Linkse tegenbegrotingen leveren veel banen op

Oppositiepartijen PvdA en GroenLinks willen de werkgelegenheid volgend jaar fors laten groeien. Bij de PvdA komen er volgend jaar 36.000 banen bij ten opzichte van het beleid van het kabinet, bij GroenLinks 60.000. Dat blijkt uit de vandaag gepresenteerde tegenbegrotingen van beide partijen.

Het Centraal Planbureau heeft de doelstellingen van beide partijen voor volgend jaar doorgerekend. GroenLinks en PvdA hadden die doorrekening al vorige week, bij de algemene beschouwingen willen hebben, maar het CPB was toen druk met het doorrekenen van het kabinetsbeleid.

PvdA-leider Bos kwam vorige week nog in de problemen bij de algemene beschouwingen omdat hij de tegenvoorstellen van zijn fractie voor komend jaar niet wilde presenteren zolang er geen doorrekening van was. Dat kwam hem op hoon van de rest van de Kamer te staan. GroenLinks zette haar doelen voor volgend jaar vorige week al wel uiteen. Volgende week zijn de financiële beschouwingen, waarbij wederom over de rijksbegroting zal worden gedebatteerd.

Uit de doorrekening blijkt dat beide partijen vooral groei van de werkgelegenheid nastreven. Beide partijen verdelen de bezuinigingen conform `de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten'.

In het oog springend zijn de verschuivingen die ten opzichte van het kabinetsbeleid optreden in de zogenoemde koopkrachtplaatjes. Waar het kabinetsbeleid een koopkrachtachteruitgang voor nagenoeg alle burgers laat zien, sparen PvdA en GroenLinks de lage inkomens. Bij GroenLinks gaan alleenstaanden met minder dan 150 procent van het minimumloon er meer dan 6 procent op vooruit, terwijl alleenverdieners met meer dan 250 procent minimumloon er 6 procent op achteruitgaan. Bij de PvdA is het beeld gematigder: de `minderbedeelde' alleenstaande gaat er 2,25 procent op vooruit, de `welgestelde' alleenverdiener 3 procent op achteruit.

Om werk meer te laten lonen kiest de PvdA voor verhoging van de arbeidskorting (fiscale korting op de inkomstenbelasting), met 500 euro tot 1.700 euro. De arbeidskorting zou ook inkomensafhankelijk gemaakt moeten worden, zodat hij vooral voor de lage inkomens geldt. GroenLinks kiest al jaren voor deze oplossing. GroenLinks verhoogt het belastingtarief in de derde en vierde schijf met 2 procent (van 42, respectievelijk 52 naar 44 en 54 procent).

De PvdA bezuinigt minder en investeert meer dan het kabinet: per saldo gaat het om 4,1 miljard euro meer. Dit gaat voornamelijk ten laste van het begrotingstekort, dat met 0,6 procent oploopt tot 2,9 procent van het bruto binnenlands product. Het extra geld gaat naar betere zorg (0,5 miljard), onderwijs (0,8 miljard), sociale zekerheid (0,8 miljard) en openbaar bestuur (0,4 miljard). De economische groei komt bij de PvdA uit op 1,4 procent in plaats van de 1 procent van het kabinet.

GroenLinks bezuinigt 1,8 miljard euro extra, maar geeft daarbij ook 6,4 miljard euro meer uit dan het kabinet. De lasten voor het bedrijfsleven worden met 1,1 miljard verhoogd, de lasten voor gezinnen worden met 900 miljoen euro verlicht. De extra uitgaven gaan vooral naar sociale zekerheid (1,7 miljard), onderwijs (een miljard), zorg (0,9 miljard) en ontwikkelingssamenwerking (0,5 miljard). De groei neemt daardoor toe van 1 procent tot 1,7 procent, het EMU-tekort loopt op tot 3 procent.

Per saldo worden de betere economische resultaten vooral gefinancierd door de staatsschuld te laten oplopen. Beide partijen gaan met hun tekorten dicht op de in het Europese Stabiliteitspact afgesproken grens zitten, met het risico dat Nederland bij nieuwe tegenvallers in aanvaring komt met Brussel.