Rechtdoor naar Velgenland

Braaklandjes zijn paradijzen voor kunstenaars, stadsnomaden en handelaars in oud ijzer. Dit `tussenland' is nu ook ontdekt door planologen.

Aan de N201, tussen Hoofddorp en Aalsmeer en pal langs de zuidkant van Schiphol, ligt het gehucht De Hoek. Ooit was De Hoek een rustiek geheel van akkers en arbeiderswoningen, nu is het een van die plekken waar de slag om de schaarse Hollandse ruimte zich voor je ogen voltrekt. De Hoek bestaat uit een paar verdwaalde huizen in een orkaan van beweging, asfalt en lawaai. Vliegtuigen komen laag over, auto's trekken op, trucks razen toeterend voorbij.In de strakblauwe herfsthemel staat een raster van witte vliegtuigstrepen.

Ter hoogte van De Hoek kruist de N201 de A1. De N201 wordt over een paar jaar omgelegd, de velden vol kerosinebieten in de omgeving zullen tegen 2030 allemaal vervangen zijn door aan Schiphol gerelateerde bedrijven. De meeste huizen van De Hoek zijn daarom alvast gesloopt. Op de plek waar een groot hotel moet komen staat een twee-onder-één-kapwoning. De rechterhelft heeft keurig geschilderde luiken en een verzorgde bloementuin, de linkerhelft is gedegradeerd tot puin. Een hardnekkige bewoner van De Hoek heeft in zijn kale kiezeltuin een bordje neergezet: `Verboden Toegang. Natuurgebied.'

De Hoek bestaat uit die paar huizen langs de N201. Verderop loopt het viaduct van weer een weg. Daarachter een oud, schijnbaar verlaten bedrijventerrein, een golfplaten loods, een weilandje met pony's. En een fietspad. Dit fietspad loopt recht als een lineaal langs het bedrijventerrein en stuit dan abrupt en onbegrijpelijk tegen de autoweg. Hier houdt de planning duidelijk op. Gemeentegrens? Een ambtenaar die een andere baan kreeg?

Het kost aanvankelijk moeite het panorama van De Hoek als een landschap te zien. In onze hoofden doen we immers nog altijd alsof er in Nederland maar twee soorten landschap bestaan: de bakstenen stad en het groene, idyllische platteland. Hoewel we natuurlijk wel weten dat het in werkelijkheid anders zit. Het landschap wordt steeds meer gedomineerd door grijze snelwegen, distributiedozen, kantoorparken en bedrijventerreinen, maar daar kijken we met zijn allen het liefst overheen.

De situatie in De Hoek is tijdelijk, collateral damage gedurende de haperingen in de planologie. De Hoek is geen stad, geen platteland en geen bedrijvenpark. Het is restland, land in een planologisch vacuüm. Tussenland.

U kent het tussenland niet? U zult het leren kennen. Kijk eens goed uit het raam van de auto of de trein. Die slordige stroken langs het spoor, met bouwvallige schuurtjes en lukrake groententuintjes, soms een treurige shetlandpony achter een gammel hek. Of daar, die vergeten bouwkavels met hopen zand en loodsen van golfplaat. Tussenlandjes zijn die eilanden van onduidelijkheid tussen de keurig gebouwde Vinex-wijken, strakke weilanden en nog strakker gerenoveerde binnensteden. Onooglijke oases in het nieuwe Nederland van asfalt, staal en glas.

,,Het tussenland is niet landelijk en niet stedelijk, maar iets ertussenin'', zegt cultuurwetenschapper David Hamers. ,,Wij noemen het wel eens: `Ledelijk'. Dat heeft een associatie met lelijk, maar lelijk is tussenland eigenlijk niet. Eerder mooi van lelijkheid.''

Populierenveld

Inderdaad is dit landschap wonderlijk gevarieerd. Na een dagje tussenlandsafari in de Haarlemmermeer is het onmogelijk niet de melancholieke schoonheid te zien van dat halve huis in De Hoek, of het spectaculaire surrealisme van dat populierenveld tussen De Liede en Nieuwebrug. Aan de Spaarnwouderweg mengen hoge populieren zich organisch met casco's van trucks, door braamstruiken overwoekerde caravans en een bejaard amfibievoertuig. Dat is ook mooi aan dit verborgen landschap: er staan geen ANWB-paddestoelen, je kunt het zelf ontdekken – anno 2003 waan je je Livingstone in de Haarlemmermeer. Even verderop ligt een verborgen stad van autosloperijen en onderdelenparadijzen. Geïmproviseerde, poëtische aanwijsborden in het Nederlands en Arabisch wijzen ons de weg. Rechtdoor naar Autosloperij Salaam, naar `Velgenland' en `Steroccasions De Toekomst.'

,,Tussenland'', doceert architect Eric Frijters, ,,heeft geen eenduidige, van bovenaf opgelegde functie, zoals een woonwijk of een bedrijventerrein. Er gebeurt juist van alles door elkaar. Tussenland is wat de gebruikers ervan maken, de functie is niet voorgeprogrammeerd. Het is gevarieerd, het is flexibel. Het wijkt kortom sterk af van de rest van Nederland en daarom is het interessant er eens goed naar te kijken.''

Met zes andere architecten en onderzoekers, allen geboren tussen 1971 en 1977, maken architect Frijters en cultuurwetenschapper Hamers deel uit van het `Atelier' dat het Ruimtelijk Planbureau – de instelling die voor de overheid ruimtelijke ontwikkelingen onderzoekt – ieder jaar inricht. Zo wil het bureau frisse ideeën een kans geven, zowel over nieuwe projecten als over nieuw beleid. De leuze waaronder de acht voorlopig opereren, luidt `Het verborgen land: op zoek naar nog niet geordend Nederland'. Gedurende een jaar bestuderen ze het fenomeen in gebieden die zich snel ontwikkelen en waar dus veel gepland wordt: in de Haarlemmermeer, in Brabant, maar ook bij Katowice in Polen, de Arnovallei in Italië, en in de regio Kopenhagen. Tussenland vinden is niet moeilijk, vertellen ze. David Hamers: ,,Als plaatselijke ambtenaren en planologen zeggen dat het ergens `helemaal uit de hand' loopt, dan moeten wij daar juist naartoe.''

Wie wonen en werken er in het tussenland? Soms alleen maar pony's, veldmuizen en vogels. Soms die ene man of vrouw die er al dertig jaar woont en eenzaam weerstand biedt aan de komst van een snelweg of nieuw bedrijventerrein. Verder handelaars in oud ijzer, boeren die in de caravanopslag zijn gegaan. Mensen die zich niet op hun gemak voelen in een rijtjeshuis. Of de beheerders van een illegale loungebar. En kunstenaars. Want het zijn niet de onderzoekers en planologen die het tussenland als tussenland benoemd hebben en er de mogelijkheden van roemen; eerder de kunstenaars en creatieve stadsnomaden die er zich al jaren vestigen. Bij niemand zijn rommellandjes populairder dan bij de makers van locatietheater of de scouts van filmlocaties – niet voor niets ziet veel tussenland eruit als de moordlocatie van politieseries of -berichten. Kunstenaars benutten het tussenland niet alleen als woon- en werkomgeving, voor hen is het ook een pleidooi voor vrijheid, initiatief en creativiteit.

In veel grote Europese en Amerikaanse steden zijn `Urban Explorers' actief, die nachtelijke safari's maken door de mazen en gaten en verboden terreinen van een stad. In Den Haag organiseerde architectuurwerkplaats DeRuimte in opdracht van Stichting Stroom wandelingen langs de achterkanten en onderkanten van de stad. In Rotterdam ontwierpen drie kunstenaars een plan voor het `Muizengaatje', een driehonderd meter lange restruimte onder de A20. Dichteres Elma van Haren kreeg van het Amsterdams Fonds voor de Kunst de opdracht voor een gedichtencyclus over braakliggende terreinen.

,,Het tussenland is de planologische twilightzone. Alles is er mogelijk omdat er niets vastligt'', zegt Hans Jungerius van Stichting G.A.N.G., een in Arnhem gevestigd kunstenaarskwartet dat ironisch commentaar levert op de inrichting van Nederland. Jungerius woont in het tussenland, op een oud bedrijventerrein, en met zijn drie compagnons organiseert hij excursies naar wat ze noemen `de parallelle wereld', het moderne Nederland van bedrijventerreinen, distributiedozen en autoshowrooms. Hun laatste installatie, een alternatief `vakantiepark' langs de snelweg A12 bij Duiven (zie ook de bijlage Leven&cetera; van 7 september), werd gebouwd op een stuk tussenland. ,,Volgend jaar'', vertelt Jongerius, ,,wordt op die plek een distributieloods gebouwd, dan is het tussenland-af.''

In Amsterdam ijvert Stichting De vrije Ruimte sinds de jaren negentig voor het behoud van tussenland in de volgeplande stad. ,,Als alles is ingedeeld'', zegt Freek Kallenberg van de Stichting, ,,vermoord je initiatief en creativiteit. Dat is op den duur slecht voor de leefbaarheid van een stad, maar ook voor de economie. Elke economie drijft op vernieuwing, op ideeën. En die kun je niet plannen. Daarom pleiten wij ervoor dat de gemeente bepaalde zones of gebouwen uit de markt houdt, om het creatieve karakter van de stad te handhaven.''

,,Nederlandse planologie is gewoonweg van sovjetkaliber'', vindt Hans Jungerius. ,,Ongelooflijk, zo star en rigide. Plannen worden koste wat kost doorgezet, ook al ziet niemand er het nut van in. En alles wordt je opgelegd, zelfs hoe je landschap moet ervaren. In Nederland is iets pas natuur als de overheid er een bord bij heeft gezet met `Natuurgebied'.''

Zo populair als het bij kunstenaars is, zo moeilijk ligt tussenland van oudsher bij planologen en overheidsdienaren. Planologen houden van plannen, tussenland onttrekt zich daaraan. De term `verrommeling', bijvoorbeeld, is afkomstig van het PvdA-lid Adri Duivestein. Door gebrek aan heldere keuzen en politieke moed, stelde hij, verstedelijkt het Nederlandse landschap sluipenderwijs. Met de Vijfde Nota voor de Ruimtelijke Ordening probeerde de toenmalige minister Pronk de scheiding tussen stad en land te handhaven in vaste `rode' en `groene' contouren, om zo het dichtslibben van Nederland tegen te gaan. Maar door de val van Paars II is de Vijfde Nota nooit wet geworden; ambtenaren gebruiken de contouren net naar het ze uitkomt.

Ontevredenheid

Ondertussen heerst onder planologen en ook bij anderen grote ontevredenheid over de inrichting van Nederland. De druk op de ruimte is enorm; er moeten woningen en wegen bij, maar er bestaat ook grote angst voor de teloorgang van het historisch landschap. Nota's en bestemmingsplannen zijn tot op de centimeter precies, maar het resultaat is: meer van hetzelfde. Veel mensen ergeren zich aan de eenvormigheid van het nieuwe Nederlandse landschap, dat enkel nog lijkt te bestaan uit bedrijfsdozen langs kaarsrechte wegen. Is het hele idee van landschapbeheersing nog houdbaar?

De planologen, zo bleek uit een recent nummer van het vaktijdschrift Stedebouw & Ruimtelijke Ordening over `de crisis in de planologie', pogen uit deze verstarring te ontsnappen met andere manieren van plannen. Maar spontaniteit en planning sluiten elkaar zo ongeveer uit – zie de Gemeente Amsterdam, die broedplaatsen aanwees waar kunstenaars creatief mochten zijn, maar alleen binnen door de gemeente gestelde voorwaarden. Hoe kunnen planologen zorgen dat spontaniteit en initiatief een plek krijgen in hun werk, liefst zonder zichzelf meteen overbodig te maken?

Atelier Verborgen Land probeert een uitweg te vinden uit deze Catch-22 door de hele situatie eens om te draaien. Hamers: ,,Laat de contourenfictie eens los en neem het reële landschap als uitgangspunt. Valt er van het zichzelf regulerende tussenland iets te leren, als het gaat om het denken over de toekomstige inrichting van Nederland?''

De acht onderzoekers denken van wel. En met veel slagen om de arm – hun onderzoek is pas volgend jaar voltooid – willen ze wel wat schoten voor de boeg geven. ,,Er is bij gebruikers van tussenland duidelijk behoefte aan kleine, tijdelijke coalities en zelfstandige organisatievormen'', zegt Eric Frijters. ,,Dat geldt niet voor iedereen, maar wel voor een substantiële groep mensen. Planning zou dus minder defensief moeten zijn, meer ruimte moeten laten voor eigen initiatief. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door niet voor de eeuwigheid te plannen, zoals nu telkens gebeurt. De praktijk bewijst dat dat niet realistisch is. In de Haarlemmermeer is een plan alweer achterhaald tegen de tijd dat het wordt uitgevoerd. En waarom zijn plannen niet wat minder alomvattend, zodat er ook ruimte is waar mensen hun gang kunnen gaan?''

Freek Kallenberg van de Amsterdamse Sichting De vrije Ruimte is vooralsnog niet onder de indruk. Creativiteit, zegt hij, onttrekt zich aan planning. ,,De echte broedplaatsen zitten in Amsterdam allang weer ergens anders – lege kantoorgebouwen zat in Amsterdam.'' Dat onderzoekers van het Ruimtelijk Planbureau het tussenland ontdekt hebben, maakt hem onrustig: ,,Meestal betekent zoiets het begin van het einde. Wij zien onze aanbevelingen tegenwoordig wel eens terug in ambtenarennota's, maar nooit zoals wij het bedoeld hebben.''

Het plannen van spontaniteit, zegt hij, hoeft trouwens helemaal niet ingewikkeld te zijn. ,,Geef mij maar het goeie ouwe gedoogbeleid. Dat is voor vrije ruimtes veruit het veiligst.''

De onderzoekers van Atelier Verborgen Land publiceren voorjaar 2004 bij NAI publishers een boek over hun bevindingen. Zie ook: www.rpb.nl Stichting Gang: www.stichtinggang.org Architectuurwerkplaats De Ruimte: www.deruimte.org Projecten A20: www.restruimten.nl Stichting de vrije Ruimte: www.devrijeruimte.org