Nieuwe steniging dreigt alweer

De Nigeriaanse Amina Lawal ontkomt aan steniging voor overspel. Maar de volgende kandidaat voor steniging dient zich alweer aan. Het islamitisch recht blijft splijtzwam in Nigeria.

Opgelucht kon de Nigeriaanse Amina Lawal gisteren ademhalen. Ze hoeft niet tot haar oksels te worden ingegraven. Ze zal niet door een verhitte meute met stenen worden bekogeld tot de dood er op volgt.

Gehuld in een oranje omslagdoek, gezeten op een ijzeren klapstoeltje en onophoudelijk haar bijna 2-jarig dochtertje Wasila wiegend, hoorde ze gisteren met gesloten ogen de uitspraak aan van het islamitisch hof van beroep in de noord-Nigeriaanse stad Katsina: vrijspraak. Haar schuld was niet bewezen, oordeelde het hof. De rechtbank die haar in maart vorig jaar jaar tot de doodstraf door steniging veroordeelde, had grote procedurele fouten gemaakt.

Daarmee kwam voor Amina Lawal een einde aan de lijdensweg die ze anderhalf jaar lang heeft bewandeld. Een eerste hoger beroep werd in augustus vorig jaar verworpen. De behandeling van de tweede hoger beroepszaak werd verschillende keren uitgesteld.

Haar raadsvrouw Hauwa Ibrahim, de bekende Nigeriaanse strijdster tegen de uitwassen van de shari'a, het islamitisch recht, noemde de uitspraak ,,een zege voor het recht, de rechtvaardigheid en de fundamentele mensenrechten''. Maar ze erkende ook dat het principe van de shari'a in Nigeria onaangetast blijft. De vrijspraak in hoger beroep was aan vormfouten te danken, net zoals eerder bij een andere Nigeriaanse vrouw die voor overspel tot de dood door steniging veroordeeld was, Safiya Husseini. De rechtmatigheid van het islamitisch recht in Nigeria stond niet ter discussie.

Islamitische rechtbanken in de twaalf deelstaten die de shari'a hebben omarmd, mogen blijven doorgaan met het uitdelen van straffen die door mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch als barbaars worden omschreven. Zoals steniging, zweepslagen en het afhakken van een hand of voet. De vrijspraak van Amina Lawal galmde gisteren nog na toen bekend werd dat een islamitische rechtbank in de deelstaat Bauchi de homoseksuele Jibrin Babaji tot de doodstraf door steniging had veroordeeld. Hij zou met drie minderjarige jongens seksueel contact hebben gehad.

De vrijspraak van Amina Lawal is op zijn minst voor een deel te danken aan de grote internationale druk die de afgelopen anderhalf jaar op Nigeria is uitgeoefend. De Amerikaanse oud-president Bill Clinton, de Australische premier John Howard en de Europese Commissie sprongen in de bres voor de alleenstaande Nigeriaanse moeder. Een aantal nationale schoonheidskoninginnen weigerde mee te doen aan de Miss-World-verkiezingen eind vorig jaar in Nigeria uit protest tegen de straf voor Lawal. Rome en Amersfoort hebben haar het ereburgerschap verleend en Brazilië bood haar vorige week nog politiek asiel aan.

Niet alleen de straf van Lawal, maar ook de onrechtvaardigheid van haar veroordeling spraken kennelijk internationaal tot de verbeelding. Al was ze van haar man gescheiden, ze had nooit met een andere man mogen slapen. Het kind was het levend bewijs van haar schuld. Maar haar minnaar die beloofd had haar te trouwen, kon vrijuit gaan. Hij hoefde alleen maar te ontkennen. Er waren geen vier getuigen om zijn overspel te bevestigen, zoals het islamitisch recht vereist.

Tot nu toe is de doodstraf door steniging in Nigeria nog geen enkele keer voltrokken. ,,Als de eerste wordt gestenigd'', zei Lawals advocate Hauwa Ibrahim een half jaar geleden tijdens een bezoek aan Nederland, ,,is het hek van de dam.'' De juriste die in eigen land voortdurend wordt bedreigd en beschimpt, zei dat je van de islamitische rechtbanken geen eerlijk proces mag verwachten. De rechters zijn geen juristen en het Nigeriaanse wetboek van strafrecht lappen ze aan hun laars. De shari'a is volgens haar in strijd met de grondwet en met een aantal internationale verdragen die Nigeria ondertekend heeft.

De eerste vormen van shari'a werden al twee eeuwen geleden in Nigeria ingevoerd met de komst van de islam. Sinds de onafhankelijkheid in 1960 werd de shari'a in het noorden van Nigeria op grote schaal in het privaatrecht toegepast. Maar pas in 1999 begonnen noordelijke deelstaten met de introductie van de shari'a in het strafrecht. Dat was geen religieuze maar een politieke daad. Daarmee keerden noordelijke politici zich tegen de christelijke zuiderling Olusegun Obasanjo die in 1999 na jaren militair bewind tot eerste burgerpresient was gekozen.

President Obasanjo heeft steeds verzekerd dat niemand in zijn land door steniging ter dood zal worden gebracht. Maar hij is een directe confrontatie met de shari'a altijd uit de weg gegaan uit vrees voor een politieke godsdienststrijd die zijn land zou verscheuren. Hij voorspelde dat de controverse als een nachtkaars zou uitgaan. Daar ziet het voorlopig niet naar uit. Het islamitisch recht blijft splijtzwam in Nigeria.