Steun voor conclusie van Verwey-Jonker

De conclusie van het Verwey-Jonker Instituut dat het integratiebeleid niet ,,geheel en al is mislukt'' wordt onderschreven door dertien oud-ministers, oud-ambtenaren, vertegenwoordigers van organisaties van Marokkaanse en Turkse minderheden en een oud-vakbondsbestuurder.

Dat bleek afgelopen dagen tijdens de openbare verhoren van de parlementaire commissie-Blok die het integratiebeleid onderzoekt. Wel kwam een reeks tekortkomingen aan de orde. Het belang van de beheersing van de Nederlandse taal is té lang onderschat, de deelname van allochtonen op de arbeidsmarkt is nog steeds onvoldoende, allochtonen en autochtonen denken nog teveel in termen van `wij' en `zij' en allochtonen worden gedoogd in plaats van geaccepteerd, zo luidde de teneur.

Voorzitter Tonca van het Inspraakorgaan Turken en el Boujoufi, vice-voorzitter van de Unie Marokkaanse Moslim Organisaties Nederland, verwoordden vooral het gevoel van Nederlandse Turken en Marokkanen dat zij niet worden geaccepteerd maar slechts worden gedoogd. Het integratiebeleid is naar hun mening te veel toegespitst op allochtonen, terwijl ook autochtonen volgens hen aan integratie moeten meewerken.

Oud-voorzitter Hofstede van de vakfederatie CNV constateerde wel dat het ,,nergens beter gaat dan in Nederland.'' Maar er was geen sprake van geïntegreerd beleid, benadrukten oud-ministers d'Ancona (PvdA) van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) en Van Kemenade (CDA) van Onderwijs en oud-staatssecretaris Netelenbos (PvdA) van Onderwijs. Ministeries werkten langs elkaar heen, centrale aansturing ontbrak, ook nadat Binnenlandse Zaken begin jaren tachtig een coördinerende rol kreeg, betoogden de oud-ambtenaren Kloprogge van Onderwijs en Molleman van Binnenlandse Zaken.

Ook was het integratiebeleid niet consistent. ,,Het hing vaak af van de zittende minister'', meende Tonca van het Inspraakorgaan Turken. Bovendien veranderden definities over minderheden in de tijd, ontbraken meetbare doelstellingen en was er onvoldoende evaluatie.

Oud-bewindslieden grepen de verhoren aan om hun beleid nog eens uit te leggen. En om de onderzoekscommissie op het hart te drukken dat ,,de maatregelen wel in hun tijd moeten worden geplaatst'', aldus oud-minister Van Boxtel (D66) van Grote Stedenbeleid en Integratie. Volgens Hofstede van het CNV namen de meeste bedrijven tot in de jaren negentig liever geen buitenlanders aan. ,,Dit gebeurde ook in overheidsinstellingen en op universiteiten.''