`Ik ben allesbehalve modern'

Philippe Besson is het prototype van de hedendaagse Franse schrijver die het grote gebaar schuwt en excelleert in kleine observaties. `Proust was mijn vriend.'

Philippe Besson (35) is wat je noemt een opgeruimd type. Hij straalt van zelfverzekerdheid en glimt van tevredenheid. Daar heeft hij ook alle reden toe. Zijn eerste roman Bij afwezigheid van mannen (En absence des hommes) uit 2001 werd jubelend ontvangen, evenals zijn tweede (Son frère, 2001) en zijn derde (Nazomer, L'arrière-saison, 2002). Zijn zojuist verschenen vierde roman, Un garçon d'Italie, is genomineerd voor de prix Goncourt en de prix Médicis. De Franse cineast Patrice Chéreau verfilmde Son frère, waarvan de première vorige week plaatsvond in Parijs. Van Nazomer maakte Besson een toneelbewerking die binnenkort op de planken wordt gezet. Binnen twee jaar kreeg de ex-rechtenstudent een enorm lezerspubliek, werd zijn werk in negen talen vertaald en kon hij van de pen leven. Deze maanden reist hij, begeleid door zijn uitgeefster, van literair festival naar cultureel forum.

In Amsterdam is hij ter gelegenheid van zijn tweede Nederlandse vertaling, Nazomer, een prachtige, ingenieus geconstrueerde roman, opgedragen aan Patrice Chéreau, die zich afspeelt tegen het decor van een beroemd schilderij van de Amerikaanse schilder Edward Hopper. Het schilderij, Nighthawks, staat afgebeeld op de omslag van het boek: een café ergens in een Amerikaanse stad, in de vorige eeuw, waar een vrouw met een rode jurk iets drinkt aan de bar. Vlak naast haar staat een man: sigaret in de hand, zijn hoed nog op. De barman zegt iets tegen hen beiden, terwijl hij zich licht voorover buigt om een glas te spoelen.

Het universum van Hopper achtervolgt Besson al jaren, hij doorkruiste de VS om al zijn schilderijen te bekijken. ,,Als je naar zo'n schilderij kijkt wil je weten wat er in de hoofden van die mensen omgaat, wat er tussen hen gebeurt, waarom ze zich daar, in dat decor, bevinden. Hopper vertelt ons een verhaal dat wij moeten afmaken. Hij is het symbool van een blank, welvarend, bourgeois Amerika en toch broeit er ook iets bij zijn personages. Er sluimert een stilzwijgend verlangen in hen, maar iets weerhoudt hen ervan daaraan toe te geven. Op dat schilderij raken de man en de vrouw elkaar bijna aan en desondanks kijken ze treurig. Waarom? Wat is het verhaal daarachter? Dat intrigeerde mij. Dat verhaal heb ik geschreven.''

Toch was het niet het schilderij alleen dat Besson ertoe aanzette de pen ter hand te nemen. ,,Ik wilde al langer een verhaal schrijven over mensen die elkaar, na een scheiding, weer terugvinden. Ik vroeg me af welke woorden je zou gebruiken, of je elkaar zou aanraken, of je dezelfde herinneringen zou hebben, of je onhandig zou zijn.''

Dat gebeurt inderdaad allemaal in Nazomer – en tegelijkertijd gebeurt er ogenschijnlijk niets. De vrouw in de rode jurk, Louise, een succesvol toneelschrijfster van in de dertig, wacht op een telefoontje van haar minnaar die bezig is `te doen wat hij moet doen': hij heeft zich voorgenomen zijn vrouw te vertellen dat hij haar verlaat. In de tussentijd komt Stephen de bar binnen, de man die jaren geleden met Louise brak om met haar beste vriendin te trouwen. Ben, de barman, was vroeger de stille getuige van hun liefdesrelatie en observeert aandachtig de wending die het leven van zijn klanten neemt.

Meer valt er over de inhoud van het boek eigenlijk niet te vertellen: het hele boek speelt zich af aan die bar, in dat café (`Phillies', net zoals op het schilderij) dat Besson situeert op Cape Cod, op een enkele namiddag. Er is geen sprake van brede gebaren of heftig geuite emoties, er wordt geen ideologie aangehangen of engagement getoond. In die zin is Besson het prototype van de huidige Franse schrijver, die het Grote Verhaal schuwt en excelleert op de vierkante centimeter.

Excelleren doet Besson door de vorm die hij voor zijn roman koos en door zijn stijl. Hij laat zijn personages converseren, maar kiest niet voor een vloeiende dialoog waarin de replieken elkaar snel opvolgen. Zijn gesprek bestaat uit korte zinnen – vaak niet meer dan één of twee regels – gevolgd door een monologue intérieur van het personage dat zojuist heeft gesproken. Daarna volgt het antwoord van een ander, gevolgd door de innerlijke stem van dat personage. Zet je de dialoog achter elkaar, dan houd je niet meer dan enkele pagina's over, het vormt het skelet van het boek. Zet je de tussenliggende teksten achter elkaar, dan ben je de grote lijn kwijt. Het geheel vormt een ijzeren constructie.

,,Ik heb die vormdwang nodig'', zegt Besson, ,,voor ieder boek zoek ik een dergelijk kader. Ik kan niet schrijven zonder die duidelijkheid, zonder die gesloten vorm. Steeds kom ik uit op trio's, die leveren per definitie spanning op. Tennessee Williams, die ik bewonder, werkt ook altijd met driehoeksverhoudingen. Ik houd van de klamme, zwoele sfeer die hij daarmee oproept. In Nazomer heb ik de vorm van een spiraal aangehouden: de monologues intérieurs draaien van de een naar de ander in een soort vertraagde camerabeweging. Als lezer beweeg je mee, heel langzaam, eigenlijk zonder dat je het merkt. Toch is er aan het eind iets wezenlijks veranderd.''

Besson bevindt zich in het voetspoor van Nathalie Sarraute, de meester van het non-dit, van datgene wat niet wordt uitgesproken. Zij brengt in kaart wat er voorafgaat aan het woord voordat het wordt uitgesproken, wat er schuil gaat achter een bepaalde uitdrukking, zonder ooit te psychologiseren. Besson houdt zich eveneens verre van enige uitleg: ,,Een boek is geen gereedschapskist. Literatuur is een spel, waarbij je de regels van de suggestie en de evocatie toepast. Voor alles moet je de lezer kleine herkenbare details verschaffen zodat je hem doet denken aan zijn eigen ervaringen en obsessies. Je moet zijn geheugen op gang brengen, een klein lontje aansteken, waardoor het vuur vanzelf aangeblazen wordt. Het verhaal dat ik vertel is in wezen heel gewoontjes: iedereen is wel eens door een geliefde verlaten, iedereen kent die angst of die pijn. Op die gedeelde ervaring doe ik een beroep.''

Sarraute vertelde jaren geleden in een interview met deze krant dat ze zonder het werk van Marcel Proust nooit zou zijn gaan schrijven. Het is vast geen toeval dat ook in de vier romans van Besson Proust bijna tastbaar aanwezig is. In zijn gewaagde en geslaagde debuutroman, Bij afwezigheid van mannen, voert hij de schrijver zelfs in hoogst eigen persoon op. De verteller, een jongeman, ontmoet tijdens de Eerste Wereldoorlog, binnen één week, de twee grote liefdes van zijn leven. De ene relatie, van puur lichamelijke aard, beleeft hij met een soldaat die de loopgraven in wordt gestuurd en de dood tegemoet gaat. De andere, zuiver geestelijk, ervaart hij in het gezelschap van Marcel Proust, die hij in een salon ontmoet en die hem inwijdt in de wereld van de kunst.

Doorgaans wordt het auteurs niet in dank afgenomen als ze een groot schrijver als personage opvoeren. Zo niet Besson, die voor zijn durf werd bewierookt. ,,Nu zou ik het niet meer in mijn hoofd halen'', zegt hij, ,,maar toen heb ik er geen seconde over geaarzeld. Ik had geen idee dat mijn manuscript zou worden uitgegeven. Proust was voor mij geen idool of icoon. Ik had alles van en over hem gelezen, kende hem door en door, hij was mijn vriend.''

Bessons spel met de tijd, het stilzetten en het uitvergroten van enkele momenten, refereert ook aan de manier waarop Proust zich wijdde aan dat thema. ,,Proust kan veertig sublieme pagina's schrijven over een sjaal die van een schouder glijdt. Die verdraaiing van de tijd is magnifiek.'' In het huidige zap-tijdperk zijn wij gewend geraakt aan korte fragmenten, aan vluchtige, snel getoonde beelden die niet niet beklijven, laat staan dat ze onder een miscroscoop worden gelegd. Besson: ,,Het is waar dat ik het tegenovergestelde doe van wat tegenwoordig gebruikelijk is. In zekere zin ben ik een ouderwetse schrijver, ik maak groot wat klein is. Ik ben niet modern.''

Philippe Besson: Nazomer (L'arrière-saison), vertaald door Theo Buckinkx, Ambo, 142 blz. €17,90