Marten Fortuyn kijkt en begrijpt

Marten Fortuyn heeft zich bedacht. Hij was met enkele andere LPF-aanhangers een protestactie begonnen tegen de rockopera Doop! omdat daarin Volkert van der G. verheerlijkt zou worden, de moordenaar van zijn broer, politicus Pim Fortuyn. De actievoerders baseerden zich op een interview in Trouw met componist Jef Hofmeister. Fortuyn wilde dinsdag gaan demonstreren voor de deur van Theater Kikker, waar de eerste try out van Doop! werd gespeeld. In plaats daarvan bezocht hij de opvoering, en na afloop had hij zich bedacht: het was een misverstand. De krakersopera was géén verheerlijking van de moord op zijn broer.

Voornaamste bron van ergenis was het Strijdlied voor jou dat is opgedragen aan Volkert. Mag je een ode aan Volkert van der G. schrijven? Het zal geen tophit worden, en het gevaar bestaat dat mensen gekwetst raken. Maar verder, waarom niet? Popzanger Steve Earle zong John Walker's Blues, over de Amerikaanse jongen die lid werd van de Talibaan. Veel Amerikanen waren boos op Earle, maar het lied ging gewoon over het onbehagen van een jonge Amerikaan in suburbia, die vlucht in godsdienst en idealisme: ,,Sometimes a man just has to fight for what he believes.'' Zo is Strijdlied voor jou ook een lied over idealisten die hun nek uitsteken. Hofmeister heeft sympathie voor ze, zonder meteen hun daden goed te keuren.

Dat Fortuyn deze actie begint, is niet verwonderlijk. Onder de volgelingen van zijn broer zitten mensen voor wie de vrijheid van meningsuiting een selectief recht is: zij mogen alles uitkramen wat in ze opkomt, en de ánderen moeten vooral hun mond houden, want anders worden ze uitgescholden of bedreigd. Dit is overigens geen typische LPF-houding. De poging om toneelstukken en boeken te verbieden kent in Nederland een lange traditie. Dat Fortuyn tegen Doop! tekeerging vóór hij het stuk had gezien, zodat hij geen recht van oordelen had, hoort ook bij die traditie. Mensen die kunst willen verbieden zijn er vaak trots op dat ze het object van hun afkeer niet kennen. Ze weten immers alles al en hoeven zich verder nergens in te verdiepen. Vernietig wat je niet begrijpt.

Dat Fortuyn wél is gaan kijken en zich openlijk heeft bedacht, is een heuglijk feit. Maar had hij de zaken niet gewoon kunnen omdraaien? Had hij niet beter eerst kunnen kijken en dan gaan schreeuwen? Kunst is kwetsbaar. Het oproepen tot een boycot van kunst, en het mobiliseren van een politieke aanhang daarvoor, zijn zware middelen die alleen ingezet mogen worden als er werkelijk iets aan de hand is.

De terugtocht van Fortuyn verliep niet helemaal netjes. Hij legde de schuld van het relletje alsnog bij Jef Hofmeister. Die had volgens Fortuyn immers in een interview de indruk gewekt dat Doop! een lofrede op Volkert zou zijn. Nu zegt Hofmeister in het interview wel wat ongelukkige dingen, bijvoorbeeld: ,,Ik dood niemand, maar het kan móeten. Fortuyn wás ook gevaarlijk.'' (aan de telefoon zegt hij woensdag dat hij had bedoeld: ,,Men vond Fortuyn ook gevaarlijk''). Maar nergens uit het interview blijkt dat Doop! een verheerlijking van de moord op Fortuyn is. En de gedachtes die Hofmeister in het interview uit, komen in zijn rockopera niet voor. Kunstenaars doen wel vaker domme, ongenuanceerde, niet terzake doende uitspraken over hun werk. Ze zijn op de wereld om kunst maken, niet om interviews te geven. Daarom moet je een kunstenaar ook op zijn werk beoordelen, en niet alleen op zijn uitspraken daarover.