Politieke oorlog om Japans wegenbouw

De premier wil de Japan Highway Corporation privatiseren, maar veel politici verzetten zich hiertegen. Een weg is een mooi cadeau om in de eigen streek stemmen te winnen. Ondertussen is onduidelijk of het nutsbedrijf wel of niet feitelijk failliet is.

Een politiek brisante oorlog is gaande rond de Japanse wegenbouw. Privatisering van het diep in de schulden gezakte nutsbedrijf voor bouw en exploitatie van tolwegen is een van de twee concrete hervormingsplannen van premier Junichiro Koizumi. Politici van zijn Liberaal Democratische Partij (LDP) verzetten zich hier echter tegen, omdat wegenbouw een geliefd middel is om met geld te strooien in het eigen kiesdistrict.

Begin deze week begon de nieuwste episode in Japans wegenoorlog: Koizumi benoemde een nieuwe minister van Land en Transport. Deze Nobuteru Ishihara geldt als een van de weinige voorstanders van privatisering in de regerende LDP. De strijd rond de Japan Highway Corporation toont de grote problemen die ontstaan bij pogingen tot hervorming van machtsstructuren die politici en andere belanghebbenden al jaren goed geld opleveren, én het totale gebrek aan afleggen van verantwoordelijkheid in `oud Japan'.

Een centrale rol in deze oorlog is weggelegd voor directeur Haruho Fujii van de Japan Highway Corporation (JH). Werknemers van JH beschuldigen hun hoogste baas van publiekelijke leugens en eisen zijn hoofd. Op zijn beurt straft Fujii opstandig personeel met degradatie; hij heeft zelfs één werknemer voor de rechter gedaagd. Volgens de boze werknemers is JH, dat in de loop der jaren een schuldenlast van 300 miljard euro heeft opgebouwd, feitelijk failliet. Directeur Fujii zou dat ontkennen omdat hij meer waarde hecht aan zijn politieke connecties.

Met het aantreden van de nieuwe minister Ishihara staat de positie van Fujii nu op de tocht. Tijdens zijn eerste persconferentie als minister zei Ishihara deze week dat ,,de verklaringen [van Fujii] in parlement en commissievergaderingen elke keer anders zijn. In het bedrijfsleven zou dat ontslag betekenen.''

Doel van de privatisering van JH, zoals eind vorig jaar neergelegd in een voorlopig advies van een speciale regeringscommissie, is sanering van de schulden en een gezonde exploitatie van het tolwegennet. Ook nieuw te bouwen wegen zouden dus rendabel moeten zijn. Dit nu is voor politici een zeer gevoelig punt. Als ze een snelweg naar hun provincie willen hebben om politieke redenen – bijvoorbeeld werk voor bevriende bouwbedrijven die stemmen ronselen en geld in de verkiezingskas storten – willen ze niet lastig worden gevallen met vragen over het nut van zo'n snelweg.

Zo beheert JH inmiddels een aantal gigantische bruggen over de Seto Binnenzee en een tunnel/brug-combinatie onder de Baai van Tokio, de zogeheten `Aqualine', die nimmer kunnen worden afbetaald op basis van de tolinkomsten. De Aqualine werd in de jaren negentig voor 11 miljard euro gebouwd op grond van de verwachting dat dagelijks 33.000 auto's zouden passeren. JH is niet scheutig met informatie, maar een zeer vriendelijk getoonzet evaluatierapport over het eerste jaar van opereren (1998) deelt mee dat het gebruik uitkomt op slechts 10.000 auto's per dag, minder dan een derde van de verwachting. Het rapport concludeert: ,,Afgezet tegen inkomsten van 14,8 miljard yen in 1998, en kosten van 5,6 miljard yen aan beheer en onderhoud, is de rentelast van 41,2 miljard yen groot te noemen.'' Zouden ze niet bedoelen dat de Aqualine jaarlijks een verlies maakt van minstens 32 miljard yen, ofwel 250 miljoen euro?

Het mag duidelijk zijn dat binnen de Liberaal Democratische Partij én JH zelf verzet bestaat tegen een rationalisering van het wegenbeleid waardoor dit soort projecten onder een vergrootglas komen te liggen. Binnen de Highway Corporation is echter ook een groep die wél sanering en privatisering van JH voorstaat omdat het huidige beleid onverantwoord is. Een groep anonieme werknemers die zich tooit met de naam `hervormingsactivisten' haalde vorige maand wegens ,,diepe desillusie en woede'' fel uit naar de zittende directie met een open brief in het gerespecteerde maandblad Bungeishunju. Directeur Fujii betitelen ze als ,,gouverneur van een geruïneerd land'', dan wel ,,naakte keizer'', die ,,tot in het parlement contradicties verkondigt, uitsluitend om zijn eigen huid te redden''. In één zin: ,,Er is maar één iemand die leugens verkoopt en dat is directeur Fujii.''

Aanleiding voor deze publieke uitbarstingen is een geheimzinnig financieel jaarverslag – dat inmiddels een eigen leven leidt als de `spookbalans' – dat zou concluderen dat JH momenteel een negatieve waarde heeft van 4,5 miljard euro. Het verhaal achter deze spookbalans werd in het maandblad Bungeishunju geopenbaard door JH-werknemer Sachio Katagiri – hetgeen hem direct kwam te staan op degradatie naar een post in de provincie en een proces wegens smaad, aangespannen door directeur Fujii.

Klokkenluider Katagiri schetste in zijn artikel de oorsprong van alle scheldpartijen als volgt: toen de afgelopen jaren de discussie over privatisering van JH intensiever werd, ontstond binnen het bedrijf de behoefte de financiële verslaggeving op gelijk niveau te brengen met de particulier sector. JH heeft nimmer publiekelijk volledige financiële verantwoordelijkheid hoeven af te leggen omdat het een staatsbedrijf is dat vooral wordt gefinancierd met zachte leningen uit de kas van de rijkspostspaarbank. Voor verbetering van de financiële verslaggeving stelde men begin vorig jaar dus een werkgroep aan die opnieuw de hele boedel zou inventariseren.

Toen de top van JH echter in de gaten kreeg dat hieruit een balans met een negatief saldo tevoorschijn zou komen, zo schrijft Katagiri, zou zijn besloten het geheel in de doofpot te stoppen. Het resultaat werd dus een spookbalans. Toen berichten over deze spookbalans eerder dit jaar in de media begonnen door te sijpelen, antwoordde Fujii op vragen in het parlement dat er slechts sprake was geweest van een ,,privé-project'' van een paar jonge werknemers die op eigen houtje een ,,studiegroep'' in het leven hadden geroepen, maar vervolgens zelf al snel geconstateerd zouden hebben dat hun bevindingen totaal onbruikbaar waren. Documenten over dit project zouden überhaupt niet meer bestaan, zo verkondigde Fujii.

Fujii's versie van de gebeurtenissen maakte Katagiri zo woedend dat hij besloot zijn eigen verhaal over de spookbalans te publiceren en flink uit te halen naar de ,,leugens van de directeur''. Fujii en enkele van zijn getrouwen zijn er volgens hem zelf verantwoordelijk voor dat het project in de doofpot verdween: ze zouden bang zijn dat er een einde moet komen aan hun bouwwoede. Het proces dat Katagiri aan z'n broek kreeg maakte een aantal van zijn collega's vervolgens zo woedend dat zij uithaalden met bovengenoemde open brief. Al blijkt uit hun ondertekening als anonieme `hervormingsactivisten' dat de angst voor degradaties en rechtszaken er bij het personeel goed in zit.

De negatieve waarde in de spookbalans betekent, dat als JH al zijn bezittingen aan snelwegen en dergelijke zou verkopen, er een schuld zou overblijven van 4,5 miljard euro. Het bedrijf zou dus eigenlijk failliet zijn. Hier tegenover staat het officiële jaarverslag dat afgelopen juni werd gepubliceerd en uitkomt op een nettowaarde van het bedrijf van 17 miljard euro. Volgens Katagiri heeft JH in het officiële jaarverslag drie trucs uitgehaald: betaalde rente van lopende bouwprojecten is opgevoerd als bezit in plaats van kosten, de afschrijvingsperiode is verlengd van de wettelijk voorgeschreven veertig jaar tot zeventig jaar, en de waarde van oude wegen is berekend op basis van huidige bouwkosten in plaats van de toenmalige werkelijke kosten waardoor de boekwaarde aanmerkelijk hoger uitkomt.

Wegens alle publieke discussie over het officiële jaarverslag besloot de vorige minister van Land en Transport accountants te vragen hun goedkeuring aan het verslag te geven. De vier grote accountantskantoren van het land bedankten echter allemaal voor de eer. Ze wilden hun vingers niet branden. Voorzitter Akira Okuyama van de Vereniging van Accountants gaf als commentaar: ,,Ze geven geen enkele uitleg over de rekenprincipes die zijn gehanteerd bij het opstellen van de balans. Een zeer mysterieuze zaak als ze privatisering nastreven.''

Soms lijkt de strijd te verworden tot een komedie. Zoals op 8 augustus toen directeur Fujii een persconferentie belegde om bekend te maken dat ,,ergens op een computer'' in het bedrijf toch nog een kopie van de spookbalans was gevonden. Fujii bleef er echter bij dat de spookbalans geen erkenning verdient als officieel JH-document.

Maar Katagiri wees de lezer in zijn stuk in Bungeishunju op het grote belang van de gebeurtenissen rond JH: ,,De huidige top, inclusief directeur Fujii, wil zoveel mogelijk het eigenbelang veiligstellen en doorgaan met de bouw van nieuwe wegen. Zonder te denken aan de financiële last die latere generaties zullen moeten dragen, zal JH in de richting van faillissement worden gedreven; ik denk dat dat onafwendbaar zal zijn met Fujii's werkwijze. Ze ontberen elk verantwoordelijkheidsgevoel ten aanzien van de bevolking die via hogere toltarieven of een injectie van belastinggeld de kosten zal moeten dragen.'' JH heeft jaarinkomsten van 15 miljard euro, waarvan nu al 40 procent, ruim 6 miljard, wordt besteed aan schuldaflossing. Zoals gezegd, de totale schulden bedragen momenteel zo'n 300 miljard euro.