OM: Baby verdronk door nalatigheid moeder

Het openbaar ministerie eiste gisteren schuldigverklaring zonder strafoplegging tegen de moeder wier baby in bad verdronk.

Een laagje water van ongeveer tien centimeter in het bad werd de bijna zeven maanden oude baby Sharukh uit Leeuwarden op 14 februari 2001 fataal. Hij verdronk erin, terwijl zijn moeder op de wc zat te telefoneren.

Ja, ze heeft onverantwoord gehandeld. Ze had eerder bij haar twee zoontjes moeten kijken die in bad zaten, gaf moeder Bea C. (35) uit Den Haag gisteren voor de Leeuwarder rechtbank toe. Ze stond daar terecht wegens dood door schuld. Het OM had de zaak in oktober 2001 aanvankelijk geseponeerd. De vader van het kind, ex-man van de vrouw, diende hiertegen een klacht in bij het Leeuwarder gerechtshof. Dat beval het OM in januari dit jaar de vrouw te vervolgen, omdat sprake was van een redelijk vermoeden van schuld. Het OM eiste gisteren schuldigverklaring zonder strafoplegging tegen Bea C.. Officier van justitie J. Stoffels was van mening dat de verdachte grof of aanmerkelijk verwijtbaar, onachtzaam en nalatig handelen verweten kan worden. ,,Wat zij deed of naliet gaat over de grens van gewone onvoorzichtigheid'', oordeelde hij. ,,Ze had haar kinderen niet alleen mogen laten. Ze legde de stop op de badrand, terwijl ze wist dat haar oudere zoontje die in de afvoer kon doen. Bovendien bleef ze twaalf minuten op de wc zitten, toen ze de waterkraan hoorde stromen.'' Maar een straf voegt niets toe aan het leed van de vrouw, vond de aanklager.

Zoals elke morgen zette de vrouw in haar woning in Leeuwarden haar jongste zoontje Sharukh en haar toen ruim tweeënhalf jaar oude zoontje Sandeep op die bewuste dag in 2001 in bad, waar ze samen meestal een half uurtje speelden. Gewoonlijk keek ze om de tien minuten even om het hoekje. Deze morgen gaf ze de jongste al telefonerend een flesje, zette de kinderen in bad en draaide de waterbesparende kraan open om het bad schoon te spoelen. Toen ze hevige buikkrampen kreeg, snelde ze, al bellend, naar beneden naar de wc, nadat ze de kraan had dichtgedraaid. De stop legde ze, zoals altijd, op de badrand. Volgens de verdachte hoorde ze, vanuit de wc, dat Sandeep de kraan opendraaide. ,,Ik riep dat hij hem dicht moest doen. Ik kom zo, riep ik.'' Het kind luisterde niet, draaide de kraan opnieuw open. Na ongeveer twaalf minuten liep ze naar boven. Daar trof ze de baby aan, die op zijn buikje in een laagje water lag. In paniek rende ze met hem naar de buren, die een ambulance belden. Reanimatie mocht niet meer baten; het kind was al dood toen het in het ziekenhuis arriveerde. De man met wie ze belde verklaarde geen kindergeluiden te hebben gehoord, noch had hij het roepen van Bea naar haar zoon gehoord.

De vader van de jongens had aangifte gedaan toen hij uit informatie van de telefoonmaatschappij opmaakte dat het betreffende telefoongesprek 23 minuten had geduurd. In eerste instantie had de verdachte de telefoongesprekken tegenover de politie verzwegen.

Haar advocaat, H. Anker, meende dat zijn cliënt weliswaar ,,een inschattingsfout'' had gemaakt en ,,scherper'' had moeten zijn, maar achtte grove schuld niet bewezen. Hij vroeg daarom vrijspraak. Anker verwonderde zich over het feit dat het OM nu geen vrijspraak vroeg, gezien het sepot van de zaak in 2001.