Pas op voor de klok

De repetities voor `Tartuffe' zijn een uitputtingsslag. Regisseur Jürgen Gosch: ,,Ik vraag veel van de acteurs, dat geef ik toe.''

Nog een laatste keer, noch ein letzes Mal, zegt de Duitse regisseur Jürgen Gosch tegen de spelers van het Nationale Toneel in de Haagse Koninklijke Schouwburg. Opnieuw moet acteur Vincent Linthorst tegen Carol van Herwijnen zeggen: ,,Vader, vader...!''

Die `laatste keer' is schijn. Ik kan tijdens deze repetitie van Molières Tartuffe (1664), vorige week vrijdagmiddag, de tel niet bijhouden, maar als Gosch zegt `nog een keer' dan kun je er gif op innemen dat de acteurs dezelfde scène minstens tien maal moeten hernemen. De manier waarop `Vader, vader...!' uitgesproken moet worden, is ondanks Gosch' aanwijzingen niet eenvoudig te achterhalen. Niet te dramatisch maar ook niet koel, als een verzuchting maar dan weer niet te geëmotioneerd. ,,Gosch laat telkens de motor afslaan'', klaagt Van Herwijnen na afloop.

Enkele dagen later loopt het conflict tussen Van Herwijnen en Gosch zo hoog op dat samenwerking niet meer mogelijk is. Van Herwijnen wordt vervangen door acteur Hans Hoes, die in Tartuffe nu de rol van Orgon op zich zal nemen. Als ik Van Herwijnen spreek, is het nog niet zover, maar hij heeft duidelijk moeite met de regiemethode van Gosch, die hij `verschrikkelijk moeilijk' noemt. Van Herwijnen: ,,Gosch geeft een speler geen zelfvertrouwen. Wat je aan het einde van de repetitiedag hebt afgesproken, is de volgende ochtend weer van de baan. Links in het decor van Tartuffe hangt een levensgevaarlijke, loodzware klok. Die slingert zacht heen en weer. Een van de actrices heeft al een keer haar voet bezeerd. Om die klok te ontwijken, ga ik midden op het podium staan. Want rechts staat een lange tafel. Eigenlijk is er geen andere plek. Toch vraagt Gosch aan mij: `Waarom zoek jij aldoor het midden van de Bühne?' Maar er is geen andere plaats.'',

Jürgen Gosch (1943) werd in Cottbus in de voormalige DDR geboren, speelde een aantal rollen bij socialistische gezelschappen en maakte aan het eind van de jaren zeventig met Leonce en Lena van Büchner zijn debuut als regisseur. De voorstelling werd gekraakt; er zou `te veel Samuel Beckett gezaaid zijn op de akkers van Büchner'. In 1981 verliet Gosch de DDR en werd een gevierd en tegelijk omstreden regisseur bij gezelschappen in Hannover, Bremen en Keulen. Zijn regies vallen op door een verregaande versobering, zo niet kaalslag.

In 1987 inviteerde de Nederlandse Opera hem om Wagners Tristan und Isolde in het Amsterdamse Muziektheater te ensceneren. De première op 6 september werd door het publiek met massaal getier ontvangen. Vijf uur opgekropte woede zocht een uitweg in boegeroep. Volgens deze krant hadden de toeschouwers `eendrachtig besloten Gosch met orkaankracht van het toneel te blazen, terug naar Duitsland, het land van Wagner in'. Wat was de reden tot dit operaschandaal?

Gosch maakte van de opera een schouwspel waarin bijna niets gebeurde, althans, voor de oppervlakkige kijker. De toch al geringe handeling in Tristan werd op zijn gezag nog minimaler. Bovendien had hij de zangers en zangeressen lelijk gemaakt: als kostuum droegen ze wijde lakens die vlak onder de oksels met veiligheidsspelden waren vastgeknoopt. Zowel mannen als vrouwen toonden hun vlezige bovenarmen. Gosch verdedigde zich destijds met de mededeling dat `dikke mensen mooi zijn en je moet hun lijf niet verhullen in opzichtige kostumering'.

In 1992 en 1998 regisseerde Gosch bij Toneelgroep Amsterdam twee tragedies, Gyges en zijn ring van Hebbel en Bakchanten van Euripides. De voorstellingen werden niet hoog gewaardeerd. In Bakchanten ging het gezicht van de acteurs schuil achter reusachtige maskers. Het waren net ontzielde stripfiguren. Toneelspelers zijn niet verzot op Gosch, enkele uitzonderingen daargelaten. Rik van Uffelen, die de titelrol in Tartuffe voor zijn rekening neemt, werkte eerder met hem, ook in Duitsland. Hij noemt Gosch' werkwijze `avontuurlijk en spannend': ,,Gosch laat niet af. Elke keer begint hij opnieuw en hij blijft vragen stellen bij elke scène, elke regel. Hij slaapt er een nacht over en dan kantelt alles weer.''

De spelers zetten in, zeggen hun tekst en na anderhalve seconde rent Gosch uit de zaal het podium op en corrigeert, geeft aanwijzingen, zet de handeling stil. Voor hem is de repetitie heilig, voor de spelers is het een uitputtingsslag. Dit is de achtste repetitieweek voor een voorstelling van ten hoogste anderhalf uur. In juni is er ook al drie weken gewerkt. De acteurs leerden tijdens hun vakantie de tekst uit het hoofd. Gosch wilde dat.

We zijn tijdens de repetitie in de tweede scène van het laatste bedrijf, een sleutelscène. De komedie gaat over de goedgelovige Orgon die zich laat misleiden door Tartuffe. Deze man doet zich als godvrezende vleier voor. Maar intussen is hij uit op Orgons vrouw en geld en neemt hij bezit van zijn huis. Orgon doorziet de huichelachtige Tartuffe niet. Hij biedt hem zelfs zijn dochter als bruid aan, natuurlijk tegen haar zin. In het derde bedrijf legt de deurwaarder, gestuurd door Tartuffe, beslag op Orgons huis. Eindelijk vallen bij de onnozele Orgon de schellen van de ogen en doorziet hij de slinkse schurk. Alle lijnen van het blijspel komen hier samen.

Minuut na minuut groeit de scène, ontstaat er een strakke vorm. Gosch is uitvoerig in de weer met de plaats van de spelers op het toneel. Ik hoor hem zeggen: ,,Als je als speler slecht staat, dan speel je ook slecht.'' Hij schuift hen heen en weer. De zwaaiende klok blijft een dreiging, de spelers moeten er in een wijde boog omheen. Op de diagonaal geplaatste tafel brandt een kaars. Voor de rest is het decor leeg.

Zo welbespraakt als Jürgen Gosch tijdens het repeteren is, zo terughoudend is hij na afloop. Op mijn vraag met welke gedachte over de komedie Tartuffe hij aan de repetities is begonnen, antwoordt hij: ,,Ik ben niet uit Duitsland naar Den Haag gekomen met een koffer vol concepten. Als ik die had zouden de repetities overbodig zijn. De ervaring leert dat tijdens de repetitiefase de voorstelling ontstaat, en niet van tevoren achter de schrijftafel.''

U heeft de naam een moeilijk regisseur te zijn voor spelers.

,,Acteur en regisseur zijn tot elkaar veroordeeld. Het vak van regisseur is pas honderd jaar oud, daarvoor had je slechts een metteur-en-scène. Acteurs zoeken houvast, ze zoeken publiek. Zonder regisseur zijn ze hulpeloos. In de repetities ben ik de toeschouwer, met het verschil dat ik kan ingrijpen.''

Kunt u zonder een concept werken?

,,Mijn ideeën ontstaan tijdens de repetities in samenspel met de acteurs. Ik vraag veel van hen, dat geef ik toe. Andere regisseurs hebben een duidelijk plan. Dat zou ik als verlammend ervaren. Ik ben allergisch voor regisseurs die uit een vooropgezet idee een stuk gaan actualiseren. In Frankrijk zag ik onlangs een Tartuffe met een islamitische strekking. Dat is onzin, Tartuffe is door en door katholiek, zijn methode is jezuïtisch te noemen. Hij doet zich als godvrezend voor, maar eigenlijk is hij een oplichter. Niet voor niets werd het stuk in Molières tijd verboden. Het werd gezien als een aanval op de kerk.''

Tartuffe is een komedie. Eerder regisseerde u in Nederland twee tragedies. Is er een verschil tussen het uitbeelden van een tragedie en een komedie?

,,Nee, met het genre komedie of tragedie houd ik me niet bezig. Ik verdiep me weinig in de historie van een toneeltekst. Als ik regisseer, is alles wat ik meemaak tijdens de repetities van belang. Ik reken ook op ideeën en vondsten van de spelers.''

Maar een Griekse tragedie van Euripides is toch niet hetzelfde als een zeventiende-eeuws Frans blijspel van Molière?

,,Misschien bestaat dat verschil helemaal niet. Het gaat erom tijdens de repetities de juiste vorm te vinden. Het bijzondere van Tartuffe is dat de titelheld pas in het derde bedrijf opkomt. Dat is een vormprobleem dat je moet oplossen. Ik heb besloten Rik van Uffelen als Tartuffe in de eerste scène te introduceren, maar dan als het dienstmeisje Flipote dat door de moeder des huizes wordt geslagen. Dan is hij voor de toeschouwers al aanwezig. Vanuit dit idee bouw ik de voorstelling op. Dat is geen concept, het is een formele oplossing.''

U bent de regisseur van de reductie. U schuwt elke overdaad.

,,Ik geef niet om pronk en praal. Ik houd eerder van het schemergebied tussen fictie en werkelijkheid, juist daar waar de illusie van het theater begint. Voor aanvang van Tartuffe is het decor kaal. De toeschouwers kijken tegen de bakstenen muur van het toneelhuis aan. Dan wordt langzaam een wit, gazen doek opgetrokken. Aanvankelijk blijft het zaallicht branden, dat duurt zo'n twintig minuten. In die tijd wordt het toneellicht sterker.''

Evenals in uw enscenering van `Tristan und Isolde' hebben de acteurs in `Tartuffe' weinig aan. Van Uffelen heeft een blote borstkas, een ander loopt in onderbroek.

,,Toneelspelen is een lichamelijke activiteit. Ik houd van de zichtbare huid, het laat de mensen in hun weerloze naaktheid zien.''

Hoe heeft u de ontvangst van `Tristan und Isolde' destijds ervaren?

,,Ik begreep niet waar al die woede vandaan kwam. Ik geloof dat dirigent Hartmut Haenchen vlak voor de repetitie de boel wilde afblazen omdat hij het niet eens was met de gekozen vorm. De zangers hadden geen last van die kostuums. Die waren vooral bezorgd over hun schoenen. Want ze moesten urenlang stilstaan en dan is het van belang dat je goed schoeisel hebt.''

U kon zich de onvrede van het operapubliek niet voorstellen?

,,Nee. Mensen gaan met een esthetisch verlangen naar het theater. Ze willen mooie decors zien, mooi aangeklede actrices. Maar dat is niet de essentie.''

Wat is voor u wel de essentie van een voorstelling?

,,Dat weet ik niet. Toneelmaken is als het beoefenen van geologie. Samen met de spelers ben ik urenlang aan het graven om tot de kern te komen. En de kern – dat is de voorstelling. Ik begin steeds meer de schilderijen van Lucian Freud te begrijpen, hoe hij mensen uitbeeldt in hun lelijkheid, hun van angst vertrokken gezichten, hun fysieke deformatie. Freuds werk is een inspiratiebron voor me.''

Heeft de prominente aanwezigheid van de klok in de voorstelling van `Tartuffe' ook een symbolische betekenis? Je kunt denken aan vergankelijkheid...

,,Nee, u moet niet interpreteren. De klok is een klok. Bovendien, in zo'n katholiek stuk als Tartuffe misstaat een klok niet. Tijdens het werken dacht ik: er moet daar links op het toneel iets zijn dat heel aanwezig is. Samen met de decorontwerper kwamen we op het idee van een klok. Bovenin zit er geen motortje om hem heen en weer te laten zwaaien. Een acteur duwt er aan het begin tegen, dan ontstaat de Schwung. Is hij heel langzaam tot stilstand gekomen dan is het aan de spelers om hem doodstil te laten hangen of er opnieuw een zet aan te geven.''

Er is weleens onenigheid tussen u en de acteurs.

,,Ja, dat gebeurt. Ik maak me daar zorgen over. Aan het begin van een repetitieperiode heb ik duizenden angsten. Die moet ik met de spelers proberen te overwinnen. Ik ben altijd bang dat de gekozen vormgeving niet werkt, dat de voorstelling betekenisloos blijft. Is een acteur ontevreden dan probeer ik te achterhalen wat hem dwars zit. Acteurs willen voor alles duidelijkheid, een vastomlijnd idee, noem het concept. Zoals u intussen weet bestaan er volgens mij geen concepten, er bestaat alleen de voorstelling als het resultaat van het repeteren. Op een enkele uitzondering na ken ik de spelers niet van tevoren. Dus moeten we aan elkaar wennen, veel oefenen. Dat vergt tijd.''

U heeft zowel met Duitse als Nederlandse acteurs gewerkt. Is er een verschil?

,,Nederlandse acteurs zijn directer, Duitse acteurs voorzichtiger. Dat heeft ook met de taal te maken. In Duitsland heb je tal van dialecten en daar bovenuit troont het Hochdeutsch, een tamelijk omslachtige taal. Ik ervaar het Nederlands als krachtiger.''

Wanneer straks het doek opgaat voor de première, wat verwacht u dan?

,,Het doek gaat niet op, want de voorstelling is al begonnen terwijl het publiek binnenkomt. Ik hoop dat de tienduizenden afspraken die we in de afgelopen maanden gemaakt hebben verwezenlijkt zullen worden. En tot slot: geeft een acteur wel of geen duw aan die klok zodat die heen en weer gaat zwaaien. De klok geeft dreiging, die is een ongewisse factor voor de spelers. Dat vind ik noodzakelijk. Het moet de acteurs waakzaam maken.''

Gosch zet zijn repetities onverdroten voort. De première is inmiddels drie weken uitgesteld.

Tartuffe van Molière door het Nationale Toneel. Première: 17/10 Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Regie: Jürgen Gosch. Inl.: (070) 3181444; website: www.nationaletoneel.nl