten van de huidige 50 naar 60 procent. Hij denkt dat daar meer groei mogelijk is dan in Nederland, waar enkel door verdringing van andere merken winst te boeken is.

Bij de nieuwe strategie hoort ook de vervroegde presentatie van de nieuwe collectie. Van oudsher tonen de fabrikanten in het najaar op een vakbeurs in Utrecht hun nieuwe producten aan de winkeliers. Midden in de toptijd voor de interieursector als iedereen zo voor de winter kritisch naar de inrichting van zijn huis kijkt. Daarom liet De Ploeg zijn dealers, tegen de 800 winkels in Nederland, dit jaar al in mei in Bergeijk komen kijken. Door die vervroeging ligt de nieuwe collectie al in de winkel als in september de `woonmaanden' beginnen. Van Werkum: ,,Tijdens hun bezoek konden ze meteen zien waar we werken en hoe we alles hier maken. Dat geeft een heel andere betrokkenheid dan een bezoek aan de zoveelste beurs.''

In de hoge hal van de showroom zijn sfeerruimtes ingericht met gordijnen en meubels. Moderne Nederlands vormgeving – boomstammen met bronzen rugleuning van Jurgen Bey, meubels van sloophout van Piet Hein Eek – versterken de sfeer van de stoffen. Die band met design en kunst hoort volgens Van Werkum bij het erfgoed van zijn fabriek. Net als het gebouw van Rietveld dat overigens ,,een godsvermogen'' aan onderhoud kost, terwijl een tuiniersbedrijf zijn handen vol heeft aan het kunstwerk van Mien Ruys. Van Werkum is trots dat mensen tot uit Japan en Scandinavië komen om tuin en gebouw te bewonderen. Net zo trots als wanneer hij onderweg of bij iemand thuis een stof van De Ploeg ontwaart.

De nieuwe collectie van De Ploeg is van 30/9 tot 5/10 te zien op de RAI Woonbeurs.