Je komt toch wel voor ons op?

De waarschijnlijke afschaffing van het fiscale stimuleringsbeleid leidt op het Nederlands Film Festival tot feestredes in mineur.

Zelfs op de wc gaat het nog door. Staat een Kamerlid zijn handen te wassen, komt een filmer binnen. ,,Boris, wat moet je toch met dit verschrikkelijke kabinet?'' ,,Het is helemaal geen verschrikkelijk kabinet, Jeroen.'' Jeroen: ,,Dat is het wel, het is een ver-schrik-ke-lijk kabinet. Kijk nou wat ze met onze mooie films doen.'' Boris: ,,Daar is het laatste woord nog niet over gezegd.'' Jeroen: ,,Je komt wel voor ons op, hè?'' Boris: ,,Natuurlijk.''

Boris Dittrich (D66), Jeroen Krabbé, iedereen op het Nederlands Film Festival in Utrecht heeft het over het fiscale filmstimuleringsbeleid, of liever: over het einde ervan dat nu toch echt in zicht lijkt. De doorgaans feestelijke toespraakjes na een première lijken wel grafredes. En de hele week zijn er panels, discussies en lunchbijeenkomsten over de vraag of de Nederlandse filmindustrie de jaren van weelde kan overleven.

Gisteren waren er twee van die beleidsbijeenkomsten. Op de bijeenkomst van de Nederlandse Federatie van Filmbelangen zocht de filmsector zelf aanknopingspunten voor nieuw beleid. Hier voerden grote producenten aan dat zij makkelijker toegang moeten krijgen tot de subsidiegelden dan kleine producenten. Vonden de scenarioschrijvers dat er meer geld moet naar de ontwikkeling van goede scenario's. Zei de vertegenwoordiger van de korte film dat de korte film de ideale kweekvijver is voor de ontwikkeling van lange films. En klaagden allen over de publieke omroep, waarvan dan ook niemand was komen opdagen.

Op de andere bijeenkomst presenteerde het Fonds voor de Nederlandse Film zijn plannen voor de jaren 2005-2008. Het Fonds lijkt de gelegenheid aan te grijpen om zijn eigen positie in de filmwereld te versterken. Het Fonds wil het jaarlijks beschikbare geld voor speelfilms verhogen van 10,7 miljoen euro nu, naar 12,5. Van dat geld moeten 20 à 30 films worden gemaakt, waarvan vijf zogenoemde publieksfilms, die maximaal 1 miljoen subsidie zullen krijgen.

Maar daarbij stelt het Fonds wel eisen: de publieksfilm moet worden ontwikkeld met behulp van de intendant van het fonds. Die functie blijft volgens Fonds-directeur Toine Berbers behouden, ook als het fiscale stimuleringsbeleid inderdaad wordt afgeschaft. Scenarioschrijver en acteur Edwin de Vries heeft bevestigd dat hij is voorgedragen om de in juli opgestapte intendant Jean van de Velde op te volgen.

De vijf publieksfilms moeten van het fonds ook verschillende genres beslaan, om elkaar niet in de weg te zitten. Ze moeten in het najaar en het vroege voorjaar worden uitgebracht, met minimaal drie weken tijd tussen twee `publieks'-premières. Een debuterende producent die zich hiervoor bij het Fonds meldt, zou volgens Hoofd Speelfilm Arnold Heslenfeld, ,,eigenlijk'' moeten worden verplicht samen te werken met een groot en ervaren productiehuis.

Volgende week zal Fonds-voorzitter Hans Dijkstal een financiële beloning uitreiken aan de drie bestbezochte Nederlandse films, de `Stimulans'. Volgens Berbers moet dit worden gezien ,,als een begin van slate-funding'' – de toekenning van een stapeltje subsidies ineens aan een grote en succesvolle producent die er verschillende projecten mee mag financieren.

Publiekelijke smeekbedes tot de Tweede Kamer ontbraken niet. Na de première van Cloaca, waar veel vaker en harder bij gelachen werd dan bij Phileine zegt sorry de avond tevoren, zei co-producent Anton Smit van IDTv dat hij niet kon wachten op de volgende film van Maria Goos en Willem van de Sande Bakhuyzen. ,,Hij heet Leef en het is het mooiste script dat ik ooit heb gelezen. De producenten zijn klaar, de makers klaar, het wachten is nu op Den Haag.''