Prometheus

In zijn profiel van Mai Spijkers (Cultureel Supplement, 12 september) begint voor Ward Wijndelts de geschiedenis in 1992. Dat Mai de 15 jaar daarvoor onder mijn leiding een carrière van bureauredacteur tot hoofdredacteur bij Bert Bakker maakte – dus geen directeur, een titel waar ze bij Kluwer zuinig op waren en zeker de laatste jaren medeverantwoordelijk was voor het totale beleid, lijkt me toch wel nuttig te weten.

Net toen ik eind jaren '80 bezig was de uitgeverij van Kluwer los te kopen, kreeg Mai het aanbod een eigen uitgeverij te beginnen, en ondanks een belofte na de verzelfstandiging te zullen blijven, ging hij op dat voorstel in, zadelde Bert Bakker op met een totaal afgebrande redactie, noemde zijn bedrijfje Prometheus (hij die het vuur stal) en stal vervolgens zoveel mogelijk auteurs voor zijn nieuwe uitgeverij. Zelfs op zijn afscheidsreceptie benaderde hij ze nog, wat de hoogleraar criminologie Koos van Weringh de opmerking ontlokte: `Dat ging zelfs mij te ver.'

Toen een paar jaar later door allerlei omstandigheden, maar zeker niet door financieel wanbeleid, Bert Bakker en Prometheus in een en hetzelfde concern terechtkwamen, lag het voor de hand de twee uitgeverijen, die op dat moment door de actie van Mai geen van beide erg succesvol waren, samen te voegen. Met blufpoker overtuigde Mai de toenmalige raad van bestuur (Jan Lancée, René Malherbe en Laurens van Krevelen, die dat later diep zou betreuren) ervan, dat hij niet meer met mij zou kunnen samenwerken en kozen ze voor de jeugd. In die afgelopen tien jaar is Bert Bakker/Prometheus zoals iedereen weet die iets van uitgeven weet ongetwijfeld financieel de succesvolste Nederlandse uitgeverij van de tweede helft van de 20ste eeuw geweest. Misschien dankzij Mai Spijkers, maar zeker dankzij het oude fonds succes komt niet uit de lucht vallen – dat een aantal redacteuren onder mijn leiding de afgelopen 25 jaar bij Bert Bakker had opgebouwd.

De grote baas van PCM, Theo Bouwman, zal een en ander zonder twijfel willen bevestigen.