Openbare voorzieningen

ARMOEDE IS niet alleen een kwestie van geld. Slechte toegang tot openbare voorzieningen – water, onderwijs, gezondheidszorg, sanitair, elektriciteit – zijn evenzeer aspecten van armoede. Met de toegang tot deze diensten is het in veel ontwikkelingslanden erbarmelijk gesteld. Arme mensen zijn hiervan onevenredig de dupe, want openbare voorzieningen zijn over het algemeen wel beschikbaar voor het rijkste, maar niet of nauwelijks voor het armste deel van de bevolking. Verbetering van de toegang tot openbare voorzieningen behoort derhalve, net als armoedebestrijding door de bevordering van economische groei, tot de kern van het ontwikkelingsproces. Arme mensen moeten daarom een sterkere positie krijgen om toegang tot publieke voorzieningen af te dwingen en om de kwaliteit ervan te verbeteren.

Aldus het rapport Making services work for poor people, de nieuwste editie van het World Development Report dat de Wereldbank jaarlijks publiceert. De vaststellingen dat water, stroom, onderwijs en gezondheidszorg essentieel zijn, dat arme mensen gebrekkig toegang hebben tot deze diensten en dat sociale verbeteringen tijd kosten, zijn op zichzelf niet zo opmerkelijk. Maar ze plaatsen een onderbelicht element van het ontwikkelingsproces in de schijnwerpers. Uit de overzichten die de Wereldbank geeft, blijkt dat de voltooiing van lager onderwijs, de gelijke toegang van jongens en meisjes tot scholen, de daling van de kindersterfte en de terugdringing van tropische ziektes achterblijven bij de doelstellingen voor het nieuwe millennium zoals die zijn geformuleerd door de Verenigde Naties voor het jaar 2015. Wel daalt de armoede in ontwikkelingslanden (gedefinieerd als het aantal mensen met een inkomen van minder dan een dollar per dag) in lijn met de VN-doelstellingen – overigens uitsluitend dankzij de snelle welvaartsgroei in de twee bevolkingsrijkste landen van de wereld, India en China.

GEZONDHEIDSZORG, nutsvoorzieningen en onderwijs kunnen particulier worden verstrekt, door overheden of door niet-gouvernementele hulporganisaties. In de praktijk blijkt dat succes of mislukking nauwelijks afhangt van de hoeveelheid geld, de publieke of private organisatie of de uitvoering op centraal of lokaal niveau. Het gaat veel meer om de specifieke situatie in een land, om de beschikbaarheid van informatie, de sociale gevoeligheid van regeringen en om de bestuurlijke kwaliteit van de instellingen. Slecht bestuur levert slechte resultaten, zo eenvoudig is het. Privatisering – aan de markt overlaten van nutsvoorzieningen, onderwijs of zorg – is geen garantie voor succes, net zo min als uitvoering in handen van de overheid. In ontwikkelingslanden schieten overheden vaak schromelijk tekort of zijn overheidsinstituties totaal afwezig. Maar ook al falen overheden, de particuliere sector biedt niet de oplossing en ook partiuliere hulporganisaties zijn niet zaligmakend. ,,Geen enkel land heeft een substantiële vermindering van de kindersterfte of verbetering van de toegang tot lager onderwijs bereikt zonder betrokkenheid van de overheid'', stelt het rapport vast.

DE CONCLUSIES van dit World Development Report vormen op twee punten een trendbreuk met eerder ingenomen standpunten van de Wereldbank. Ten eerste laat de Wereldbank het primaat van de economie enigzins los. Economische groei blijft belangrijk om armoede te verminderen, maar ontwikkeling gaat over meer dan economie. Ten tweede houdt de Wereldbank een genuanceerd pleidooi voor de rol van de overheid. In het midden van de jaren negentig gingen deze rapporten over globalisering, marktwerking, terugdringing van de rol van de overheid en bevordering van de particuliere sector. Hierop komt de Wereldbank deels terug. De nadruk ligt nu op empowerment, vergroting van de macht van (arme) mensen. Dat is niet alleen ten aanzien van openbare voorzieningen een opmerkelijke verschuiving. Het lijkt een handreiking van de Wereldbank naar critici uit de hoek van de antiglobaliseerders, maar het is vooral de erkenning dat ervaringen van de Wereldbank uit het verleden geen garantie zijn voor de toekomst.